Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

‘We moeten het VN-verdrag Handicap sexy maken’

Ellis Jongerius (LFB) en Deborah Lauria (Ieder(in)) over 10 jaar VN-verdrag Handicap
portretfoto Deborah en Ellis

10 jaar na de ratificatie van het VN-verdrag Handicap is Nederland nog lang niet waar het zou moeten zijn, zeggen Ellis Jongerius (Vereniging LFB) en Deborah Lauria (Ieder(in)). ‘We moeten minder praten en meer doen’, zegt Jongerius. Lauria formuleert het even direct: ‘Maak een inhaalslag, geef gas.’

Voor Deborah Lauria, directeur van belangenorganisatie Ieder(in), betekent het VN-verdrag Handicap erkenning voor mensen met een beperking of chronische ziekte en voor hun naasten. ‘Die erkenning ontbrak tot Nederland dit verdrag in 2016 ratificeerde’, zegt ze. Het verdrag beschrijft volgens haar welke waarborgen nodig zijn voor een leven op gelijke voet met anderen. Dat klinkt misschien theoretisch, maar voor Deborah is het dat juist niet. ‘Uiteindelijk hebben we het over het dagelijkse leven van mensen.’ 

Ook Ellis Jongerius, directeur van Vereniging LFB door en voor mensen met een verstandelijke beperking, ziet het verdrag praktisch. Voor haar betekent het ‘heel simpel dat er een samenleving is waarin iedereen kan deelnemen’. En dan niet op 1 terrein, maar overal: vrije tijd, wonen, werken, onderwijs, zorg en bestaanszekerheid. Het gaat ook over ontwikkeling, gezien worden en gehoord worden. ‘Juist voor mensen met een verstandelijke beperking is dat essentieel.’ De LFB trok daarom samen met onder meer Ieder(in) in 2024 op richting Genève, waar het VN-comité Nederland beoordeelde. ‘Dat was niet positief. Het comité had al veel meer veranderd willen zien, en wij als belangenorganisaties ook.’

1 / 1

'Iederéén heeft baat bij een toegankelijke samenleving.’

Ellis Jongerius, directeur Vereniging LFB

Te weinig en te klein

Wat is er de afgelopen 10 jaar wél veranderd? Lauria noemt concrete stappen: de erkenning van de Nederlandse Gebarentaal als officiële taal, de aanpassing van artikel 1 van de Grondwet (‘handicap’ is nu ook officieel erkend als discriminatiegrond), het opstellen van de Nationale Strategie voor de implementatie van het VN-verdrag Handicap en een bijbehorende werkagenda. Toch is ze kritisch, want veel blijft hangen in mooie voornemens. Ze noemt als voorbeeld de NEN-norm voor toegankelijke gebouwen, die op dit moment wordt getest in een pilot. ‘In de werkagenda staat: “We evalueren over 3 jaar hoe de markt ermee omgaat.” Tja, dat betekent dat dan het gesprek weer van voren af aan begint, terwijl vrijwel iedereen nu al blij is met die duidelijke norm.’ Samenvattend: er zijn wel degelijk dingen verbeterd, ‘maar het is te weinig en te klein.’

Ook Ellis Jongerius ziet vooral kleine stappen: er is meer bereidheid om ervaringen en praktijkkennis te benutten; apps zijn toegankelijker geworden voor mensen met een verstandelijke beperking, ingewikkelde brieven kunnen makkelijker worden omgezet in eenvoudige taal, en informatie is sneller op te zoeken. Maar ze ziet ook ‘meer stapjes terug dan stapjes vooruit’. De kern is volgens haar dat het VN-verdrag Handicap nog te veel wordt gezien als uitsluitend bedoeld voor mensen met een beperking. ‘Terwijl de hele samenleving dit verdrag nodig heeft. Allemaal worden we ouder. Allemaal kunnen we een ongeluk krijgen. Allemaal kunnen we een hersenbloeding krijgen. Iederéén heeft baat bij een toegankelijke samenleving.’

Verdrag sexy maken

Welke kennis ontbreekt nog? Ellis Jongerius legt het accent op beeldvorming en ervaringskennis. Veel mensen weten nauwelijks wat het VN-verdrag Handicap is. Het is taaie kost, zegt ze, en daardoor voelt het voor velen als ‘gedoe’. Dat moet anders. ‘Het VN-verdrag Handicap wordt niet gezien als iets moois.’ Deborah Lauria haakt daar enthousiast op in: ‘Ja! We moeten het VN-verdrag sexy maken!’ Dat kan volgens haar door het in te bouwen in het onderwijs en in beroepsopleidingen. ‘Het begint bij kennis van het verdrag zelf en van de basisprincipes: autonomie, gelijkheid en participatie op gelijke voet.’ Die kennis moet ook aanwezig zijn bij ambtenaren, onderwijzers, zorgprofessionals, medische opleidingen, beroepsopleidingen en juristen. ‘Wat betekent het concreet: op gelijke voet kunnen participeren? Dat besef ontbreekt vaak, maar het is een hartstikke mooi en dankbaar onderwerp om mee bezig te zijn.’

1 / 1

'Liever kleine successen in een stijgende lijn dan eindeloos wachten op perfecte voorwaarden.'

Deborah Lauria, directeur Ieder(in)

Van papier naar praktijk

Waar moeten we morgen mee beginnen of mee stoppen? ‘Stop met denken dat het niet belangrijk genoeg is, te ingewikkeld is of later wel kan’, antwoordt Deborah Lauria. ‘Morgen gewoon gelijk beginnen. Liever kleine successen in een stijgende lijn dan eindeloos wachten op perfecte voorwaarden. We hebben een inhaalslag te maken. Gas erop dus.’ Ellis Jongerius sluit zich daarbij aan, want zij wil beginnen met het aanpakken van het ‘laaghangend fruit’ ofwel de eenvoudige aanpassingen. Ook pleit ze voor een snellere overgang van papier naar praktijk. ‘Maak toegankelijkheid in de praktijk waar, zodat mensen om mij heen ook kunnen zien: dit heeft waarde. Hier is iedereen bij gebaat.’ Ze noemt het openbaar vervoer en toegankelijke toiletten als voorbeelden. ‘Waarom kan het in heel veel andere landen wél goed geregeld worden? We moeten minder praten en meer doen.’

De wens van Deborah Lauria voor de komende 10 jaar is helder: de overheid moet werk maken van het verdrag op alle levensterreinen. Bestaanszekerheid is daarbij voor haar een hoofdthema. ‘Ik zie dat zorg en ondersteuning duurder worden en dat er zelfs nieuwe wetten in de maak zijn die niet stroken met het VN-verdrag Handicap. Dat baart mij grote zorgen.’ Ook wil ze dat verschillen tussen gemeenten worden teruggedrongen. ‘Gemeentelijke beleidsvrijheid leidt tot ongelijkheid. We zien dat sommige mensen beter worden geholpen dan anderen. Dat is niet goed.’

Interviews over 10 jaar VN-verdrag Handicap in Nederland

Op 14 juli 2016 sloot Nederland zich aan bij het VN-verdrag Handicap. Daarin staat wat de overheid moet doen om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking kunnen meedoen in de samenleving. In een interviewreeks vragen we verschillende mensen naar hun visie op het verdrag. Wat is er de afgelopen 10 jaar veranderd? Wat staat er op hun verlanglijstje voor de komende jaren? En hoe kan kennis helpen om het VN-verdrag uit te voeren?