Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Samen kennis ontwikkelen voor de aanpak van gokproblemen

‘De nieuwe consortia gaan het jonge onderzoeksveld en de praktijk zeker verder helpen’, aldus ZonMw-programmacommissievoorzitter Wim van den Brink
Laatst aangepast:

Hoe zijn gokproblemen te voorkomen? En welke behandelingen van gokverslaving werken het beste? ZonMw zorgt voor onderzoek hiernaar. ‘Dit moet leiden tot effectiever preventiebeleid en betere zorg’, zegt Wim van den Brink, voorzitter van de ZonMw-programmacommissie én emeritus hoogleraar Verslavingszorg. 

De impact van een gokverslaving

Van den Brink herinnert zich het verhaal nog goed: het gedreven bestuurslid van een sportvereniging. ‘De man zette zich enthousiast in voor de club. Maar hij was ook degene die deze financieel aan de afgrond bracht. Want hij plunderde de kas om zijn gokverslaving te bekostigen. Dit blijft me altijd bij. Triest om te zien hoe aardige mensen met goede intenties door hun gokverslaving alles kapot kunnen maken.’

Gokken is verslavend

Dat gokken tot verslaving kan leiden, was bij de start van Van den Brinks hoogleraarschap in 1992 geen wijdverbreid inzicht, blikt hij terug. ‘De gedachte was destijds meestal: een verslaving gaat gepaard met lichamelijke afhankelijkheid, bijvoorbeeld van alcohol of drugs. Maar eind jaren negentig zag ik ineens steeds vaker mensen met ernstige gokproblemen op verslavingsafdelingen. Ze hadden hun baan verloren, schulden gemaakt en hun relaties kwamen onder druk te staan. Sommigen hadden zelfs een suïcidepoging gedaan. Toch konden ze niet stoppen met gokken. Hun gedrag leek sterk op dat van mensen met een middelenverslaving die immers ook doorgaan met gedrag waarvan ze weten dat het enkel schade oplevert.’

Baanbrekend promotieonderzoek van Anneke Goudriaan uit 2005 liet zien dat ook gokken een verslaving kan zijn, vervolgt Van den Brink. ‘Sindsdien zijn meer onderzoekers zich met het thema gaan bezighouden.’

Wat verstaan we onder de term 'gokschade'?

Gokschade gaat over de nadelige gevolgen van gokken. De schade kan op veel terreinen optreden: financiën, lichamelijke en mentale gezondheid, relaties, werk, studie, criminaliteit. Soms zijn de gevolgen van het gokken tijdelijk en licht, soms ernstig en blijvend. Niet alleen de persoon die gokt, ervaart gokschade. Ook familie, vrienden, gemeenschappen en de maatschappij kunnen de gevolgen ondervinden. Gokschade kan ontstaan bij zowel hoog-risico gokgedrag als bij laag-risico gokgedrag. (Bron: Expertisecentrum Gokken/Trimbos-instituut.)

Jong onderzoeksveld

Het onderzoeksveld is dus nog relatief jong en veel vragen zijn onbeantwoord. Van den Brink: ‘Zo weten we bijvoorbeeld weinig over risicofactoren voor een gokverslaving, hoe je gokproblemen vroeg herkent en welke behandelingen goed werken.’

Daarom is het zo belangrijk dat ZonMw een bijdrage levert aan de preventie en behandeling van gokverslaving, gokgerelateerde schade en gokproblematiek door nieuwe kennis te vergaren. En het gebruik daarvan in de preventie- en behandelpraktijk te stimuleren, benadrukt Van den Brink. ‘Zeker omdat we een toename zien van het aantal mensen met een gokverslaving in de verslavingszorg. Mogelijk hangt dat ook samen met de legalisering van het online gokken in 2021. Je ziet dat het online gokken een veel jongere doelgroep bereikt, en dat is zorgelijk. Er is meer kennis nodig om onze jongeren beter te kunnen beschermen.’

De nieuwe wet Kansspelen op afstand (Koa) reguleert de online gokmarkt. Uit deze wet vloeit ook het Verslavingspreventiefonds voort, dat de Kansspelautoriteit beheert. ‘Vanuit dit Verslavingspreventiefonds worden het ZonMw-programma Preventie van Kansspelverslaving 2025-2030 en het voorgaande programma Preventie van Kansspelverslaving gefinancierd’, vertelt Van den Brink.

Cijfers over gokken

69 procent van de Nederlanders gokte in de periode maart 2025-maart 2025. Dit is 37 procent als (niet verslavende) loterijen buiten beschouwing worden gelaten. 12 procent van de bevolking gokte online. 4 procent van alle personen die in deze periode hebben gegokt voldeed aan de criteria voor een gematigd-risico gokker en 2 procent aan die van een hoog-risico gokker. Van alle online gokkers viel 20 procent in de categorie ‘gematigd of hoog risico’ op problematisch gokgedrag en bij degenen die (ook) illegale goksites gebruiken is dit zelfs 54 procent (Ipsos I&O 2025).

Na een daling van het aantal personen in de verslavingszorg met als primair probleem gokken neemt dit aantal sinds 2023 weer toe, tot 3100 in 2025. Het gaat om een groei van 55 procent in enkele jaren. Volgens onderzoekers moet deze waarschijnlijk grotendeels worden toegeschreven aan de toename van het online gokken (Landis, 2026).

Hoopgevend onderzoek

Als voorzitter van de programmacommissie was Van den Brink betrokken bij het beoordelen van onderzoeksvoorstellen voor deze programma’s. ‘Wat ik vooral mooi vind om te zien, is dat onderzoekers kennis gaan ontwikkelen samen met mensen om wie het gaat: mensen met (voorheen) een gokverslaving en hun naasten. Zo hopen we dat de resultaten de mensen ook echt kunnen gaan helpen.’

Hij vervolgt: ‘Enkele gehonoreerde projecten van het eerste programma gaan over het herkennen van gokproblemen bij risicogroepen. Zo wordt er gewerkt aan een signaleringslijst voor mensen met een lichte verstandelijke beperking; een groep met een verhoogd risico. Een mooi project vind ik ook de community-aanpak voor vroegsignalering van gokproblemen die ze in Rotterdam ontwikkelen. Verschillende instanties in de stad moeten samenwerken om vroegtijdig personen te identificeren die mogelijk een gokprobleem hebben, om hen sneller bij de hulpverlening te krijgen.’

Andere projecten gaan over hoe professionals op een goede manier hulp kunnen bieden aan mensen die al schade door gokken ervaren. ‘Een mooi voorbeeld is de ontwikkeling van een laagdrempelig online programma dat mensen met gokproblemen straks zelfstandig kunnen doorlopen’, vertelt Van den Brink. ‘Bij een ander veelbelovend onderzoek krijgen mensen met een gokverslaving elektromagnetische pulsjes door hun schedel om zo hopelijk hun impulsiviteit, en daarmee het gokgedrag, te verminderen of zelfs te stoppen.’

Afbeelding
Het onderzoeksveld is dus nog relatief jong en veel vragen zijn onbeantwoord.
Wim van den Brink
Voorzitter van de ZonMw-programmacommissie Preventie van Kansspelverslaving en emeritus hoogleraar Verslavingszorg

3 nieuwe consortia

In 2025 ging het vervolgprogramma Preventie van Kansspelverslaving 2025-2030 van start. ‘De onderzoeksthema’s komen grotendeels overeen met het eerste programma’, zegt Van den Brink. ‘Wat wel nieuw is bij dit vervolgprogramma, is dat er gewerkt moet worden in interdisciplinaire samenwerkingsverbanden (consortia) van onderzoekers.’

Hij vervolgt: ‘Drie consortia gaan de projecten uitvoeren. Het eerste consortium van vooral gedragsdeskundigen onderzoekt welke groepen kwetsbaar zijn voor schade door gokken en hoe kenmerken van gokspellen en reclame hieraan bijdragen. Een tweede consortium van vooral epidemiologen en preventiedeskundigen buigt zich over de vraag: kunnen we al in een vroeg stadium aan iemands gokgedrag merken dat het misgaat en dan snel hulp inschakelen? Een derde consortium van met name psychiaters en psychologen gaat aan de slag met diagnostiek, interventie en behandeling van gokverslaving.’ 

Als voorzitter van de programmacommissie is Van den Brink onder de indruk van de ‘uiterst relevante en kwalitatief goede interdisciplinaire projecten’ van het vervolgprogramma: ‘Ik denk dat daar mooie resultaten uit gaan komen. Zo las ik een voorstel om op basis van bestaande data uit de gokindustrie risicoprofielen van het gokgedrag van online gokkers op te stellen. Ook zijn er ideeën voor het testen van geneesmiddelen voor de behandeling van mensen met een gokverslaving. En een plan om kritisch te analyseren wat gokaanbieders hun klanten vertellen over de veiligheid van hun producten.’

Duurzame kennisinfrastructuur

ZonMw-programma’s over de preventie van kansspelverslaving en haar vervolg vanaf 2025 dragen zo bij aan het ontstaan van een ‘stabiel netwerk van onderzoekers die zich op creatieve en productieve wijze met gokschade bezighouden’, zegt Van den Brink. ‘Dankzij de middelen vanuit het Verslavingspreventiefonds van de Kansspelautoriteit kunnen meer onderzoekers met dit thema aan de gang.’

Hij gaat verder: ‘Ik vind het belangrijk dat we bouwen aan een onderzoeksinfrastructuur. Met snelle verbindingen binnen en tussen de onderzoeksconsortia kunnen experts elkaar veel sneller vinden. Ook kunnen innovaties binnen het ene consortium leiden tot implementatie in hetzelfde consortium, maar ook in andere consortia. Zo kunnen we dit onderzoeksveld professionaliseren en wetenschappelijk onderzoek sneller inzetten voor praktijkverbeteringen.’

Resultaten op lange en korte termijn

Op de langere termijn kunnen de resultaten van beide programma’s leiden tot strengere regels om spelers beter te beschermen en gokken te ontmoedigen, denkt Van den Brink. Op kortere termijn verwacht hij nieuwe psychologische en medische behandelingen. ‘Het programma zal zeker concrete interventies opleveren. Ik kijk daar naar uit.’

Afbeelding
Het programma zal zeker concrete interventies opleveren. Ik kijk daar naar uit.
Wim van den Brink
Voorzitter van de ZonMw-programmacommissie Preventie van Kansspelverslaving en emeritus hoogleraar Verslavingszorg
Colofon
Auteur:
Femke van den Berg
Redacteur:
ZonMw