Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

‘Samen beslissen over opereren na heupfractuur is passende zorg op z’n best’

Van de 20.000 patiënten met een gebroken heup die jaarlijks in Nederland worden opgenomen in een ziekenhuis, woont 10 tot 20% in een verpleeghuis. Lang niet altijd zijn deze vaak zeer kwetsbare patiënten gebaat bij een operatie. Chirurg in opleiding en arts-onderzoeker Sverre Loggers over maatwerk in samenspraak met de patiënt.

Wat is beter voor een kwetsbare verpleeghuisbewoner die een heup breekt: opereren en proberen te revalideren, of inzetten op palliatieve zorg? Een eenduidig antwoord is er niet, zegt Sverre Loggers (Amsterdam UMC). Hij illustreert het met een voorbeeld: ‘De gemiddelde levensverwachting van verpleeghuisbewoners is ongeveer een jaar. Wat win je dan met een operatie, met risico’s op complicaties en overlijden op korte termijn? En een zwaar en waarschijnlijk niet succesvol revalidatietraject? Misschien is een pijnblokkade en goede palliatieve zorg dan beter. Maar neem een bewoner die dementeert en een enorme loopdrang heeft. Ondanks een grote kwetsbaarheid en geringe levensverwachting is deze persoon misschien juist wél gebaat bij opereren.’

Multidisciplinair overleg

Iedere kwetsbaarheid is weer anders, dus is elke behandelbeslissing maatwerk. Dat vraagt om multidisciplinair overleg, met een belangrijke stem voor patiënt en naasten. Loggers: ‘Voor dat samen beslissen konden we mensen geen goede informatie bieden. Vanuit ervaring vertelde je in algemene zin over voor- en nadelen van opereren, en die van kiezen voor palliatieve zorg.’ De FRAIL-HIP-studie, waarop Loggers op 14 januari 2026 promoveert, onderzocht in 25 ziekenhuizen het effect op de kwaliteit van leven na wel of niet opereren na gezamenlijke besluitvorming. Bij een zorgvuldig geselecteerde groep patiënten blijkt een niet-operatieve behandeling niet onder te doen voor een heupoperatie. 

Duidelijke communicatie

De goede resultaten waren aanleiding voor ZonMw het onderzoeksteam aansluitend een implementatiesubsidie te geven. In 14 ziekenhuizen hebben chirurgen en klinisch geriaters met specialisten ouderengeneeskunde uitgezocht wat in gesprekken met patiënten en naasten als prettig wordt ervaren, en welke hindernissen er zijn in het samen beslissen. De lessen uit het proces zijn uitgewerkt in een handleiding met adviezen hoe je het gesprek – multidisciplinair, dus ook in samenspraak met de specialist ouderengeneeskunde van het verpleeghuis – aangaat. En welke mogelijke uitkomsten je met de patiënt kunt bespreken om tot het best passende besluit te komen. Loggers: ‘Cruciaal is ook duidelijke communicatie rond de overdracht, als iemand zonder operatie teruggaat naar het verpleeghuis. Zodat de palliatieve zorg optimaal aansluit bij diens wensen en behoeften. In het verpleeghuis kennen ze de patiënt het beste.’

Zorgvuldig blijven selecteren

Met spiegelinformatie – mede uit de landelijke heupfracturenregistratie DHFA – laten de onderzoekers ziekenhuizen zien hoe het ervoor staat met wel of niet opereren. Loggers: ‘Af en toe denk ik: de cijfers van niet-opereren stijgen hier wel érg snel. Dan gaat een ziekenhuis bijvoorbeeld van 2,5% naar 10% of zelfs 20%. Is dat dan wel steeds een uitkomst van gezamenlijke besluitvorming? Dit is een aandachtspunt voor de implementatie, want het is cruciaal patiënten zorgvuldig te blijven selecteren op kwetsbaarheid. Heel oud betekent niet per definitie: niet opereren. Het gaat erom te bespreken wat voor een patiënt belangrijk is. Als je dan samen weloverwogen een beslissing neemt, is dit passende zorg op z’n best.’

Tekst: Marc van Bijsterveldt, december 2025
Beeld: Amsterdam UMC

Implementatiesubsidies binnen het kaderprogramma Passende Zorg

Met het kaderprogramma Passende Zorg stimuleert ZonMw de beweging naar passende zorg, onder meer met doelmatigheidsonderzoek en het stimuleren van implementatie. Kijk voor actuele informatie over de lopende en komende subsidierondes van het kaderprogramma Passende Zorg op de ZonMw-website.