Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Interview Elly Branderhorst

"Wat we veel horen is dat mensen zeggen: Ik heb mijn vrijheid teruggekregen, ik kan zelf de dingen doen wanneer ik wil"
Laatst aangepast:

Mijzo is één van de eerste zorgorganisaties in Nederland die vanuit het gedachtegoed van reablement een interventieprogramma opzette voor ouderen met een zorgvraag in hun regio. Ergotherapeut Elly Branderhorst is de aanjager van dit programma.

De interviews uit deze reeks zijn afgenomen bij de 4 gehonoreerde projecten uit de subsidieronde: Doorontwikkelen van reablement voor thuiswonende ouderen. De ‘pilots’ waar in de interviews over wordt gesproken zijn uitgevoerd zonder ondersteuning van ZonMw. Met subsidie van ZonMw werken de 4 projecten aan de doorontwikkeling van hun pilots.

‘Zouden jullie als behandelaar niet meer richting preventie moeten gaan, om verdere lichamelijke achteruitgang bij patiënten te voorkomen?’, vroeg een bestuurder van de Brabantse zorgorganisatie Mijzo aan ergotherapeut Elly Branderhorst. Het was voor haar aanleiding zich te verdiepen in reablement. Branderhorst deed dat in het kader van haar master aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen. ‘Ik las dat ze in Scandinavië heel goede resultaten hebben met deze aanpak’, vertelt ze. ‘Ouderen zijn blijer en hebben minder zorg nodig. Ik dacht: Het klinkt zo simpel, waarom doen we dit niet in Nederland?’ 

Afbeelding
Ik dacht: Het klinkt zo simpel, waarom doen we dit niet in Nederland?
Elly Branderhorst
Projectleider Langer Actief Thuis

Dus ben ik met een wijkteam van fysio- en ergotherapeut, wijkverpleegkundige en verzorgende aan de slag gegaan’, aldus Branderhorst. ‘Samen hebben we het programma Langer Actief Thuis opgezet, kortweg LAT.’ 

Activiteiten van cliënten als doel

Bij Mijzo komt een oudere die een hulpvraag heeft voor wijkverpleging automatisch in het LAT-programma. ‘De wijkverpleegkundige doet samen met een ergotherapeut de intake. Daarbij kijken ze niet alleen naar de hulpvraag, maar naar alle activiteiten die belangrijk zijn voor de oudere. Die activiteiten zijn de doelen van de cliënt. We doorlopen daarbij opeenvolgend deze vragen: Wat kan iemand zelf, wat kan iemand met de ondersteuning van hulpmiddelen of technologie, wat kunnen naasten of het sociale netwerk betekenen en – als laatste – wat kunnen wij als Mijzo betekenen? Deze vragen staan centraal in de 12 weken van het programma. Dan werkt de cliënt aan de eigen doelen, zoals zelf boodschappen doen, bij iemand op de koffie of weer zelfstandig douchen. Na 12 weken evalueren we de doelen en kijken we hoeveel wijkverpleging nog nodig is.’

Het belangrijkste verschil met de aanpak van voorheen is het moment waarop een ergo- of fysiotherapeut wordt ingeschakeld. ‘Voorheen kwam die er pas bij als de wijkverpleegkundige er niet uitkwam’ vertelt Branderhorst. ‘Als de behandelaars dan bij iemand kwamen, dachten ze vaak: Als ik hier een half jaar eerder was geweest, had ik nog wat kunnen betekenen. Nu wordt een behandelaar standaard betrokken op het moment dat iemand de zelfredzaamheid dreigt te verliezen. Dat proberen we dan te voorkomen. En het liefst zouden we vanuit de samenwerking met het sociaal domein nog eerder insteken en voorkomen dat de zorgvraag überhaupt ontstaat. Daar zijn we dan ook nu mee bezig in de doorontwikkeling van het programma samen met de gemeente’.

Een behandelaar wordt standaard betrokken op het moment dat iemand de zelfredzaamheid dreigt te verliezen.

Groot deel van deelnemende cliënten helemaal zelfstandig

De aanpak is een succes. In 2021 begon Mijzo met een kleine pilot in 1 wijkteam, nu werken alle 12 wijkteams van Mijzo en 10 andere organisaties in Brabant op deze manier. ‘De reablement-aanpak is opgenomen in de regionale zorgtransitieplannen als één van de programma’s die ervoor kan zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen. Nu meer cliënten het programma hebben doorlopen, zien we dat een groot deel van de cliënten na 12 weken helemaal zelfstandig is.’  

In totaal is per week per cliënt 1,7 uur minder wijkverpleging nodig. En,  niet alleen zijn minder zorguren nodig, ouderen zijn ook erg blij met het programma. ‘Wat we veel horen is dat mensen zeggen: Ik heb mijn vrijheid teruggekregen, ik kan zelf de dingen doen wanneer ik wil. Ouderen zijn zelfstandiger, hebben meer zelfvertrouwen en kunnen hun dag onafhankelijk van iemand anders vormgeven. Dat is het allergrootste voordeel, dat ze weer zelf regie hebben. 

Wat we veel horen is dat mensen zeggen: Ik heb mijn vrijheid teruggekregen, ik kan zelf de dingen doen wanneer ik wil.

Verbinding met sociaal domein

Om te zorgen dat de ouderen na LAT het nieuwe gedrag vasthouden, bekijkt Branderhorst hoe ze een verbinding kan leggen met initiatieven in het sociaal domein, zoals beweeggroepen en kookclubs. ‘Als mensen doorgaan in een bepaalde structuur, is de kans groter dat de winst behouden blijft. Daarom zoeken we nu samenwerking met gemeenten in de regio. Omdat we LAT ontwikkelden in de coronatijd, hadden we niet veel mogelijkheden om elkaar fysiek op te zoeken en samenwerkingen aan te gaan. Nu zoeken we bewust aansluiting met activiteiten vanuit de Wmo, zodat mensen ook via de Wmo kunnen instromen.’

De interdisciplinaire reablement-aanpak, waarin zorg en welzijn elkaar vinden, is voor iedereen in het team prettig. ‘De teamleden weten wie wanneer nodig is en wat ieders rol is. Wel was het wennen, met name voor de wijkverpleging: zij moeten nu alleen iets overnemen als het de oudere echt niet lukt. En zo moet de hulp bij het huishouden ook gaan werken.  Bij de instroom vanuit de WMO werken we met een thuiscoach die samen met de ergotherapeut de oudere traint om activiteiten weer zelfstandig te leren doen.’

Aanpak per doelgroep

Doelen voor het vervolg van de pilot, dat wordt gefinancierd vanuit ZonMw, zijn er volop. Behalve samenwerking met gemeenten en thuisondersteuners, wil Branderhorst ook werken aan differentiatie per doelgroep. ‘We zagen dat in bepaalde wijken de aanpak minder goed werkt, bijvoorbeeld in een wijk met zorgmijders. We hebben geleerd dat je daar niet meteen met z’n tweeën moet binnenkomen. Beter is om eerst de wijkverpleging vertrouwen te laten winnen en dan pas de ergotherapeut erbij te vragen.’

Een ander doorontwikkelpunt is om de aanpak en effecten per doelgroep in kaart te brengen. ‘Wat we nu al wel zien is dat in de loop van de tijd medewerkers LAT steeds beter zijn gaan introduceren. Als zorg en wijkverpleging hebben gezíen wat het oplevert, kunnen ze het ook beter vertellen. Ze kunnen uitleggen dat ze er zijn om de cliënt te helpen de dingen te doen die hij of zij graag wil, niet omdat we zo min mogelijk zorg willen geven.’ 

Als zorg en wijkverpleging hebben gezíen wat het oplevert, kunnen ze het ook beter vertellen.

Implementatiecoach in de regio

Verdere opschaling is ook een doorontwikkelpunt. ‘Van de 26 zorgorganisaties in West- en Midden-Brabant zijn er 12 organisaties die LAT al uitvoeren zoals bij Mijzo. Aan de regionale zorgtransitietafels, waar ik projectleider LAT ben, hebben we afgesproken dat nu alle organisaties de reablement-aanpak gaan volgen. Er is een implementatiecoach aangesteld die de organisaties begeleidt in de opstartfase. Zij helpt de eerste drie teams van een organisatie bij de randvoorwaarden, de dossiers waar informatie gedeeld wordt en de afspraken voor het interdisciplinaire overleg. En wat we bij Mijzo hebben geleerd, delen we.

Tijdens de doorontwikkeling van de pilot wil Branderhorst ook kijken naar de mogelijkheden voor structurele financiering. ‘Zorgverzekeraars willen eerst zien wat reablement oplevert bij meerdere organisaties voor ze financieren. Maar om dat te laten zien, hebben we geld nodig. Gelukkig zien zorgkantoren CZ en VGZ al wel de meerwaarde, vandaar dat we nu vanuit het zorgkantoor Wlz-budget hebben gekregen om de aanpak verder te implementeren. De doorontwikkeling samen met gemeenten en zorgverzekeraars doen we nu vanuit de subsidie van ZonMw. De bekostiging van behandeling in LAT en de opschaling van de werkwijze financieren we met transitiemiddelen. Maar een structurele financiering is er nog niet.’

Aandacht voor reablement

‘Als we met elkaar op deze manier gaan zorgen, als reablement nog breder ingezet wordt, kunnen we professionele zorg blijven inzetten voor mensen die het echt nodig hebben’, vervolgt Branderhorst. ‘We gaan dan van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’. Iedereen in Nederland kan daar een bijdrage aan leveren door de buurman te helpen die om de hoek woont, waardoor hij juist weer dingen zelf kan. Daarom moeten we ervoor zorgen dat er veel aandacht komt voor reablement, dat we aan iedereen laten zien wat het oplevert, zodat we vooroordelen kunnen wegnemen, bijvoorbeeld over reablement als bezuinigingsmaatregel. Zulke meningen staan deelname in de weg. Verder is de versnipperde financiering een uitdaging. Daarom werkt reablement in Scandinavië zo goed: daar kijken ze gewoon naar de persoon.’

En dus adviseert Branderhorst organisaties die ook met reablement aan de slag willen: ‘Kijk naar de persoon. Begin klein en ga gewoon doen. Sommige organisaties willen alles tot in detail uitgedacht hebben en de financiering rond hebben, maar dan begin je nooit. Begin, laat zien wat het oplevert en dan kunnen we steeds grotere stappen maken.’

Begin, laat zien wat het oplevert en dan kunnen we steeds grotere stappen maken.

Over het ZonMw-programma Reablement

Met het ZonMw-programma Reablement verkent ZonMw de (toekomstige) betekenis van de inzet van reablement bij thuiswonende ouderen in Nederland. Dit geldt zowel voor thuiswonende ouderen die een zorgvraag hebben, als voor ouderen die nog geen zorgvraag hebben. Het doel is om inzicht te krijgen in de mogelijkheden van reablement en de kansen en uitdagingen voor een brede toepassing in Nederland.

De programmaresultaten zijn gericht op partijen die reablement in de praktijk (willen) brengen, zoals ouderen en hun naasten, zorg- en welzijnsprofessionals, huisartsen, burgerinitiatieven, gemeenten, zorgcoöperaties, beleidsmakers en financiers.

Het ZonMw-programma is opgezet in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en onderdeel van het beleidsprogramma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO). Het programma geeft invulling aan de actielijn Samen vitaal oud worden. Deze actielijn richt zich op het ondersteunen van ouderen, zodat zij vitaal oud kunnen worden. Tegelijkertijd helpt WOZO de druk op de zorg te verlagen en de kosten beheersbaar te houden, zodat zorg duurzaam en toekomstbestendig blijft.

Colofon

Tekst: Astrid van den Berg
Beeld: Mijzo
Eindredactie: ZonMw 

ZonMw-programma: Reablement

Met dit programma verkennen we de (toekomstige) betekenis van de inzet van reablement bij thuiswonende ouderen in Nederland. Dit doen we samen met professionals die reablement in de praktijk toepassen. Hiermee willen we ouderen in staat stellen om zoveel en zo lang mogelijk zinvolle, alledaagse activiteiten (weer) zelf te (blijven) doen. Met subsidie uit dit programma gaan 4 projecten aan de slag de doorontwikkeling van hun bestaande reablement-aanpak. Dit is een van de gehonoreerde projecten. Bekijk hier de andere projecten.