Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Vaccinatieonderzoek samen met kwetsbare groepen

Interview

Tijdens de coronapandemie was snel duidelijk dat sommige groepen extra risico liepen. Maar hoe goed werkten de vaccins bij hen?

Arts-onderzoeker dr. Lianne Messchendorp (UMCG) onderzocht dit bij mensen met ernstige nierziekte. Kinderarts-infectioloog-immunoloog dr. Joanne Wildenbeest (UMC Utrecht) deed dat bij mensen met downsyndroom. In beide studies dachten patiëntenorganisaties vanaf het begin mee.

Waarom waren juist deze groepen belangrijk om te onderzoeken?

Messchendorp: Van nierpatiënten weten we al langer dat zij minder goed reageren op vaccinaties, bijvoorbeeld tegen griep of hepatitis B. Dat geldt deels voor mensen met ernstig nierfalen en dialysepatiënten, maar vooral voor niertransplantatiepatiënten. Zij gebruiken medicijnen die hun afweer onderdrukken om afstoting van de donornier te voorkomen.

Wildenbeest: Bij mensen met downsyndroom zagen we tijdens de pandemie dat zij vaker ernstig ziek werden door COVID-19. Ook is bekend dat hun immuunsysteem anders werkt. Ze zijn gevoeliger voor luchtweginfecties en hebben bijvoorbeeld ook vaker auto-immuunziekten. Daarom wilden we weten of vaccinatie bij hen voldoende afweer opriep, of dat deze groep misschien een extra vaccinatie nodig had.

Wat onderzochten jullie precies?

Messchendorp: Binnen het landelijke RECOVAC-project onderzochten we 3 groepen: mensen met ernstig nierfalen, dialysepatiënten en niertransplantatiepatiënten. Alle universitaire medische centra deden mee. We keken naar antistoffen na vaccinatie, maar ook andere onderdelen van de afweer: T-cellen en B-cellen. 

Wildenbeest: Wij onderzochten mensen met downsyndroom van verschillende leeftijden. Ook wij maten antistoffen en vergeleken dat met antistoffen bij mensen zonder downsyndroom. Daarnaast hebben we in een kleinere groep gekeken naar T-cellen.

Wat betekenden de uitkomsten voor deze groepen?

Messchendorp: Bij mensen met ernstig nierfalen zagen we dat bijna iedereen antistoffen aanmaakte. Bij dialysepatiënten was de reactie wat minder sterk. Het grootste probleem zagen we bij niertransplantatiepatiënten: na 2 vaccinaties maakte ongeveer 40 procent geen antistoffen aan. Dat had direct gevolgen voor het vaccinatiebeleid. Op basis van onze resultaten is geadviseerd om niertransplantatiepatiënten, dialysepatiënten en mensen met ernstig nierfalen die afweeronderdrukkende medicijnen gebruiken een derde vaccinatie te geven. Die derde prik werd voor hen onderdeel van de basisvaccinatie, dus niet als booster.

Wildenbeest: Bij mensen met downsyndroom zagen we gelukkig dat vaccinatie wel degelijk een afweerreactie opriep. Tegelijk was die reactie gemiddeld lager dan bij mensen zonder downsyndroom, vooral bij oudere volwassenen met downsyndroom. Onze resultaten hebben bijgedragen aan het advies om de booster voor mensen met downsyndroom te vervroegen. Na die booster zagen we dat de antistoffen weer stegen. 

Hoe wierven jullie de deelnemers voor jullie studies?

Wildenbeest: Dat was bij ons een grote uitdaging. Er is geen polikliniek waar alle mensen met downsyndroom komen. Mensen wonen thuis, in woonvormen of instellingen, verspreid over het land. Daarom was Stichting Downsyndroom zo belangrijk. De stichting kent de doelgroep en heeft contact met ouders, begeleiders en zorgverleners. We hebben deelnemers geworven via nieuwsbrieven, de website, downpoli’s en instellingen. Ook gingen we naar mensen toe voor de bloedafnames. Anders was deelname voor veel mensen waarschijnlijk te belastend geweest.

Messchendorp: Bij nierpatiënten was de infrastructuur anders. Voor een van onze studies boden nefrologen een vaccinatie aan vóór de nationale vaccinatiecampagne. Mensen stonden te springen om deel te nemen. Voor een grotere studie konden we mensen werven via het nationale vaccinatieprogramma, waarbij dialyse- en niertransplantatiepatiënten in het ziekenhuis gevaccineerd werden. Maar ook bij ons was de patiëntenvereniging onmisbaar. De Nierpatiënten Vereniging Nederland dacht vanaf het begin mee. Door hun inbreng hebben we onder meer een grote extra studie opgezet waarin deelnemers thuis met een vingerprik bloed konden afnemen. Zo konden we veel meer mensen bereiken dan oorspronkelijk gepland.

Hoe zorg je dat deelnemers de informatie ook echt begrijpen?

Wildenbeest: Vaak geven ouders of wettelijk vertegenwoordigers toestemming, maar we wilden deelnemers met downsyndroom zelf ook zo goed mogelijk betrekken. Daarom maakten we eenvoudige informatie, met begrijpelijke taal en plaatjes.

Messchendorp: Bij ons speelde vooral de vraag hoe je uitslagen terugkoppelt. Veel deelnemers wilden weten hoeveel antistoffen zij hadden. Als onderzoekers twijfelden we daarover, omdat we niet precies konden zeggen welke waarde genoeg bescherming gaf. De patiëntenvereniging was duidelijk: patiënten willen deze informatie wel hebben. Samen hebben we brieven opgesteld waarin we de uitslag uitlegden, inclusief alle onzekerheden.

Afbeelding
Voor veel ouders en begeleiders was het vooral geruststellend om te weten dat er in elk geval een reactie op vaccinatie was.
Dr. Joanne Wildenbeest
Kinderarts-infectioloog-immunoloog/UMC Utrecht

Wat deed die terugkoppeling met deelnemers?

Messchendorp: Het gaf mensen regie. Wie geen antistoffen had, kon bijvoorbeeld besluiten voorzichtiger te zijn. En wie juist veel antistoffen had, liet de teugels misschien wat meer vieren. Maar het zorgde ook voor onrust. Sommige patiënten, vooral transplantatiepatiënten, hebben zich maandenlang streng geïsoleerd. Later hebben we onderzocht hoe mensen hun gedrag aanpasten na zo’n uitslag. Tot nu toe lijkt het erop dat mensen met hogere antistoffen zich wat vrijer gingen gedragen en vaker een infectie kregen, maar niet vaker ernstig ziek werden.

Wildenbeest: Bij ons was de onrust minder groot omdat bijna iedereen antistoffen aanmaakte. Bij deelnemers met heel lage waarden hebben we soms persoonlijk contact opgenomen om uitleg te geven. Voor veel ouders en begeleiders was het vooral geruststellend om te weten dat er in elk geval een reactie op vaccinatie was.

Afbeelding
Geef deze nierpatiënten een extra vaccinatie en controleer niet eerst de antistoffen. Daar zitten te veel haken en ogen aan.
Dr. Lianne Messchendorp
Arts-onderzoeker/UMCG

Wat nemen jullie mee naar een volgende pandemie?

Wildenbeest: Mensen met downsyndroom moeten vanaf het begin worden meegenomen als mogelijke risicogroep. Het is een behoorlijk grote groep en hun immuunsysteem werkt anders. Bij een volgende pandemie zou ik eerder onderzoeken of zij extra bescherming nodig hebben en hen sneller meenemen in beleid voor mensen met een verhoogd risico.

Messchendorp: Voor niertransplantatiepatiënten, dialysepatiënten en mensen met ernstig nierfalen die afweeronderdrukkende medicijnen gebruiken, zou ik bij een volgende pandemie niet eerst afwachten. Geef die groep meteen een extra vaccinatie en controleer niet eerst de antistoffen. Daar zitten te veel haken en ogen aan. Daarnaast hebben we geleerd hoe waardevol samenwerking met patiëntenorganisaties is. Patiënten en hun vertegenwoordigers brachten vragen in waar wij als onderzoekers niet meteen aan dachten. Daardoor sloot het onderzoek beter aan bij wat voor hen belangrijk was.

Colofon
Auteur:
Diana de Veld
Fotografie:
Lianne Messchendorp/UMC fotograaf
Redacteur:
ZonMw