Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

‘Er wordt veel te weinig kennis ontwikkeld en toegepast’

Academisering van de verpleegkunde
Laatst aangepast:

Het werk van Nederlandse verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten behoeft meer wetenschappelijke onderbouwing. Waarom is dat zo belangrijk? En hoe gaat een verpleegkundig leiderschapsprogramma hieraan bijdragen? Mediator* vroeg het Jan Hamers, hoogleraar ouderenzorg aan de Universiteit Maastricht.

*Mediator was in 2016 het magazine van ZonMw. Dat is inmiddels doorontwikkeld naar het online ZonMw-magazine Impuls.

Waarom is wetenschappelijke onderbouwing van de verpleegkunde belangrijk?

‘Patiënten hebben recht op adequate zorg. Verpleegkundigen baseren hun handelen op ervaring, autoriteit en trial and error. Het probleem is de diversiteit van het verpleegkundig handelen: ervaringen en tradities verschillen. Zo is het bij het inschatten van pijn erg belangrijk om op de juiste signalen te letten. Uit onderzoek zijn andere signalen bekend dan die waar verpleegkundigen meestal op letten. Ander voorbeeld: van wijkverpleegkundigen wordt veel verwacht bij het inschatten van de kwetsbaarheid van mensen. Maar hoe bepalen ze die? Zelf ben ik betrokken geweest bij onderzoek naar vrijheidsbeperking van ouderen met dementie, bijvoorbeeld vastbinden met een Zweedse band, om te voorkomen dat ze vallen. Dat was tot 15 jaar geleden echt common practice. Het heeft meerdere onderzoeks-, begeleidings- en evaluatieprojecten gekost om die niet-effectieve praktijk weg te krijgen.’

De afgelopen decennia is onderzoek op het gebied van verpleging en verzorging gestimuleerd: door middel van studies verplegingswetenschappen, onderzoeksverpleegkundigen, verpleegkundigen die promoveren. Wat hapert er nog aan de academisering?

‘Er hapert niet veel aan, maar ik denk dat je overschat wat er aan verpleegkundig wetenschappelijk onderzoek gebeurt ten opzichte van het aantal handen aan het bed. Het vergt veel méér dan 1 hoogleraar en een verpleegkundig onderzoeker. Los van de kwaliteit van het onderzoek kan ik zeggen dat er veel te weinig kennis wordt ontwikkeld, geïmplementeerd en toegepast. Aan de universiteiten van Maastricht, Utrecht en Nijmegen is de academische verpleegkunde het meest constant, maar ook daar moet steeds opnieuw de discussie worden gevoerd over of het echt nodig is om die te bestendigen.’

Afbeelding
De veranderingen gaan met 2 stappen vooruit en 1 achteruit.
Jan Hamers

Is de link tussen onderzoek en onderwijs te zwak?

‘Op de hbo-opleidingen, en zeker op het mbo, duurt het heel lang voordat nieuwe kennis in de curricula komt. Er is over en weer wel contact met de staven van hogescholen en vakgroepen, maar dat contact kan intensiever. In de Academische Werkplaats in Maastricht leggen we de link: zo’n 9 van de 10 onderzoekprojecten worden in de praktijk bedacht. Nieuwe interventies evalueren we voordat we ze uitrollen. Maar met de gewenste veranderingen in het verpleegkundig handelen gaat het als tijdens de processie van Echternach: 2 stappen vooruit en 1 achteruit.’ 

Wat is de stand van zaken op het gebied van de academisering?

‘Het schort aan massa en verankering van onderzoek aan de universiteiten: die moet veel steviger. Ik vind wel dat er de laatste jaren wel wat slagen zijn gemaakt. Het ZonMw-programma Tussen Weten en Doen (TWD) zet in op uitbreiding van de wetenschappelijke staf en de infrastructuur voor verpleegkundig wetenschappelijk onderzoek aan de universiteiten. Onderdeel daarvan is dat onderzoekers het spel leren spelen van hoe je je een plaats verwerft aan een universiteit en die bestendigt.’

U doelt op het tweejarige programma Leadership Mentoring in Nursing Research dat in februari 2016 van start is gegaan. Twaalf gepromoveerde verpleegkundig onderzoekers zijn geselecteerd: zij mogen hun leiderschaps- en onderzoekscompetenties verder ontwikkelen.

‘Ja. Marieke Schuurmans, hoogleraar verplegingswetenschap aan de Universiteit Utrecht, Theo van Achterberg, toen hoogleraar verplegingswetenschap aan de Radboud Universiteit, en ik hebben samen een programma ingediend: Basic Care Revisited. Daarin ontwikkelen duo’s van postdocs een onderzoekslijn op het gebied van basiszorg. Daar zagen we graag een leiderschapsprogramma aan gekoppeld. 

ZonMw heeft dat gehonoreerd met een apart budget. We hebben een programma ontwikkeld dat bedoeld is om talentvolle onderzoekers te leren hoe de universitaire wereld werkt. De lat komt steeds hoger te liggen. Wil je als postdoc aan de universiteit blijven werken, dan is het belangrijk om een aantal jaren bij een buitenlandse groep onderzoek te doen. Het is een pré als je dat zelf kunt bekostigen, bijvoorbeeld uit een persoonsgebonden subsidie. De deelnemers leren goede onderzoeksvoorstellen te schrijven om subsidies binnen te halen en hun onderzoek goed te verkopen. Als je daarin slaagt, kun je op den duur middelen uit de eerste geldstroom verwerven en verder bouwen. Want universiteiten hebben beperkte budgetten en een leerstoel kan altijd weer verdwijnen. 

Je moet de meerwaarde van je onderzoeksgroep en het onderzoek kunnen laten zien. In het leiderschapsprogramma laten succesvolle wetenschappers zien hoe zij dat hebben gedaan. We benadrukken dat er meerdere wegen zijn die naar Rome leiden. Uit goede voorbeelden en verhalen kunnen de deelnemers pakken wat bij hen past.’

Leerstoelen en leiderschap

Nederland telt 8 leerstoelen op het gebied van verpleging en/of verzorging. Ter vergelijking: Groot-Brittannië telt 250 hoogleraren, Zweden ruim 100. In het programma Leadership Mentoring in Nursing Research werken de Universiteit Utrecht, Universiteit Maastricht en Radboud Universiteit samen. De 12 deelnemers, geselecteerd door een commissie van onafhankelijke experts, volgen een 2-jarig programma. Ze doen workshops en gaan in gesprek met experts op het gebied van leiderschap of onderzoek. Ook zijn er sessies over leiderschapsontwikkeling en het ontwikkelen van een eigen onderzoekslijn. Initiatiefnemer en penvoerder van het programma is hoogleraar verplegingswetenschap Marieke Schuurmans.

Wat verwacht u van het programma?

‘Ook hiervoor geldt, net als voor onderzoek naar de vrijheidsbeperking van ouderen, dat het een proces van een langere adem is. Effecten van een programma merk je meestal pas zo’n 10 jaar later. We moeten de tijd krijgen om wat te laten zien. Daarom zou het fantastisch zijn als TWD en het leiderschapsprogramma een vervolg gaan krijgen.’

Vervolg

Update (2026): het vervolg is er gekomen. Het TWD-programma kreeg een vervolg in het ZonMw-programma Verpleging en Verzorging en het leiderschapsprogramma ontwikkelde zich door tot LMNR 2.0, LMNR 3.0 en inmiddels zelf LMNR 4.0 tot en met 7.0

Tekst: Angela Rijnen
Foto: Jonathan Vos

Talentontwikkeling

Met leertrajecten en persoonsgebonden subsidies ondersteunen we talentvolle verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en verzorgenden in de ontwikkeling van hun persoonlijke leiderschapskwaliteiten. Zodat zij hun zeggenschap kunnen vergroten en zelf invloed kunnen uitoefenen op het beleid en de financiering in de zorg. Lees wat we nog meer doen.