Veelvoorkomende vragen en antwoorden informatiebijeenkomst gerichte rondes
Een kennisvraag goed indienen kan veel vragen opleveren. Hieronder vindt u enkele veel gestelde algemene vragen en antwoorden met betrekking tot het agenderen van kennisvragen door beroeps- en koepelorganisaties binnen de gerichte ronde van het kaderprogramma Passende Zorg
Agendering en samenwerking
-
Beroeps- en koepelorganisaties spelen een belangrijke rol bij het prioriteren en agenderen van kennisvragen. Zij voeren de regie, betrekken relevante partijen uit het veld en bewaken dat de kennisvragen aansluiten bij de kaders van het kaderprogramma Passende Zorg. Ook kunnen zij zelf initiatiefnemer zijn. De beroeps- of koepelorganisatie hoeft de inhoudelijke uitwerking van de kennisvraag niet volledig zelf uit te voeren. Zij kan hiervoor samenwerking zoeken met onderzoekers en andere partijen uit het veld. Het blijft belangrijk dat de beroeps- of koepelorganisatie betrokken is bij de afstemming en de prioritering van de kennisvragen. De beroeps- en koepelorganisaties zijn verantwoordelijk voor het indienen van de kennisvragen. Andere partijen, zoals onderzoekers kunnen dit niet (zie vraag 4).
-
Beroeps- en koepelorganisaties worden uitgedaagd om de meest impactvolle kennisvragen aan te dragen die kunnen bijdragen aan de beweging naar passende zorg. Een organisatie kan 1 of meerdere kennisvragen agenderen binnen de gerichte ronde van het kaderprogramma Passende Zorg. Er geldt (nog) geen beperking in het aantal kennisvragen dat per organisatie kan worden ingediend.
Het is belangrijk dat de ingediende kennisvragen voldoen aan de voorwaarden van de uitnodiging. We adviseren partijen nadrukkelijk om bij meerdere geschikte kennisvragen te prioriteren, en de meest urgente kennisvraag, of kennisvragen, op dat moment in te dienen. Bij een volgende uitnodiging kunnen andere impactvolle kennisvragen worden geagendeerd. De gerichte ronde staat 2 keer per jaar open. -
Het agenderen en uitwerken van kennisvragen vraagt tijd en capaciteit. Beroeps- en koepelorganisaties kunnen hiervoor de samenwerking zoeken met onderzoekers, wetenschappelijke commissies, leden van de beroeps- of koepelorganisatie en andere relevante partijen.
Tijdens de informatiebijeenkomst op 5 oktober 2026 lichtte de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) toe hoe zij dit heeft georganiseerd. De vereniging heeft gebruik gemaakt van haar wetenschappelijke activiteitencommissie, en onderzoekers uit het veld gevraagd het voortouw te nemen bij de inhoudelijke uitwerking. De vereniging behield daarbij een coördinerende en regie voerende rol. Op deze manier kan een beroeps- of koepelorganisatie kennisvragen agenderen met hulp van de achterban van leden en onderzoekers. -
Binnen de gerichte ronde van het kaderprogramma Passende Zorg loopt het agenderen van kennisvragen via beroeps- en koepelorganisaties. Onderzoekers met relevante kennisvragen kunnen contact zoeken met een beroepsorganisatie om te bespreken of hun kennisvraag kan worden meegenomen in de agendering.
Daarnaast kent het kaderprogramma Passende Zorg andere subsidiemogelijkheden, waaronder de research initiated rondes, waarbij onderzoekers zelf hun kennisvraag kunnen indienen. -
ZonMw opent een gerichte subsidieoproep voor de kennisvragen die zijn geselecteerd. ZonMw organiseert na het publiceren van de subsidieoproep een bijeenkomst voor geïnteresseerde (hoofd-)aanvragers en/of leden van de projectgroep. Het doel van deze bijeenkomst is tweeledig.
- Informeren: de deelnemers krijgen een toelichting op de kennisvraag, de subsidieoproep, de subsidieprocedure en de bijbehorende tijdslijnen.
- Vormen van een basis voor de projectgroep: het gezamenlijk komen tot een basis van de projectgroep en bepalen wie de rol van hoofdaanvrager op zich neemt. Voor deze bijeenkomst worden de beroeps- of koepelorganisaties uitgenodigd die de kennisvraag hebben geagendeerd.
-
Binnen de gerichte ronde worden kennisvragen geagendeerd via de daarvoor aangewezen beroeps- en koepelorganisaties. Patiëntenorganisaties kunnen hun kennisvragen onder de aandacht brengen door contact met beroepsorganisaties, en via een koepelorganisatie als de Patiëntenfederatie Nederland.
Bij het agenderen van kennisvragen is het belangrijk dat relevante partijen uit de achterban worden betrokken, zodat de kennisvraag aansluit bij de behoeften en ervaringen van patiënten en zorgvragers. -
In de agenderingsfase ligt de nadruk op het identificeren en formuleren van de relevante kennishiaten en kennisvragen. Het is daarom niet noodzakelijk om al in deze fase een onderzoeksgroep samen te stellen. Er hoeft geen steunverklaring van onderzoekers bij de kennisvraag te worden toegevoegd. Wel is het belangrijk om relevante partijen uit het veld te betrekken bij het formuleren van een kennisvraag. Hierbij kan ook gebruik worden gemaakt van bestaande netwerken met onderzoekers. Verdere betrokkenheid van onderzoekers is vooral relevant wanneer de geselecteerde kennisvraag wordt uitgewerkt tot een subsidieaanvraag.
Onderbouwing impactvolle kennisvragen
-
De relevantie van de kennisvraag is objectief onderbouwd op basis van de criteria zoals opgenomen in het maatschappelijk agenderingskader van Zorginstituut Nederland.
De genoemde effecten kunnen bijdragen aan meerdere criteria van het maatschappelijk agenderingskader, bijvoorbeeld gezondheidswinst, een vermindering van de benodigde arbeidsinzet in de zorg en/of financiële impact.
Het is belangrijk om in de onderbouwing van een kennisvraag duidelijk te maken welke directe en indirecte effecten worden verwacht en hoe deze bijdragen aan passende zorg. Daarbij gaat het om een plausibele redenering over de verwachte effecten, en de waarschijnlijkheid dat deze daadwerkelijk worden gerealiseerd. Niet ieder effect hoeft vooraf exact gekwantificeerd te kunnen worden, maar een (grove) schatting van het beoogde effect mag niet ontbreken. Het is belangrijk om de verwachte maatschappelijke impact zo concreet mogelijk te beschrijven en de aannames te onderbouwen, bij voorkeur op basis van literatuur of rapporten. -
Samen beslissen is 1 van de 4 principes van passende zorg. Onderzoek dat bijdraagt aan betere informatievoorziening voor patiënten en zorgvragers, en hun naasten, kan hen ondersteunen bij het maken van keuzes die aansluiten bij hun persoonlijke situatie en voorkeuren.
De maatschappelijke meerwaarde van dergelijk onderzoek hoeft niet uitsluitend te bestaan uit directe kostenbesparingen. Ook het verbeteren van de aansluiting van zorg op de behoeften van patiënten en zorgvragers kan relevant zijn. Eventuele financiële effecten kunt u daarbij als aanvullend gevolg beschrijven.
Het is belangrijk om bij de onderbouwing van een kennisvraag duidelijk te maken hoe de verwachte resultaten bijdragen aan de aspecten van passende zorg en welke maatschappelijke impact daarmee wordt beoogd.
Het formuleren van een goede kennisvraag en PICO
-
Een kennishiaat beschrijft welke kennis ontbreekt om een onderbouwde beslissing over zorg te kunnen nemen. Vanuit dit kennishiaat kan een concrete kennisvraag worden geformuleerd. Daarin wordt beschreven welke informatie nodig is om het kennishiaat op te lossen. De onderzoeksopzet beschrijft vervolgens hoe de benodigde kennis kan worden verkregen door middel van het uitvoeren van onderzoek.
Tijdens de informatiebijeenkomst op 5 oktober werd benadrukt dat het belangrijk is om eerst het kennishiaat en de bijbehorende kennisvraag scherp te formuleren, voordat wordt nagedacht over de onderzoeksopzet. Daarbij is het van belang om duidelijk te maken welke zorginterventies worden vergeleken, en welke informatie nodig is voor bijvoorbeeld richtlijnontwikkeling, pakketbeheer of andere besluitvorming over passende zorg. -
Een goede kennisvraag is concreet, afgebakend en bevat een duidelijke vergelijking. Het PICO-format helpt om een kennisvraag concreet en gestructureerd te formuleren. Het format wordt vaak gebruikt voor vragen over de effectiviteit van behandelingen, en is geschikt voor het formuleren van andere typen kennisvragen. Denk hierbij aan kennisvragen over behandelstrategieën, de volgorde van behandelingen, de organisatie van zorgpaden en diagnostische interventies.
Tijdens de informatiebijeenkomst is, als voorbeeld, ingegaan op diagnostische onderzoeksvragen. Hierbij is het belangrijk dat niet uitsluitend wordt gekeken naar diagnostische accuraatheid, zoals sensitiviteit en specificiteit, maar ook naar het klinisch nut van de diagnostiek.
Of een kennisvraag binnen de Gerichte ronde past, hangt niet alleen af van de mogelijkheid om deze in een PICO-format te formuleren, maar ook van de inhoudelijke aansluiting bij de doelstellingen en de voorwaarden. -
In de agenderingsfase is het belangrijk om het kennishiaat en de bijbehorende kennisvraag voldoende concreet te formuleren. U maakt duidelijk op welke patiëntengroep, interventie, vergelijking en relevante uitkomsten de kennisvraag betrekking heeft. De kennisvraag dient concreet uitgewerkt te zijn, zodat deze direct gebruikt kan worden voor het uitzetten via een gerichte subsidieoproep.
Het is niet noodzakelijk om in de agenderingsfase al een onderzoeksopzet uit te werken. Het aanleveren van een eerste denkrichting voor het studiedesign in het aanmeldformulier is optioneel. Het definitief uitwerken van het studiedesign volgt in de fase dat de subsidieoproep openstaat. De hoofdaanvrager werkt, samen met de projectgroep, in de subsidieaanvraag een studiedesign uit. De keuze voor deze opzet wordt goed onderbouwd en laat zien hoe de kennisvraag hiermee beantwoord kan worden.
-
Bij het indienen vragen we u de kennisvraag scherp af te bakenen. Zo is het duidelijk wat wel en niet onderzocht gaat worden. Het definiëren van de uitkomstmaten is daar een onderdeel van. Het ontbreken van blindering of het gebruik van patiëntgerapporteerde uitkomstmaten hoeft niet op voorhand een belemmering te vormen voor het indienen van een kennisvraag.
Zo is er tijdens de informatiebijeenkomst werd een praktijkvoorbeeld uit de psychiatrie besproken, waarbij 2 bestaande behandelvormen zijn vergeleken. Blindering was bij deze interventies niet goed mogelijk. Uitkomstmaten zoals symptomen, herstel en functioneren werden daarbij als relevant beschouwd.
Kortom, het is belangrijk dat de gekozen uitkomstmaten aansluiten bij de kennisvraag, en dat in de onderzoeksopzet rekening wordt gehouden met mogelijke beperkingen, zoals het ontbreken van blindering.
Reikwijdte van de gerichte ronde
-
Binnen het kaderprogramma Passende Zorg staat onderzoek naar zorg die vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) wordt vergoed, centraal. Het gaat om niet-farmacotherapeutische zorg binnen de Zvw, of om zorg die zowel de Zvw als de Wet langdurige zorg (Wlz) raakt. Kennisvragen die uitsluitend betrekking hebben op zorg die buiten deze kaders valt, zoals zorg die wordt gefinancierd vanuit de Jeugdwet of de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), passen niet binnen de gerichte ronde.
-
De kennisvraag heeft primair betrekking op zorg die wordt geleverd vanuit de Zvw of een combinatie van de Zvw en de Wlz. Zorggerelateerde preventie voor individuele patiënten kan binnen de Zvw vallen. Collectieve of publieke preventie valt doorgaans onder de Wet publieke gezondheid, of wordt bekostigd door gemeenten. Voor het agenderen van een kennisvraag over preventie binnen de Gerichte ronde is daarom van belang om eerst na te gaan of deze vorm van preventie valt onder de Zvw. Meer informatie vindt u in het Zvw-kompas.
ZonMw-procedures kennisvragen en subsidieaanvragen
-
Beroeps- en koepelorganisaties kunnen kennisvragen agenderen die bijdragen aan de beweging naar passende zorg. Hiermee geven zij aan welke specifieke kennis zij specifiek nodig hebben. De kennisvraag moet zodanig geformuleerd zijn dat de resultaten direct kunnen bijdragen aan een besluit over richtlijnen, pakketbeheer of contractering.
Het agenderen van kennisvragen is geen subsidieaanvraag, maar een stap in voorbereiding op een gerichte subsidieregeling die ZonMw open wil stellen voor geselecteerde kennisvragen.
Voor geselecteerde kennisvragen publiceert ZonMw vervolgens een subsidieoproep op de website. In deze subsidieoproep staat aangegeven welke organisaties subsidie kunnen aanvragen. Voor organisaties die onderzoek uitvoeren en subsidie willen aanvragen, is het belangrijk om voor het aanvragen van de subsidie vast te stellen of zij kwalificeren als onderzoeksorganisatie. Voor onderzoeksorganisaties gelden binnen de Europese staatssteunregels namelijk andere voorwaarden dan voor ondernemingen. ZonMw hanteert hiervoor de procedure ‘Kwalificatie onderzoeksorganisatie’. De uiterste indieningsdatum van de stukken voor de kwalificatietoets wordt vermeld in de subsidieoproep. Meer informatie hierover is beschikbaar via de ZonMw-website.
Heeft u meer vragen?
Stuur dan een e-mail naar programmapassendezorg@zonmw.nl en vermeld in de titel van de betreffende ronde. We beantwoorden uw vragen graag.