Parel voor Multidisciplinaire Richtlijn Polyfarmacie

Bij ouderen die voor meerdere aandoeningen onder behandeling zijn bij verschillende artsen, is meestal sprake van polyfarmacie: ze gebruiken 5 of meer geneesmiddelen tegelijk. Bijwerkingen en interacties kunnen dan onbedoeld schade en risico’s veroorzaken.

Medicatiebeoordeling

Een jaarlijkse medicatiebeoordeling moet deze problemen voorkomen. In die beoordeling bekijken arts, apotheker en patiënt samen of de gebruikte middelen wel nodig zijn, of ze geschikt zijn voor ouderen en of er bijwerkingen optreden. Dat leidt tot een onderling afgestemd farmacotherapeutische zorgplan, gebaseerd op de wensen, behoeften en ervaringen van de patiënt.

Individuele afweging

Een individuele afweging is cruciaal bij ouderen met polyfarmacie. Soms kan een patiënt een bepaald medicijn beter laten staan, bijvoorbeeld omdat de mogelijk positieve effecten niet opwegen tegen het ongemak en de bijwerkingen. Daar komt bij dat ouderen met meerdere ziekten amper zijn meegenomen in onderzoek naar effectiviteit en veiligheid van geneesmiddelen. Dat maakt een individuele afstemming van het medicijngebruik bij deze groep extra relevant.

Implementatie

De implementatie van de richtlijn vindt de komende periode onder meer plaats via de farmacotherapeutische overleggroepen (FTO) van huisartsen en apothekers. De betrokken zorgverleners bespreken daar wat een medicatiebeoordeling inhoudt en leren werken met het stappenplan uit de richtlijn. Voor deze groepen wordt een handleiding (FTO-module) geschreven met de belangrijkste aandachtspunten van de richtlijn.