Resultaten onderzoeken lijn 3
In lijn 3 zijn 9 onderzoeksvoorstellen gehonoreerd die gebruik gaan maken van de vaccinatiedata van het RIVM en de positieve-testdata van de GGD’en. Zodra er een onderzoeksresultaat beschikbaar is treft u deze hieronder aan.
PREPPING for pandemics (PRoviding insights in Excess mortality among PoPulatIoN subGroups for pandemics)
In PREPPING for Pandemics hebben wij geprobeerd inzicht te krijgen in de gezondheidsgevolgen van de COVID-19 pandemie, door te onderzoeken welke groepen in de samenleving het hardst zijn geraakt. Dit project bestond uit 3 onderdelen. Wij hebben voor verschillende groepen in de samenleving gekeken naar: bescherming tegen COVID-infectie (bijvoorbeeld door vaccinatie); het aantal positieve testen, ziekenhuisopnames en sterfgevallen door COVID-19; en “oversterfte” (wat betekent: meer sterfte dan verwacht, gebaseerd op eerdere sterftecijfers uit 2012-2019). Hieruit kwam steeds dezelfde conclusie naar voren: de gezondheidsgevolgen van de pandemie zijn niet gelijk verdeeld in de samenleving. Mensen met de laagste inkomens en met een migratieachtergrond ervaarden de ergste gevolgen. Zij belandden vaker in het ziekenhuis en ervaarden meer oversterfte dan andere populatie subgroepen. In toekomstige pandemieën moeten de meest kwetsbaren in onze samenleving beter beschermd worden.
Link naar dashboard: ahti covid-19 dashboard
Who counts depends on who is counted-II: COVID-19 test and vaccination statuses in relation to excess mortality in 2020/2021 among people with intellectual disabilities
Dit project deed onderzoek naar 3 uitkomsten om beter te begrijpen waarom sterfte tijdens de COVID-pandemie hoog was onder mensen met een verstandelijke beperking (VB):
- Besmettingsgraad: mensen met VB raakten naar verhouding vaker besmet met COVID-19 dan de rest van de bevolking. Maar de informatie over individuele besmettingen was onvolledig, omdat zorgorganisaties anders testten en rapporteerden.
- Ziekenhuisopnames: Mensen met VB hadden een hoger risico om met COVID-19 in het ziekenhuis te belanden. Toch was de toegang tot ziekenhuiszorg voor deze groep tijdens de pandemie niet minder.
- Vaccinatiegraad: Meer mensen met een VB kregen een COVID-19 vaccin en ook eerder dan de rest van de bevolking. Dit heeft een piek in besmettingen tijdens de vierde golf voorkomen.
Uitkomsten benadrukken vooral de noodzaak van volledige en actuele informatie over subgroepen die afwijken van de algemene populatie voor gericht beleid tijdens een pandemie.
DECIM: Investigating the drivers of excess mortality during the Covid-19 pandemic in the Netherlands, an integrated dynamic model to assess the impact of vaccination and infection
Wij hebben de oversterfte (extra sterfte bovenop verwachte sterfte) tijdens de COVID-19-jaren 2020-2021 berekend van iedereen in Nederland van >63.0 jaar op 1 januari 2020. Hiervoor hebben we de sterfte in 2020-2021 vergeleken met de sterfte in 2015-2019. Ook hebben we gekeken naar het effect van vaccinaties en infecties.
Ruim 5% van de sterfte in 2020-2021 was oversterfte. De periodes van oversterfte gaan samen met de 3 COVID-19-golven. De meeste oversterfte vond plaats in de eerste 4 weken na infectie, maar ook daarna zien we nog duidelijk oversterfte. We zien geen oversterfte na COVID-19-vaccinatie, zolang er geen infectie was. Gevaccineerde mensen die toch een infectie kregen hadden een veel kleinere kans op oversterfte dan besmette niet-gevaccineerden.
Deze patronen gelden voor zowel mannen als vrouwen en voor elke leeftijdsgroep. Mannen en oudere mensen hadden een grotere oversterftekans. Daarnaast hadden verpleeghuisbewoners veel meer oversterfte dan niet-verpleeghuisbewoners.
Delayed Acute Care and Excess Mortality: Effects of Deferred Diagnoses and Treatment among Patients with Hypertension and Heart Disease
Uitstel van de zorg voor hart- en vaatziekten, zoals hoge bloeddruk, vasculaire, coronaire en hartziekten heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de oversterfte in Nederland. De resultaten van deze studie suggereren dat een aanzienlijk deel van de extra sterfte in 2021 kan worden bijgedragen aan het ‘uitstel-effect’ in ziekenhuizen tijdens COVID-19 bij patiënten die in 2020 of 2021 in Nederland een acute of niet-acute dotterbehandeling nodig hadden. De belangrijkste drijfveer achter dit resultaat lijkt het uitstel te zijn van niet-acute dotterbehandeling. Daarnaast waren er kleine verschuivingen in de beslis criteria om geen niet-acute dotterbehandeling uit te voeren, na bijvoorbeeld angina pectoris, wat later leidde tot een groter aantal acute dotterbehandeling na ernstiger aandoeningen zoals hartstilstand. Prioritering en Treeage praktijken in ziekenhuizen kunnen aanzienlijke gevolgen hebben voor de morbiditeit en mortaliteit. Tijdens een volgende pandemie moeten deze effecten worden mee genomen in beleidsoverwegingen.
Excess mortality during the COVID-19 pandemic in the Netherlands in vaccinated and non-vaccinated individuals in the context of medical history, frailty and sociodemographic factors
Onder de mensen die zich tijdens de coronapandemie liet vaccineren tegen COVID-19, kwam minder sterfte voor dan verwacht: men spreekt hier van ondersterfte. Onder de gecombineerde groep mensen die zich niet liet vaccineren, of die niet geregistreerd stond als gevaccineerd was de sterfte hoger dan verwacht: er was sprake van oversterfte. Dit blijkt uit onderzoek van onderzoeksinstituut Nivel waarbij verschillende databronnen zijn gebruikt: registratiegegevens van huisartsenpraktijken aangesloten bij Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, overlijdensgegevens van CBS en vaccinatiegegevens van het RIVM. Onder mensen van 61 jaar en ouder met COPD, diabetes of hart- en vaatzieken was meer sterfte dan verwacht, zowel bij gevaccineerden als ongevaccineerden/ongeregistreerden. Maar bij de groep ongevaccineerden/ongeregistreerden was de sterfte het hoogst. Het lijkt erop dat door de hoge vaccinatiegraad onder met name kwetsbare groepen als ouderen en mensen met chronische aandoeningen overlijdensgevallen zijn voorkomen.
Excess mortality during and after the Covid-19 epidemic: a closer look at vulnerable groups
De impact van de COVID-19 epidemie op de sterfte kan het beste worden gemeten aan de hand van oversterfte, dat wil zeggen het extra aantal sterfgevallen tijdens de COVID-19-epidemie vergeleken met de tijd daarvoor (2019). In dit project onderzochten we de oversterfte, in heel Nederland en in specifieke subgroepen van de bevolking. Omdat de COVID-19-epidemie sommige subgroepen van de bevolking mogelijk harder heeft getroffen dan andere, hebben we de oversterfte berekend binnen subgroepen op basis van leeftijd, geslacht, immigratieachtergrond, inkomen en verstedelijkingsgraad van de woonplaats. We bestudeerden ook mensen met en zonder ziekten en mensen met en zonder spoedeisende huisarts verwijzing. We rapporteren de relatieve oversterfte tijdens de COVID-19-epidemie vergeleken met 2019 in de totale populatie en apart voor de verschillende subgroepen. We rapporteren ook absolute aantallen sterfgevallen om de impact van de oversterfte in elk van de groepen weer te geven. Alle resultaten worden gepubliceerd in een wetenschappelijke publicatie. De publicatielink wordt verstrekt zodra deze beschikbaar is.
The effect of socio-economic characteristics, vaccination information and geographical location on excess mortality from specific causes during the COVID-19 pandemic in the Netherlands
Tijdens de COVID-19 pandemie was sterfte hoger dan verwacht. Om oversterfte te kwantificeren is een betrouwbare schatting van de verwachte sterfte (zonder COVID-19) vereist. We gebruikten CBS-data van vóór de pandemie om verwachte sterfte tijdens 2020-21 te bepalen, rekening houdend met sociaaleconomische factoren en medische kosten. We analyseerden verschillende doodsoorzaken voor subgroepen in de bevolking om te identificeren bij welke doodsoorzaken en subgroepen oversterfte voorkwam. We stellen vast dat er vóór de pandemie aanzienlijke verschillen in sterfte bestonden tussen sociaaleconomische groepen; de omvang van die verschillen varieert per doodsoorzaak. Gegeven de groepsspecifieke verwachte sterfte vinden we dat tijdens de pandemie subgroepen in de samenleving vergelijkbare oversterfte hadden. We blijven de impact van vaccinatie op oorzaak specifieke sterfte onderzoeken, maar de resultaten tot nu toe bevestigen dat de sterfte daalde in groepen die waren gevaccineerd.
The impact of vaccination on inequalities in years of life lost due to Covid-19
De COVID-19-pandemie heeft geleid tot een hoge sterfte in Nederland vooral onder mensen met lagere inkomens. Met behulp van administratieve data op persoonsniveau hebben we onderzocht in welke mate reeds bestaande sociaal economische gezondheidsverschillen en verschillen in vaccinatiegraad tussen lagere en hogere inkomens deze verschillen in COVID-19-sterfte naar inkomen kunnen verklaren. Onze resultaten laten zien dat bestaande verschillen in gezondheid ongeveer 50% van het verschil in sterfte door COVID-19 tussen de armste en rijkste inkomensgroepen verklaren. Wat betreft de verschillen in vaccinatiegraad: deze verklaren ongeveer een derde van het verschil in COVID-19 sterfte tussen de armste en rijkste inkomensgroepen. Deze bevindingen geven aan dat beleid gericht op het verkleinen van sociaal economische gezondheidsverschillen ook de ziektelast van toekomstige pandemieën kan verminderen.
COVID-19 vaccination and (short-term) mortality – a self-controlled case series study
De oorzaken van de oversterfte tijdens de COVID-19 pandemie zijn nog niet volledig opgehelderd. In deze studie hebben we voor alle Nederlanders die tussen januari 2021 en april 2023 zijn overleden, ongeacht de oorzaak, onderzocht of dit een relatie had met recente COVID-19 vaccinatie. We vonden dat mensen in de 3 weken na COVID-19 vaccinatie een lagere kans op overlijden hadden dan in de periode daarna. Dit zagen we voor alle leeftijden, geslachten, mensen met chronische ziekten, eerdere COVID-19-infecties, en voor zowel mRNA- als niet-mRNA-vaccins, ongeacht het aantal doses. Daarnaast zagen we dat personen met een COVID-19-infectie een hogere kans op overlijden hadden in de 3 weken na de infectie vergeleken met de periode daarna. Deze resultaten bevestigen dat toediening van COVID-19-vaccinaties geen verklaring vormen voor de oversterfte gedurende de pandemie. We zagen dat COVID-19-infectie wel tijdelijk de kans op overlijden vergroot.