‘Inclusie moet niet afhankelijk zijn van enthousiaste docenten of begeleiders.'
Elke van Doorn van ECIO en Zita Schimmelpenninck van JongPIT kijken vanuit 2 werelden naar het VN-verdrag Handicap: inclusief onderwijs en jongeren met een beperking. Maar hun conclusie is eensgezind: niemand is verantwoordelijk voor de uitvoering van het verdrag en dat moet veranderen.
Voor Zita Schimmelpenninck is het VN-verdrag Handicap zowel persoonlijk als professioneel van betekenis. Zij werkt bij JongPIT, dat opkomt voor jonge mensen met een chronische aandoening of beperking. Zelf heeft ze een angststoornis, chronische depressie en PTSS. Daardoor moet ze letten op prikkels, paniekaanvallen en haar energieniveau. Voor haar is het VN-verdrag Handicap ‘een basis die mensen helpt om meer naar elkaar om te kijken’. Ook JongPIT ziet het verdrag als een minimale basis voor hoe we met elkaar kunnen omgaan. En dat is zinvol, want jongeren met een beperking vallen volgens Schimmelpenninck vaak tussen wal en schip: ‘In het jongerendomein worden beperkingen vergeten, in de gehandicaptenwereld jongeren.’
Fundamentele verschuiving
Een fundamentele verschuiving in denken: dat is het VN-verdrag Handicap voor Elke van Doorn. Zij werkt bij ECIO, het Expertisecentrum Inclusief Onderwijs, dat mbo’s, hbo’s en universiteiten helpt om onderwijs inclusiever in te richten. ‘Wie het verdrag op de juiste manier interpreteert, ziet dat het onderwijssysteem zich moet aanpassen aan de diversiteit van studenten.’ Tot haar vreugde ziet ze inderdaad steeds vaker een proactieve inclusieve houding bij onderwijsinstellingen. ‘Inclusie wordt serieuzer genomen en komt vaker terug in beleidsplannen.’ Zo stelde ECIO intentieverklaringen op rond het VN-verdrag Handicap, die mbo’s, hbo’s en universiteiten ondertekenden.
En daar zit meteen de volgende uitdaging, zegt Van Doorn: ‘Van intentie naar implementatie is een grote stap. Zo zien we bijvoorbeeld dat er binnen het passend onderwijs in het mbo veel inzet, tijd en middelen gaan naar individuele voorzieningen en maatwerk achteraf. Dat is waardevol en noodzakelijk, maar blijft vooral reactief. De grotere omslag moet zijn dat scholen vooraf drempels wegnemen. Denk aan fysieke drempels, liften die niet werken, video’s zonder ondertiteling, documenten die niet leesbaar zijn met spraaksoftware, of curricula die maar op 1 type student zijn ingericht.’
Urgentie ontbreekt
Zita Schimmelpenninck ziet meer openheid. ‘Mensen durven vaker te vragen wat iemand met een beperking nodig heeft en zijn minder bang om over beperkingen of kwetsbaarheid te praten.’ Tegelijkertijd ziet ze dat afspraken uit het VN-verdrag, bijvoorbeeld rond toegankelijk openbaar vervoer, onvoldoende worden nagekomen. Volgens haar ligt dat niet altijd aan gebrek aan kennis. ‘Binnen ministeries, overheden en organisaties zit veel deskundigheid klaar. Maar politieke prioriteit en urgentie ontbreken te vaak. Het VN-verdrag Handicap is wel een afspraak en in principe een verplichting, maar niemand is echt verantwoordelijk als doelen niet worden gehaald.’
Wie is verantwoordelijk?
Juist als het gaat om verantwoordelijkheid komen de wensen van Zita Schimmelpenninck en Elke van Doorn voor de komende 10 jaar overeen. Van Doorn hoopt dat inclusie vanaf nu geen ambitie of project meer is, maar een vanzelfsprekend ontwerpprincipe. ‘Inclusie moet niet afhankelijk zijn van enthousiaste docenten, studentendecanen of begeleiders. Denk vooraf na over verschillende leerroutes. Zorg standaard voor meerdere toetsvormen.’ Daarvoor moet eigenaarschap beter worden belegd: ‘Wie is er verantwoordelijk voor dat onderwijs inclusief is voor iedereen? Binnen instellingen moet iemand aanspreekbaar zijn op het resultaat.’
Schimmelpenninck wenst vooral dat verantwoordelijkheid landelijk duidelijker wordt. JongPIT pleit voor een minister voor inclusie die zich bezighoudt met onderwijs, vervoer, zorg, wonen, werk én nieuwbouw. ‘Nu moet telkens per ministerie of dossier opnieuw worden gevochten voor toegankelijkheid.’ Duidelijkheid over verantwoordelijkheid kan versnelling brengen: ‘Eerder waren er personen die toegankelijkheid zichtbaar maakten, zoals Tweede Kamerlid Lucille Werner en Minister voor Gehandicaptenzaken Rick Brink, maar zij hadden geen ministeriële verantwoordelijkheid. Het zou mooi zijn als die verantwoordelijkheid er wél was.’
Omgekeerde piramide
Elke van Doorn wil liefst morgen verder met structureel inclusief ontwerp. Zij verwijst naar een piramidevorm: alle onderwijsomgevingen moeten zo worden ingericht dat een zo groot mogelijke groep mensen met een beperking autonoom kan meedoen. Daarbovenop blijft maatwerk nodig voor studenten die extra ondersteuning vragen. ‘Maar nu staat de piramide te vaak op z’n kop: voor de meeste studenten met een beperking wordt individueel maatwerk opgetuigd, omdat de basis niet toegankelijk genoeg is. Dan ben je eigenlijk aan het dweilen met de kraan open.’
Volgens Van Doorn ontbreekt het vooral aan systeemkennis: hoe laat je inclusie werken in de praktijk? ‘Scholen worstelen met de vraag hoe ze docenten meekrijgen. Maar die hebben het al druk en ervaren inclusie al snel als een extra taak, terwijl het juist onderdeel zou moeten zijn van goed onderwijs. Professionalisering van mensen op de werkvloer is daarom een grote uitdaging.’
Stop met verkennen
Zita Schimmelpenninck vindt dat kennis er juist wél is bij ervaringsdeskundigen en belangenorganisaties. Wat volgens haar ontbreekt, is de stap om die kennis serieus te betalen, te testen en toe te passen. Te vaak blijft het bij ‘verkennen wat er nodig is’, terwijl de basis al in het VN-verdrag Handicap staat. ‘Stop met verkennen,’ zegt zij dan ook resoluut. ‘Betrek ervaringsdeskundigen niet symbolisch, maar op inhoud. Zorg dat ze een fatsoenlijke vergoeding krijgen. En veranker hun kennis in beleid, uitvoering en toetsing. Alleen dan wordt het VN-verdrag Handicap meer dan een mooie afspraak op papier.’
Interviews over 10 jaar VN-verdrag Handicap in Nederland
Op 14 juli 2016 sloot Nederland zich aan bij het VN-verdrag Handicap. Daarin staat wat de overheid moet doen om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking kunnen meedoen in de samenleving. In een interviewreeks vragen we verschillende mensen naar hun visie op het verdrag. Wat is er de afgelopen 10 jaar veranderd? Wat staat er op hun verlanglijstje voor de komende jaren? En hoe kan kennis helpen om het VN-verdrag uit te voeren?
Colofon
Tekst: Stan Verhaag
Fotografie: Sietske Raaijmakers