Sessie 1: Biomarkers en innovaties in therapie op maat: inzichten uit de praktijk
Tijdens deze subsessie neemt sessievoorzitter Frans Russel de aanwezigen mee langs 2 GGG‑projecten die laten zien hoe gepersonaliseerde zorg steeds dichterbij komt. De zaal is gevuld met nieuwsgierigheid – ‘De klok tikt richting half twaalf…’ – en de verwachtingen zijn hoog.
De presentaties van Joost Swart (UMC Utrecht) en Rob ter Heine (Radboudumc) vormen de kern van deze sessie, gevolgd door een interactieve discussie over biomarkers.
UCAN CAN-DU: nieuwe inzichten in jeugdreuma
Het eerste deel van de sessie richt zich op juveniele idiopathische artritis (JIA), een zeldzame aandoening die jaarlijks 200–300 kinderen treft. De impact is groot: slechts een kwart groeit over de ziekte heen, waardoor veel kinderen en gezinnen langdurig met de gevolgen leven. De ziekte is verraderlijk; in het begin zijn de klachten vaag, waardoor de diagnose vaak laat wordt gesteld. Bovendien blijft het moeilijk te voorspellen welke behandeling bij welke patiënt zal aanslaan.
De standaardbehandeling volgt doorgaans een vaste volgorde: NSAID’s, intra‑articulaire steroïden, DMARDs (zoals methotrexaat) en uiteindelijk biologicals. Hoewel het aantal behandelopties voor kinderen groeit, blijven artsen vaak vasthouden aan vertrouwde middelen.
Joost Swart benadrukt dat de huidige classificatiecriteria voor JIA achterhaald zijn, maar dat meer onderzoek en aanpassingen aan de richtlijnen nodig zijn voordat deze criteria kunnen worden herzien. Wel is er veel vooruitgang geboekt door het UCAN CAN‑DU project.
Timing blijkt cruciaal
Biologicals zijn in opmars, maar slechts een derde van de kinderen start ermee. Timing blijkt cruciaal: elke maand uitstel verkleint de kans op succes. De grote vraag blijft of patiënten ooit veilig kunnen stoppen met biologicals. Onderzoekers hebben daarom gezocht naar biomarkers die dit kunnen voorspellen en hebben populatieclusters gevonden die kunnen helpen bepalen welke patiënten baat hebben bij welke behandeling.
Er is inmiddels een UCAN decision support tool ontwikkeld. In deze tool is ook een feedbackmodule opgenomen: ‘What would your peers do?’. Deze ondersteunt behandelaars door inzicht te geven in welke behandelkeuzes andere artsen in vergelijkbare situaties maken, wat helpt bij het bepalen van de behandelroute. Swart sluit af met een duidelijke boodschap: ‘Nu is het moment om meteen met biologicals te beginnen!’
De middelen zijn effectiever, benutten het window of opportunity en zijn veiliger dan voorheen. De prijs is bovendien sterk gedaald. ReumaNL zet de financiering van het project voort met de UCAN JUMP‑trial, met als ambitie meer kinderen met jeugdreuma te genezen. De presentatie leidt tot veel vragen en een levendige discussie in de zaal.
IMPROVE‑studie: veilig pemetrexed bij patiënten met kwetsbare nierfunctie
Het tweede deel van de sessie draait om de IMPROVE‑studie van Rob ter Heine, gericht op het veilig toepassen van pemetrexed bij niet‑kleincellig longkanker. Deze vorm van kanker wordt vaak laat ontdekt en kent sombere vooruitzichten. Pemetrexed wordt als chemotherapeuticum breed ingezet, maar mag niet worden toegediend aan patiënten met een slechte nierfunctie, omdat nierschade een bekende bijwerking is.
Vóór de komst van immuuntherapie bestond er voor deze patiënten een alternatief: docetaxel. Al had dit middel aanzienlijk meer bijwerkingen dan pemetrexed. Later werd duidelijk dat immuuntherapie het beste werkt in combinatie met pemetrexed. Hierdoor konden patiënten met een slechte nierfunctie niet met de veelbelovende immunotherapie behandeld worden. De IMPROVE‑studie moest vaststellen of de behandeling kon worden aangepast zodat ook deze patiënten in aanmerking komen voor immuuntherapie in combinatie met pemetrexed.
Nierfunctie een nóg grotere rol
Een eerste poging om de dosering aan te passen mislukte: 2 van de 3 eerste patiënten kregen ernstige infecties, zelfs met de helft van de gebruikelijke dosis. De studie werd stilgelegd. Daarna werd in samenwerking met Lilly een grote hoeveelheid klinische data geanalyseerd. Daaruit bleek dat de nierfunctie een nóg grotere rol speelt dan gedacht.
Een belangrijk inzicht was dat de relatie tussen bloedspiegels en toxiciteit drempelafhankelijk is: zodra een bepaalde bloedspiegel wordt overschreden, treedt ernstige toxiciteit op. Het team ontwikkelde een verbeterde doseerformule en gaf patiënten met een slechte nierfunctie na 1 dag een rescue middel (antigif) om toxiciteit te onderdrukken.
De resultaten waren indrukwekkend: volledige dosering werd haalbaar en de bijwerkingen waren vergelijkbaar met die van patiënten met gezonde nieren. Bij 1 patiënt verdween de kanker zelfs volledig van de scans – een resultaat dat Ter Heine zichtbaar raakt: ‘Alleen deze ene patiënt is de volledige ZonMw‑subsidie al waard.’
Stellingen over biomarkers
Frans Russel sluit de sessie af met 4 stellingen. De discussie is levendig en toont de betrokkenheid van het publiek bij de toekomst van gepersonaliseerde zorg.
Meer informatie, presentaties en links
- Presentaties Sessie 1
- GGG-project 848016010 Individualized PeMetRexed dOsing in lung cancER and mesothelioma patients to improVE treatment response and allow treatment of patients with impaired renal function – The IMPROVE study (previous acronym: PROPER study)
- ZonMw Parel voor preciezere diagnose én behandeling bij jeugdreuma
- GGG-project 848006001 UCAN CAN-DU: Canada Netherlands Personalized Medicine Network in Childhood Arthritis and Rheumatic Disease
- Interview met Rob ter Heine 'Er is veel te winnen met onderzoek naar bestaande geneesmiddelen’ (april 2026)
- Lees meer over farmacotherapie op maat
Lees het algemene verslag over het congres Goed Gebruik Geneesmiddelen 2026