Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Gemeente Amsterdam: ongelijk investeren voor gelijke kansen in sport en bewegen

Laatst aangepast:

Om complexe maatschappelijke uitdagingen rond sport en bewegen aan te pakken, zijn gemeenten onmisbaar. In een korte reeks belichten we nut en noodzaak van het ZonMw-programma MOOI in Beweging vanuit het perspectief van de gemeente. Lucinda Schuurman (gemeente Amsterdam): ‘Door onderzoeksresultaten te delen ga je de rode draden zien.’

De gemeente Amsterdam neemt sportstimulering uiterst serieus. Dat blijkt alleen al uit het aantal medewerkers van de directie Sport en Bos (dat ‘Bos’ is het Amsterdamse Bos, waar veel gesport wordt): ruim 500 fte. Lucinda Schuurman is er programmamanager Vitale Sportclubs. Na haar rechtenstudie was ze eerst jarenlang advocaat, maar partner worden wilde ze niet. Vanuit haar oude liefde – in haar jeugd deed ze op topniveau aan ritmische gymnastiek – stapte ze over naar het sportbeleid. Haar ambitie: bevorderen dat zoveel mogelijk Amsterdammers sportief kunnen bewegen. Vitale sportclubs zijn daarvoor cruciaal, zegt ze, omdat die kunnen zorgen voor een goed en aantrekkelijk beweegaanbod voor iedereen.

Rode draden

Amsterdam doet mee met Spot On van het ZonMw-programma MOOI in Beweging, en Schuurman zit in de raad van advies van het project. In haar stad zijn er 2 locaties: de Paper Dome, een tijdelijke (demontabele) ‘sportieve broedplaats voor en door jongeren’ in Zuidoost, en Sportpark Ookmeer in Nieuw-West, een van de 3 ontwerpgerichte hotspots van Spot On. Het enorme park wordt doorontwikkeld tot een meer open en wijkgerichte sport- en beweegomgeving. Schuurman: ‘Wat ons aanspreekt is de positieve insteek: op basis van een theory of success zoekt Spot On naar wat er wél goed gaat. Wat maakt nu dat sommige plekken beter worden benut dan vergelijkbare locaties? Er komt geen blauwdruk uit het onderzoek, maar wel een paar gemeenschappelijke factoren die je elders kunt toepassen. Je zoekt als het ware naar de rode draden in de succesverhalen.’

Afbeelding
Hot spot Paperdome van project Spot On

Paper Dome

Afbeelding
Meedoen met onderzoek maakt dat je kunt meedenken over wat de resultaten concreet betekenen voor verenigingen.
Lucinda Schuurman
Programmamanager Vitale Sportclubs, gemeente Amsterdam

Weten wat werkt

Kennis uit onderzoek inzetten voor je beleid is voor Schuurman vanzelfsprekend. ‘In mijn eigen programma baseer ik me graag op data en op weten wat werkt. Ook om te bepalen waar je als gemeente je beperkte middelen het beste inzet. Binnen Spot On doen de onderzoekers het meeste werk, maar wij stoppen er ook uren in, bijvoorbeeld om kennis te delen. We zien dat trouwens als een logisch onderdeel van ons werk, maar los daarvan is de tijdsinvestering het zeker waard. Meedoen met onderzoek maakt dat je kunt meedenken over wat de resultaten concreet betekenen voor verenigingen. En onze beide locaties worden er naar mijn inschatting ook beter van. Bij de Paper Dome is het al duidelijk dat de mensen de plek maken. Ik ben heel benieuwd wat er nog meer uit Spot On komt. Ookmeer is vooral kansrijk als het park meer van de wijk wordt, met allerlei buurtfuncties naast de sport. Ook daar verwacht ik veel bruikbare kennis vanuit Spot On.’ 

Je moet de kennis steeds goed terugvertalen naar wat een vereniging eraan heeft. Vanuit de gemeente doen wij veel aan clubondersteuning.

Verhalen delen

Onderzoek is belangrijk, maar mag niet op zichzelf staan, vindt Schuurman. ‘Je moet de kennis steeds goed terugvertalen naar wat een vereniging eraan heeft. Vanuit de gemeente doen wij veel aan clubondersteuning. We gaan letterlijk naar verenigingen toe, vragen naar hun ambities én knelpunten, en naar hoe wij ze kunnen ondersteunen. Sommige clubs kunnen veel impact maken bij groepen die nog onvoldoende bewegen. Met die clubs werken we intensiever samen aan het realiseren van hun potentie. Tijdens de vorige landelijke Spot On-meeting in Vaals heb ik daarover kunnen vertellen. Zo kwam ik erachter dat onze aanpak toch wel bijzonder is, zeker voor een grote gemeente. Hier zie je een ander voordeel van meedoen met een onderzoeksproject, want je leert veel van elkaar. Mensen zijn trots op wat ze hebben neergezet en iedereen vertelt daar graag over. Het zijn de verhalen waarmee je elkaar inspireert. Als je deelt wat je hebt geleerd, ga je vanzelf ook met elkaar die rode draden zien.’

Concrete handvatten

In haar rol vanuit de raad van advies merkt Schuurman overigens wel dat onderzoekers vaak nog wat meer op afstand staan dan mensen van de gemeente of betrokken organisaties. ‘We hebben de Spot On-onderzoekers het advies gegeven hun resultaten weer te geven in een bundel met verhalen. En de opbrengsten te vertalen naar concrete handvatten. Bijvoorbeeld 10 gemeenschappelijke factoren die locaties succesvol maken, met handreikingen wat je daar als verenigingsbestuur mee kunt om meer van je locatie te maken. Daar hebben wij in onze clubondersteuning ook weer wat aan. In Amsterdam hebben we een team van accounthouders die de verenigingen ondersteunen en zij hebben een goedgevulde rugtas met interventies. Met toepasbare kennis uit Spot On kunnen ze nog meer waarde toevoegen. En ik hoop mijn collega’s die over de accommodaties gaan bagage te kunnen meegeven voor hun werk. Plus de mensen van gebiedsontwikkeling. Vanuit Ookmeer komen vast mooie resultaten die bruikbaar zijn om openbare ruimtes meer tot een buurtplek te maken waar iedereen kan bewegen.’

Extra menskracht

Wat is uiteindelijk de droom van Schuurman? ‘We willen sporten en bewegen mogelijk maken voor iedere Amsterdammer, maar sommige mensen ervaren nog drempels. In bepaalde stadsdelen blijft sportdeelname achter, mede door een combinatie van factoren die de toegang tot sport en bewegen beïnvloeden. Om iedereen gelijke kansen te geven, moet je als gemeente daarom ‘ongelijk investeren’, ook in de clubondersteuning. We hebben zo’n 1500 verenigingen, stichtingen en sportondernemers, dus moeten we kiezen. Op basis van de data zetten wij in op enkele prioritaire groepen, waaronder meiden, mensen met een beperking en 55plussers. We stappen op clubs af en bespreken bijvoorbeeld wat er nodig er nodig is om meer meiden te laten sporten. Onze steun kan gaan om nieuw aanbod helpen opzetten, maar ook om organisatorische ondersteuning, een subsidieaanvraag of verbindingen leggen met andere partijen. En als het nodig is, zorgen we voor een setje shirts voor de meidenteams.’

Via sport en bewegen is veel maatschappelijke winst te behalen, mits je als gemeente gericht een handje helpt waar dat nodig is.

Maatschappelijke winst

Sporten wordt volgens Schuurman nog altijd te veel gezien als luxe, terwijl het een vliegwiel kan zijn op veel levensterreinen. ‘In een gezamenlijk onderzoek met Rotterdam hebben we berekend dat je veel minder zorgkosten hebt als je 1% van de inwoners meer laat bewegen. En het gaat niet alleen om kosten, maar bijvoorbeeld ook minder eenzaamheid. Of neem een statushouder die aan het werk komt nadat ie eerst vrijwilliger is geworden in een vereniging. Een advies aan collega’s? Kijk naar de data, maak keuzes voor de opgaven waarin je wilt investeren en werk daar vervolgens integraal aan. Via sport en bewegen is veel maatschappelijke winst te behalen, mits je als gemeente gericht een handje helpt waar dat nodig is.’

MOOI in Beweging

Met het programma MOOI in Beweging wil ZonMw dat onderzoek en innovaties op het gebied van sport en bewegen steeds beter aansluiten bij de praktijk. Vraaggestuurd (vanuit de maatschappij) wordt gewerkt aan zes complexe maatschappelijke uitdagingen (‘wicked problems’), die startpunt zijn voor onderzoek en innovatie. Om te zorgen dat onderzoek en innovatie impact hebben, zijn verschillende partijen nodig: gebruiker/sporter, onderzoeker, overheid en bedrijfsleven; mensen die samen willen leren en innoveren.

Colofon
Auteur:
Marc van Bijsterveld
Fotografie:
Lucinda Schuurman
Redacteur:
ZonMw

Contact

Lianne van Horen

Programmamanager
sportenbewegen [at] zonmw.nl