SO-NUTS: nieuwe inzichten voor preventie van sarcopene obesitas
Het internationale consortium SO‑NUTS richtte zich op sarcopene obesitas: spiermassa- en spierfunctieverlies en overgewicht bij ouderen. Een interdisciplinair team werkte aan nieuwe kennis, een vroege risicomaat en een prototype applicatie voor leefstijlverandering. Het project is afgerond en krijgt een praktijkgericht vervolg met SONETTO.
SO-NUTS werd gefinancierd door HDHL. Bij het onderzoek waren partners uit Nederland (Hogeschool van Amsterdam HvA en Erasmus MC), Oostenrijk, Frankrijk, Spanje en Tsjechië betrokken. Josje Schoufour, associate lector aan de HvA, was als onderzoeker vanuit Nederland betrokken bij het SO-NUTS-project.
Meer inzicht in sarcopene obesitas
SO-NUTS heeft op meerdere fronten belangrijke inzichten opgeleverd. ‘Het is best lastig om er één te noemen,’ vertelt Schoufour. ‘Ik denk dat we met een mooi consortium hebben bijgedragen aan het beter begrijpen van sarcopene obesitas én belangrijke inzichten hebben gekregen in hoe we dit kunnen voorkomen.’
Een belangrijke opbrengst is de ontwikkeling van de Sarcopenic Obesity Phenotype Index (SOPi). ‘Door een maat te ontwerpen die nog ver vóór de officiële diagnose van sarcopene obesitas het risico kan vaststellen, hebben we denk ik een belangrijk instrument ontwikkeld.’
Ook de gesprekken met eindgebruikers van de ontwikkelde applicatie leverden veel nieuwe inzichten op. ‘We hebben veel geleerd over hoe we oudere volwassenen het beste kunnen begeleiden om meer te bewegen, met name krachttraining, en gezonder te eten, bijvoorbeeld voldoende eiwitten. Krachttraining is essentieel om spiermassaverlies en functieverlies zoveel mogelijk tegen te gaan en je hebt hier voldoende eiwitten vanuit de voeding voor nodig. Waar we ons bewust op gericht hebben, is dat bij gewichtsverlies, zeker als dit snel gaat, je ongewenst veel spiermassa verliest. Daarom is juist de combinatie van gezonde voeding met veel eiwitten én veel bewegen en krachttraining zo belangrijk.’
Daarnaast gaf het project inzicht in de rol van technologie hierbij. ‘We weten nu beter hoe de techniek eruit moet zien en hoe die moet werken. De applicatie moet bijvoorbeeld een eenvoudige interface hebben met een duidelijk contrast en een vriendelijke taal, stap-voor-stap begeleiding, niet te veel informatie in een keer en geen gebruik van jargon, persoonlijke doelen, gepersonaliseerd advies, het monitoren van voortgang, chatfunctie en sociale interactie met peers.
Uiteindelijk komt er een product dat vanuit verschillende expertises bekeken is, en dat is heel belangrijk voor de kwaliteit en bruikbaarheid van het eindresultaat.
De kracht van samenwerking
Binnen SO-NUTS werkten voedingskundigen, bewegingswetenschappers, artsen, ICT-specialisten, designers en gedragswetenschappers nauw samen. Die multidisciplinaire aanpak kostte in het begin tijd, maar bleek juist de kracht van het project. ‘De samenwerking tussen de partners was heel sterk. In het begin moet je elkaar leren begrijpen en kost het misschien wat meer tijd om te komen tot een besluit,’ vertelt Schoufour. ‘Maar uiteindelijk komt er een product dat vanuit verschillende expertises bekeken is, en dat is heel belangrijk voor de kwaliteit en bruikbaarheid van het eindresultaat.’
Door het brede consortium zijn de resultaten bovendien breed internationaal gedeeld. ‘Niet alleen heb je daardoor impact met de SO-NUTS-resultaten, maar krijgt sarcopene obesitas in algemene zin meer aandacht. Dat is heel mooi en belangrijk!’
Lessen uit het ontwikkelen van de app
Binnen het project werd een prototype van een applicatie ontwikkeld om oudere volwassenen te ondersteunen bij gezonder eten en meer bewegen. Dat leverde veel praktische inzichten op over app-ontwikkeling in onderzoek. ‘Het is belangrijk om van tevoren te bedenken wat het doel is voor de app vanuit het project,’ vertelt Schoufour. ‘Is je doel vooral inzicht krijgen in design en gebruik, dan wil je zelf het liefst bouwen, zodat je alles zelf kan bepalen, zoals bij SO-NUTS’.
‘De stap naar een app die echt gebruikt kan worden in de praktijk blijft nog steeds groot. Is dat het doel, dan is het mogelijk handig om vanaf het begin samen te werken met een platform dat de app ook kan hosten.’ Deze ervaringen vormen een belangrijke basis voor vervolgonderzoek binnen SONETTO, waarin de focus meer ligt op implementatie, opschaling en toepassing in de praktijk.
Vervolg in SONETTO: van onderzoek naar praktijk
‘Het vervolg van SO-NUTS is SONETTO. Daarin gebruiken we de inzichten en producten uit SO-NUTS en werken we toe naar een vernieuwde applicatie die in de praktijk gebruikt kan worden én betrekken we de zorgprofessional bij het uitvoeren van de interventie,’ legt Schoufour uit. ‘Hierbij maken we gebruik van een bestaand platform met een groot aantal technische mogelijkheden waarvan we weten, uit SO-NUTS, dat die belangrijk zijn.’
Zo bleek uit SO-NUTS duidelijk waar gebruikers behoefte aan hebben. ‘Deelnemers willen contact met een onderzoeker of zorgverlener, maar ook met andere deelnemers. Ze willen werken aan kleine gewoontes, hun voortgang monitoren, doelen stellen, positieve feedback ontvangen, en een duidelijke agenda met taken.’
Tegelijkertijd werd een belangrijke beperking zichtbaar. ‘Bij een “stand-alone” applicatie missen deelnemers de menselijke kant van begeleiding. Daarom ontwikkelen we in SONETTO een applicatie die zich richt op “blended care”, waarbij naast de app ook de leefstijlprofessional een belangrijke rol speelt. Daarnaast ontwikkelen we e-learnings voor leefstijlprofessionals gericht op hoe ze technologie en e-health kunnen inzetten bij hun begeleiding.’
Buiten de comfortzone stappen
Tot slot benadrukt Schoufour het belang van samenwerking en co-creatie. ‘Het is goed om soms uit je eigen comfortzone te stappen. Door eindgebruikers vanaf het begin mee te nemen en samen te werken met andere expertises, kom je tot vernieuwde inzichten en daarmee is de impact groter.’
Meer informatie over SO-NUTS, sarcopene obesitas en praktische adviezen rondom voeding, bewegen en leefstijl is te vinden op de website van SO-NUTS.