Marcel Joachimsthal: ‘Met bestaande data komen we sneller aan wetenschappelijk bewijs’
In februari 2026 zijn 6 projecten gehonoreerd in de Onderzoek met Bestaande Data Ronde 2. De inzet: met real world data klinische vraagstukken rond geneesmiddelengebruik onderzoeken. In een reeks met commissievoorzitters is het woord aan voorzitter Marcel Joachimsthal. ‘We zoeken naar alternatieven voor de RCT.’
Wie is Marcel Joachimsthal?
‘Ik heb 23 jaar bij farmaceut GSK gewerkt, ook in het buitenland. Ik was onder meer verantwoordelijk voor het longziektenportfolio en zat aan de tekentafel van klinische trials voor medicijnontwikkeling. Terug in Nederland ben ik nog ruim 5 jaar algemeen directeur van GSK Nederland geweest. Ik zocht wat anders, maar wilde niet overstappen naar een andere farmaceut. Om even afstand te nemen liep ik de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella. En toen kwam de kans om de Europese Healthcare-afdeling van een onderneming in digitale transformatie op te zetten. Het bedrijf werd verkocht, maar ik vond het ook wel mooi geweest met al die 80-urige werkweken. Sindsdien ben ik toezichthouder en adviseur op het gebied van innovatie en ondernemerschap in gezondheid en zorg. En vanuit mijn rol bij Health~Holland draag ik bij aan de ontwikkeling van publiek-private samenwerking in de wereld van Life Sciences & Health.’
Hoe ben je betrokken geraakt bij het GGG-programma?
‘Toen ZonMw me vroeg als voorzitter voor de commissie Onderzoek met Bestaande Data was ik meteen enthousiast. De innovatiecyclus in de gezondheidswereld is erg traditioneel. De RCT is nog altijd dominant. Je genereert daarmee weliswaar heel robuust bewijs, maar het is enorm kostbaar in termen van geld en menskracht. En het gaat erg traag. Het duurt jaren voordat kennis uit trials in de richtlijnen belandt. Onderzoek met real world data is niet alleen interessant om aanvullende kennis te genereren over wat geneesmiddelen in de concrete praktijk doen. Het is bij bepaalde vraagstukken ook een kosteneffectiever én sneller alternatief voor de RCT. Vanuit mijn professionele achtergrond en mijn passie wilde ik bijdragen aan nieuwe manieren om wetenschappelijk bewijs te genereren.’
Voor de tweede ronde, waarvoor de besluitbrieven net de deur uit zijn, hebben we extra nadruk gelegd op implementatie
Hoe vind je dat de Onderzoek met Bestaande Data Ronde zich heeft ontwikkeld?
‘De eerste keer waren we overdonderd door de belangstelling. Er kwamen maar liefst 52 projectideeën binnen. We maakten een eerste selectie, niet alleen op wetenschappelijke kwaliteit en relevantie maar ook op de robuustheid van de data-infrastructuur en de ‘FAIRness’ van de data.
Voor de tweede ronde, waarvoor de besluitbrieven net de deur uit zijn, hebben we extra nadruk gelegd op implementatie. Er moest een gedegen plan in de aanvraag zitten, gebaseerd op het verandermodel van de Theory of Change. Die theorie beschrijft hoe en waarom een gewenste verandering naar verwachting zal plaatsvinden in een bepaalde context. Dat helpt om heel gestructureerd over de implementatie na te denken. En waar in de eerste ronde patiënten nog onvoldoende betrokken waren, hebben we daar nu veel meer nadruk op gelegd. Ook door 3 patiëntvertegenwoordigers aan de commissie toe te voegen om het patiëntperspectief beter te kunnen beoordelen. Ik vind het mooi dat we de kwaliteit in 2 rondes al zichtbaar zien toenemen.’
Welke uitdagingen zie je voor het GGG-programma?
‘Een belangrijke uitdaging is de verbreding én versnelling van het vinden van bewijs. Je kunt niet op elk wetenschappelijk vraagstuk in geneesmiddelenonderzoek met het vertrouwde RCT-kanon schieten. Ik zie veel kansen in combinaties van trials en onderzoek met data. Een van de net gehonoreerde projecten gaat onderzoeken of met bestaande data uitkomsten uit eerdere grote borstkanker-RCT’s te valideren zijn. Als dat lukt, weten we dat real world data ook serieus bruikbaar zijn voor een robuuste bewijsvoering, bijvoorbeeld in toelatings- en registratietrajecten van geneesmiddelen. Dan kunnen we gaan werken aan combinaties van onderzoek die sneller tot antwoorden leiden tegen minder kosten. Een belangrijke bijkomende uitdaging is de inzet van technologie, zoals kunstmatige intelligentie. Maar hiervoor moet de interoperabiliteit van databases wel verbeteren, zodat we met het volledige potentieel van gegevens sneller tot evidence kunnen komen. GGG-raadslid Carla Vos zei het vorig jaar heel mooi: laten we van de lappendeken aan dataverzamelingen één mooi kleed maken.’
Wat wil je meegeven aan praktijkmensen en onderzoekers die bestaande data willen inzetten?
‘Het klinkt misschien als een open deur, maar ik zeg het toch: werk samen! Dit is echt een nieuwe manier van onderzoek doen en het lukt alleen als je als centra samenwerkt. En wanneer je alle disciplines erbij betrekt. Je hebt klinische experts nodig, maar ook mensen die alles weten van data. Plus specialisten in implementatie. En wat mij betreft is ervaringsdeskundigheid een volwaardige discipline die niet in je onderzoeksgroep mag ontbreken. Alleen met een brede combinatie van kennis en kunde komt onderzoek met bestaande data ten goede van de patiënt.’
Marcel Joachimsthal is TU-ingenieur en werkt als toezichthouder en adviseur op het terrein van ondernemerschap en innovatie rond gezondheid. Ook is hij secretaris in het bestuur van Health~Holland. Joachimsthal is commissievoorzitter van de Onderzoek met Bestaande Data Ronde van het GGG-programma.