Implementeren met impact? Dat vraagt om effectieve kennissamenwerking

ZonMw wil met kennis bijdragen aan een goede gezondheid voor iedereen, en zo een verbindende kracht zijn achter vernieuwing in zorg, gezondheid en welzijn. Het onderzoek Op weg naar effectieve kennissamenwerking gaat daarbij helpen. Projectleider Jet Bussemaker en ZonMw-directeur Véronique Timmerhuis: “Er liggen nu concrete handvatten voor het versterken van effectieve samenwerking tussen onderzoekers en maatschappelijke stakeholders.”

Belang van samenwerking

De verschillende grote zorgakkoorden staan er bol van: het belang van betekenisvolle en duurzame samenwerkingen tussen verschillende partijen en (zorg-)sectoren. Dat belang omarmt ook ZonMw van harte in haar onderzoeksprogramma’s. Timmerhuis: ‘Wij financieren veel kennissamenwerkingen waarin onderzoekers en stakeholders uit beleid, praktijk en onderwijs samenwerken aan kennisontwikkeling en -benutting. Daarom was het voor ons belangrijk om helder te krijgen: hoe werkt dat nu precies? Wat maakt kennissamenwerking in bijvoorbeeld academische werkplaatsen, leernetwerken en living labs succesvol? En hoe zorg je voor optimale maatschappelijke impact? We wilden vooral leren hoe wij zo goed mogelijk invulling kunnen geven aan onze rol. Wat wij kunnen doen om juist die condities te scheppen die zorgen voor vruchtbare samenwerking. Daarvoor moest uiteraard eerst boven tafel komen wat die condities zijn. De onderzoekers wezen er in totaal 8 aan.’

Op basis van het onderzoek zijn er 8 condities te onderscheiden voor goede kennissamenwerking:

  • Transdisciplinair onderzoek
  • Het definiëren van gedeelde ambitie
  • Recht doen aan ieders belangen
  • Investeren in de persoonlijke relaties met alle betrokken partijen (formeel/informeel)
  • Een professionele organisatie of structurering
  • Een betekenisvol samenwerkingsproces
  • Wederzijds vertrouwen
  • Voldoende tijd voor en continuïteit van de samenwerking

 

Elkaar leren kennen en samen leren van fouten

Van de 8 succesfactoren die uit het onderzoek kwamen, springt er voor Bussemaker één uit als de belangrijkste. ‘Namelijk: voldoende tijd voor de continuering van de samenwerking’, vertelt zij. ‘Een betekenisvolle samenwerking is geen kwestie van een paar maanden of jaren. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard, dus je hebt tijd nodig om elkaar te leren kennen. Bovendien is het belangrijk dat er tijd en ruimte is om fouten te maken. Juist daarvan kun je ontzettend veel leren met elkaar. De kunst is om iedereen aangehaakt te houden gedurende het hele proces, samen te reflecteren op wat wel en niet goed gaat en van dááruit nieuwe stappen voorwaarts te maken.’ Timmerhuis: ‘Inderdaad. Daarom wordt het bij de beoordeling van aanvragen steeds belangrijker om te kijken: is het samenwerkingsverband dat de aanvraag indient goed samengesteld en kansrijk? In onze nieuwste programma’s is bovendien ruimte en budget voor álle regio’s, waardoor nog meer samenwerking mogelijk is.’

Het rapport geeft een scala aan bruikbare inzichten om als onderzoeksfinancier mee te sturen op effectieve samenwerkingen. Daar kunnen wij en anderen op voortbouwen.
Véronique Timmerhuis
Voor effectieve kennisuitwisseling tussen wetenschap en praktijk is gedragsverandering van alle betrokkenen nodig.
Jet Bussemaker

Actievere rol voor financiers en organisatoren

‘Om transitie en transformatie te ondersteunen, moet ZonMw ook zelf de boer op: onderdeel zijn van de ervaringen en de problemen, er ook zelf iets van leren’, vindt Bussemaker. ‘En ook, heel belangrijk, onzekerheid accepteren. Want als je met meer kennispartners en meer onbekende partijen van andere disciplines werkt, kun je niet alles meer voorspellen en reguleren. Dat vraagt om een positie die veel meer naast de andere partners is dan erboven’, meent zij. Timmerhuis ziet een dergelijke rol momenteel ook in de praktijk ontstaan. ‘Zeker in ZonMw-programma’s die direct bijdragen aan transformatie in de zorg, bijvoorbeeld zoals afgesproken in het IZA. De invulling hoeft nog niet in steen gehouwen te zijn, maar ontstaat in cocreatie. En wij willen daar inderdaad ook meer deel van uitmaken, door te begeleiden, monitoren en meedenken. We stimuleren onze  programmacommissies continu een vinger aan de pols houden door bijvoorbeeld op de onderzoekslocatie te gaan kijken. Zo’n site visit is slechts een van de vele concrete invullingen die dit onderzoek oppert, waar we dankbaar gebruik van gaan maken.’

Meer informatie

De resultaten van het onderzoek staan in het rapport: Op weg naar effectieve kennissamenwerking. Het rapport bevat een analyse van condities en bevorderende factoren voor effectieve samenwerking binnen participatieve kennisinfrastructuren, een reeks aanbevelingen om die te stimuleren én inspirerende voorbeelden uit de (internationale) praktijk. 

Wendy Reijmerink

reijmerink [at] zonmw.nl