Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

‘Als je er vroeg bij bent, is escalatie vaak te voorkomen’

Interview met Albert van de Wetering, sectorhoofd bij Politie Oost-Brabant en commissielid ZonMw

Hij werkt al ruim 44 jaar bij de politie en heeft een schat aan ervaring opgedaan met wat inmiddels onbegrepen gedrag heet. Albert van de Wetering begrijpt het werk ‘op straat’ van binnenuit en neemt die lessen mee als commissielid van het Actieprogramma Grip op Onbegrip. ‘Het is balanceren op een bestuurlijke lappendeken.’

‘In de auto hoorde ik een interview met mensen van twee kleine ggz-instellingen. Ze zijn verplicht via een formulier toestemming van cliënten te vragen voor het delen van gegevens. Dan pas krijgen ze de geleverde zorg vergoed. Maar de administratieve druk die dat oplevert bleek te zwaar voor hun kleine organisatie. Het had ze in de problemen gebracht omdat de vergoeding uitbleef.’ Voor Albert van de Wetering, die al 44 jaar bij de politie werkt, is het een tekenend verhaal. ‘Natuurlijk is de privacy van cliënten belangrijk. Maar we hebben het met z’n allen toch té ingewikkeld gemaakt. Als je er als hulpverlener wilt zijn voor mensen in de problemen, zoals deze organisaties, moet je toch niet vooral met die regels in de weer zijn.’

Poten in de klei

Van de Wetering is een nuchter man. In zijn lange jaren bij de politie – een organisatie die 24/7 paraat is – heeft hij alles wel zo’n beetje gezien. De wens de concrete praktijk van hulp aan kwetsbare burgers te verbeteren, motiveert hem om mee te draaien in de commissie van het ZonMw-Actieprogramma Grip op Onbegrip (AGO). En daarin het perspectief van de politie in te brengen. ‘Onze rol bij onbegrepen gedrag is eigenlijk vrij eenvoudig. De politietaken zijn opsporing, handhaving en het verlenen van hulp. Als er een melding is dat ergens de openbare orde of veiligheid in gevaar is, gaan wij eropaf. Daarbij staat veiligheid voor iedereen voorop, zeker in acute situaties. Juist omdat wij dag en nacht met onze poten in de klei staan, zitten we bovenop alle maatschappelijke ontwikkelingen. We zien heel concreet dat bij kwetsbare mensen de onmacht zich soms uit in onbegrepen gedrag. En ik signaleer dat de samenleving vooral na 2015 voor steeds meer mensen té ingewikkeld geworden is.’

Afnemende compassie

Met dat jaartal verwijst Van de Wetering naar de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Daarin staan mooie doelen – participatie en zelfredzaamheid – maar in de praktijk blijken die voor veel mensen lastig te realiseren. ‘Het aantal bedden is drastisch afgenomen en er zijn zorglocaties gesloten. Het idee was dat de hulpverlening veel meer extramuraal moest werken. En dat het eigen netwerk van mensen een grotere rol kreeg in de ondersteuning. Het probleem is alleen dat veel kwetsbare mensen zo’n netwerk niet of nauwelijks hebben. En dat ze zich dus juist níét zelf kunnen redden.’ Een andere ontwikkeling is volgens Van de Wetering een afnemende compassie in de samenleving met mensen die ‘anders’ zijn, waardoor gedrag eerder als ‘gek’ of ‘lastig’ wordt ervaren. ‘Veel van de meldingen die wij krijgen, hebben te maken met overlast. Dat speelt bijvoorbeeld ook met arbeidsmigranten die ineens hun werk verliezen. Ze worden dan vaak meteen hun huis uitgezet en komen op straat terecht. Dat heeft meestal heel weinig met onbegrepen gedrag te maken.’

Escalatie voorkomen

Al met al is in de gevolgen van maatschappelijke ontwikkelingen de afgelopen jaren behoorlijk wat politiecapaciteit gaan zitten. Maar er is ook veel geleerd, zegt Van de Wetering. ‘Ik zit vanuit de politie al zo’n 12 jaar op dit dossier. Ik heb het werken aan de bouwstenen door het ‘Schakelteam voor personen met verward gedrag’ van Onno Hoes nog meegemaakt. Het idee van een reflexief lerend systeem – zoals het nu in AGO heet – heeft toen al vorm gekregen. Als regio’s hebben we belangrijke dingen geleerd, zoals alternatieven voor het vervoer van mensen met onbegrepen gedrag, zodat daarvoor geen politieauto’s hoeven te rijden. Of meer psychiatrische onderzoekslocaties voor een eerste diagnose, zodat wij niet hoeven te leuren met deze mensen. Zij horen niet in een cel maar moeten goede zorg krijgen in een passende omgeving. En neem het Meldpunt Zorgwekkend Gedrag, waar iedereen melding kan doen. Zodat burgers met vragen over onbegrepen gedrag laagdrempelig ergens terecht kunnen, en eventuele hulp eerder kan starten. Vanuit de politie ben ik ambassadeur van de wijk-GGD’er, die vroegtijdig problemen signaleert die tot onbegrepen gedrag kunnen leiden. Want dat is een andere les: onbegrepen gedrag komt bijna altijd voort uit een complex van onderliggende problemen, van eenzaamheid tot verslaving, en van huisvestingsproblemen tot schulden. Als je er vroeg bij bent, kun je escalatie vaak voorkomen.’

Zorgen over de continuïteit

Cruciaal is volgens Van de Wetering dat de omgang met onbegrepen gedrag veel meer een ‘netwerkreactie’ is geworden. ‘Als politie hebben wij geleerd om vanuit een ondersteunende functie de andere partijen in hun rol te laten. Soms gaan we zeker nog mee na een melding, maar we blijven ook vaker op afstand. De rolverdeling is inmiddels goed in organisatorische afspraken geborgd.’ Niettemin maakt hij zich zorgen over de continuïteit. Worden mooie initiatieven na een bepaalde projectperiode wel structureel ingebed? ‘Er is sprake van een enorme bestuurlijke lappendeken. In de regio Oost-Brabant heb ik vanuit de politie te maken met 32 gemeenten, 4 ggz-instellingen, 2 ambulancevoorzieningen en 2 GGD’en. Plus de verslavingszorg, het openbaar ministerie en onze eigen politieorganisatie. En in totaal zo’n 60 wethouders die vanuit hun portefeuille iets met onbegrepen gedrag moeten. Het is echt een uitdaging om te balanceren tussen ‘het goede goed’ van onze pluriforme democratische samenleving – met uiteenlopende politieke agenda’s – en de wens tot eenduidigheid en samenhang.

Verstikkende bureaucratie

Toch is Van de Wetering optimistisch. Hij ziet veel kansen om vanuit het opgebouwde lerende vermogen van het brede netwerk te komen tot best practices. Zodat de werkzame elementen van wat is ontdekt een plek krijgen in de gezamenlijke aanpak van problemen rond onbegrepen gedrag. Daar kunnen volgens hem de regionale kenniswerkplaatsen een belangrijke rol in spelen. Wel vindt hij dat de bureaucratische druk fors minder zou moeten. ‘Als je ziet hoeveel tijd en energie zorgpartijen en gemeenten moeten opofferen aan aanbestedingsprocedures en bijvoorbeeld onderhandelingen met zorgverzekeraars… Dat is echt verstikkend. De vraag is of we nog wel met de bedoeling bezig zijn, dus met anderen helpen vanuit compassie en medemenselijkheid. En of de vermarkting van de zorg niet haar doel voorbij is geschoten. Als politieman – en ik spreek nu even voor mezelf – heb ik weleens het gevoel dat het idee daarachter niet helemaal is gelukt.’

Wie is Albert van de Wetering?

Albert van de Wetering is lid van de ZonMw-commissie van het Actieprogramma Grip op Onbegrip (AGO). Hij is sectorhoofd/districtchef Eindhoven/De Kempen bij Politie Oost-Brabant.

Colofon

Tekst: Marc van Bijsterveldt
Beeld: eigen beeld
Eindredactie: ZonMw