Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Niet alles overnemen, maar samen zorgen dat

Een dochter die haar moeder onder de douche helpt. Een medewerker die dankzij een naamkaartje niet langer anoniem is. Een kennismakingsgesprek dat voelt als een warm welkom. Het zijn kleine verschuivingen in het verpleeghuis. Maar samen laten ze zien hoe de langdurige zorg voor ouderen verandert: van zorgen voor naar samen zorgen dat. 

Gelijkwaardig samenspel

Die omslag is niet vrijblijvend. Het aantal ouderen groeit, de zorgvraag wordt complexer en er zijn minder zorgmedewerkers beschikbaar. Gelijkwaardig samenspel tussen zorgprofessionals, mantelzorgers, vrijwilligers en cliënten is daarom geen wensbeeld, maar noodzaak: om de zorg toegankelijk te houden én beter aan te laten sluiten bij het dagelijks leven van bewoners. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) pleit niet voor niets voor een fundamentele herijking van de relatie tussen formele en informele zorg. In de praktijk vraagt die beweging vooral om 3 dingen: een andere start van het contact, duidelijke afspraken over ieders rol en de ruimte om samen te bepalen wat passend en verantwoord is in de zorg en ondersteuning rondom cliënten. Precies daar draait het om in het ZonMw-project Samen-zorgen-dat.

Cultuurverandering

Binnen het ZonMw-project Samen-zorgen-dat werken woonzorgorganisaties Zorggroep Elde Maasduinen (ZGEM) en De Waalboog daarom aan een cultuurverandering: van ‘zorgen voor’ naar ‘samen zorgen dat’. 

Afbeelding
Portretfoto van Anne Kersten
Van oudsher was het: iemand komt hier wonen en wij nemen automatisch alles over. Daar willen we vanaf.
Anne Kersten
Verzorgende IG en medewerker dagbesteding bij De Waalboog

Anne is verzorgende IG en medewerker dagbesteding bij De Waalboog en is betrokken bij het project als kartrekker van de afdeling en als begeleider van studentengroepen.

Met financiering van ZonMw deden 6 teams actieonderzoek naar de vraag hoe gelijkwaardig samenwerken in de praktijk vorm krijgt. Onderzoekers van het Universitair Kennisnetwerk Ouderenzorg Nijmegen (UKON), studenten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en externe coaches, zowel van de HAN als van het Koning Willem I College, hielpen de teams om ervaringen op te halen, verbeteringen te testen en veranderingen op de werkvloer door te voeren.

Wat is actieonderzoek?

Actieonderzoek is praktijkgericht onderzoek waarbij betrokkenen zelf meedenken, meedoen en uitproberen wat werkt. De verandering wordt dus niet van buitenaf door onderzoekers bedacht, maar in de praktijk ontwikkeld.

Wat werkt?

Studenten en teams onderzochten wat familieleden, vrijwilligers en medewerkers nodig hadden. Dat leidde tot praktische verbeteringen: naamkaartjes, een communicatiebord in de hal en actiever gebruik van Familienet voor foto’s, activiteiten en hulpvragen. Die relatief kleine veranderingen hadden effect. ‘Familie voelde zich meer betrokken en meer gezien, het contact met het team werd laagdrempeliger en de zorg kon beter worden afgestemd op wat bij een bewoner past.’

Betrek studenten verpleegkunde bij je actieonderzoek

Studenten verpleegkunde kunnen in actieonderzoek veel betekenen, zeker omdat zij later in diezelfde praktijk gaan werken. Volgens Van der Wouw brengen ze vaak iets mee waar het in de praktijk juist aan ontbreekt: tijd, een frisse blik en de ruimte om door te vragen. ‘Studenten kunnen echt een vliegwiel voor verandering zijn.’ Daardoor kunnen ze beweging brengen in teams en helpen om verbeteringen concreet te maken. Eén voorwaarde is daarbij wel belangrijk: ruimte en goede begeleiding. 

Van opname naar welkom

De belangrijkste les uit Samen-zorgen-dat is dat samenwerking begint met contact, niet met een takenlijst. ‘Vroeger waren intakegesprekken een soort checklist: wat moeten wij weten om de zorg te organiseren en welke regels moeten families kennen?’, vertelt Juul Lavrijsen, actieonderzoeker bij UKON. Naasten kunnen echter pas echt meedoen als zij zich welkom voelen. Volgens Marleen Lovink, programmaleider bij UKON, moet het intakegesprek daarom gaan over de toekomstige bewoner: wie bent u, hoe deed u het thuis en wat past nu bij u? Of zoals Kersten het zegt: ‘Hoe meneer Jansen echt in elkaar zit, weet alleen de familie Jansen.’

In De Waalboog namen daarom teams samen met de studenten allereerst het intakegesprek onder de loep. ‘Dat was vaak vrij klinisch. We zijn echter geen ziekenhuis’, legt Kersten uit. ‘Dit is het nieuwe huis van de bewoner.’ Om andere vragen te stellen, werd een gesprekskaart ontwikkeld. Daardoor ontstaat meer ruimte om bewoners en hun familie echt te leren kennen.

Lovink: ‘Naasten weten vaak wat iemand geruststelt en wat betekenis geeft in het dagelijks leven. Die kennis maakt de zorg persoonlijker en passender.’ Lavrijsen geeft een voorbeeld: de familie van een oud-fietsenmaker richtte in ZGEM  een plek in met gereedschap en een oude fiets, zodat hij – en andere bewoners – weer kon sleutelen. Kersten vult aan vanuit haar ervaringen in De Waalboog: ‘Bij dit soort vragen moet het antwoord niet meteen nee zijn, maar: laten we samen kijken wat past. En als een naaste thuis altijd bepaalde zorgmomenten op zich nam en dat nog steeds wil en kan, dan moet je samen kijken hoe dat ook in het verpleeghuis mogelijk blijft.’ 

Afbeelding
Portretfoto van Marleen Lovink van Radboud UMC
Naasten moeten het gevoel hebben: ik kom hier op de woonplek van mijn naaste, niet op de werkplek van anderen.
Marleen Lovink
Programmaleider UKON

Betrokkenheid is welkom, niet verplicht

Gelijkwaardig samenwerken betekent niet dat naasten automatisch móeten helpen. Veel naasten zijn bij verhuizing al overbelast of emotioneel geraakt. Daarom kiezen de Waalboog en ZGEM voor 2 stappen: eerst een warm welkom, later nogmaals het gesprek over wat iemand wil en kan doen. Wat past, verschilt per persoon. De een helpt graag bij de zorg, de ander drinkt liever koffie in de gezamenlijke woonkamer of gaat mee naar buiten. Maatwerk blijft het uitgangspunt, want zoals Vilans beschrijft in de handreiking Wensen, verwachtingen en grenzen in de driehoek kan een organisatie niet bij voorbaat bepalen wat naasten wel of niet mogen doen. 

En dat laatste is best lastig. De spanning ontstaat vooral in de overgang van welzijn naar zorg. Aan samen koken, wandelen of koffiezetten wordt vaak het eerst gedacht door zorgteams én door naasten en vrijwilligers. Maar zodra het gaat om wassen, aankleden of verpleegtechnische handelingen zoals medicatie geven of wondzorg, komen veiligheid, aansprakelijkheid en professionele verantwoordelijkheid in beeld. Juist daar wringt het: wat kan, wat mag en wie is verantwoordelijk als het misgaat? Zoals Lovink zegt: ‘We komen uit een cultuur met veel regels en protocollen. Dan is het logisch dat deze omslag spannend voelt. Maar deze beweging is ook een kans voor zorgprofessionals om hun professionele identiteit te versterken. Zij kunnen vanuit hun expertise een rol als coördinator, expert en coach vervullen’.  Van der Wouw: ‘Vaak denken we nog automatisch dat de zorg overal de regie op moet voeren, maar is dat echt nodig? Dat is de vraag.’

Afbeelding
Foto van Annemie van der Wouw - docentonderzoeker bij HAN
We merken allemaal hoe sterk we nog in die oude koker denken. Juist nu, met de toenemende druk op de zorg en de arbeidsmarktkrapte, móét dat gaan schuiven. Maar dit is wel iets van de lange adem.
Annemie van der Wouw
Docent-onderzoeker, HAN

Veel verpleeghuizen worstelen net als De Waalboog met dezelfde vragen: hoe werk je samen met naasten en vrijwilligers zonder hen te overvragen, hoe houd je oog voor veiligheid en hoe vertaal je een brede visie op samenwerking tussen formele en informele zorg naar de werkvloer? Juist daarom zijn de opbrengsten van Samen-zorgen-dat ook voor andere organisaties relevant. Het project laat zien dat gelijkwaardig samenwerken niet begint met taken verdelen, maar met elkaar leren kennen, ruimte maken voor maatwerk en steeds opnieuw afstemmen wat passend is.

Ook buiten woonzorgorganisaties is die beweging zichtbaar, al verschuift het accent per setting. Thuis gaat het vaker over zelfmanagement: welke zorghandelingen kunnen cliënten of mantelzorgers zelf blijven doen? In de ggz draait het eerder om ruimte voor iemands verhaal en identiteit. Maar de kern is overal dezelfde: goede zorg ontstaat niet alleen uit professionele kennis, maar ook uit de relatie met de mensen om iemand heen.

Deze beweging stopt daarom niet als het project eindigt, benadrukt Lavrijsen. Het gaat om een cultuuromslag in heel Nederland en die vraagt tijd. Voor bewoners zit de winst uiteindelijk vaak in iets ogenschijnlijk kleins.  Van een oude fiets waar nog even aan gesleuteld mag worden tot een dochter die een vertrouwd zorgmoment voortzet. 

Colofon
Auteur:
ZonMw
Redacteur:
ZonMw