Deelnemende topspecialistische centra: duurzame financiering is urgent

De maatschappelijke meerwaarde van topspecialistische zorg in algemene ziekenhuizen en categorale instellingen staat niet ter discussie. Hoe kunnen we deze zorg duurzaam en structureel financieren? Projectleiders en onderzoekers bogen zich over deze dringende kwestie.

Verplichte velden en regels

In het programma Topspecialistische Zorg en Onderzoek (TZO) krijgen 10 topspecialistische functies in algemene ziekenhuizen en categorale instellingen subsidie. Zij leveren topspecialistische zorg in combinatie met wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en opleiding op hoog niveau. In het programma TopZorg (2014-2018) is de maatschappelijke meerwaarde van deze combinatie duidelijk aangetoond. 

Structurele oplossing nodig

In de loop van dit jaar lopen de eerste door het programma TZO gesubsidieerde projecten af. Maar het is niet duidelijk hoe deze topspecialistische functies moeten worden bekostigd als de subsidie stopt. Eind februari 2024 organiseerde ZonMw een bijeenkomst met onderzoekers van IQ Health (Radboud UMC) en met de projectleiders van de 10 betrokken instellingen. Er moet een structurele oplossing komen voor bekostiging van deze zorg, benadrukten zij. Komt die oplossing er niet, dan is het de vraag of deze zorgtaken nog geleverd kunnen worden.

Veel variatie en complexe patiëntpopulaties

IQ Health brengt de mogelijkheden in kaart voor duurzame financiering in het ZonMw-evaluatieprogramma TOVER. In de praktijk is er veel variëteit in zowel topspecialistische functies als in de manier waarop de subsidie wordt besteed. Wat wel bleek: alleen subsidie is niet toereikend om deze zorg goed te leveren. En de huidige DBC-vergoedingen zijn door de complexe patiëntpopulaties niet toereikend voor het leveren van topspecialistische zorg.

Routes voor bekostiging

Tijdens de projectleidersbijeenkomst presenteerde onderzoeker Niek Stadhouders verschillende ‘routes’ die er zijn voor bekostiging. Stadhouders gaf in zijn presentatie een uitgebreide toelichting de verschillende bekostigingsopties. Belangrijke vraag daarbij was: waar moet deze bekostiging precies vandaan komen? 

In de discussie met de projectleiders bleek dat 3 scenario’s als het meest haalbaar werden gezien:

  1. Hogere DBC-tarieven via onderhandelingen met zorgverzekeraars
  2. Via een regeling voor structurele financiering onderzoeksinfrastructuur
  3. Via een tijdelijk overbruggingsprogramma 

Urgentie

Verschillende projectleiders benadrukten vooral de urgentie om tot een structurele oplossing te komen om deze topspecialistische zorg in de toekomst te kunnen blijven leveren. De tijd dringt. Over 3 maanden loopt voor meerdere instellingen de projectfinanciering af. Vandaar de suggestie dat er op politiek-bestuurlijk niveau knopen doorgehakt moeten worden. ‘Hoe interessant en relevant ook de technische oplossingen voor bekostigingsopties kunnen zijn, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen als belangenbehartiger moet op korte termijn in gesprek gaan over de verschillende scenario’s met andere partijen, zoals het ministerie van VWS, de NZa, de NFU en de zorgverzekeraars.’ 

Vanwege die gevoelde urgentie gaf ZonMw in samenspraak met de onderzoekers van TOVER de toezegging nog voor de zomer met een extra tussenrapportage te komen. Dat tussenrapport, waarvoor op korte termijn de deelnemende TZO-instellingen nog extra input leveren, kan helpen het gesprek op bestuurlijk niveau te gaan voeren.

De praktijk van de testbeds

1 / 3
Testbed: de richtlijnen van het Catharina

Het Catharina Ziekenhuis onderzoekt in het TZO-project onder meer de multidisciplinaire behandeling van het complexe rectumcarcinoom. Hiermee wil het Catharina zorg, onderzoek en onderwijs niet alleen verder versterken, maar ook structureel verankeren en de zorgpaden toekomstbestendig maken. 

“Wij hebben de opdracht gekregen om door middel van wetenschappelijk onderzoek de zorg voor deze patiëntencategorie te verbeteren”, zegt Pim Burger (chirurg-oncoloog). “Dat is gelukt. Alle richtlijnen op dit gebied zijn nationaal en internationaal nu in bewerking of aangepast naar aanleiding van onze projecten. De operating procedures van onze studies zijn de landelijke standaard geworden.”

Het einde van de TZO-regeling dreigt grote gevolgen te hebben, vreest Burger. “De enorm stijgende lijn die we de afgelopen jaren hebben ingezet, gaat vanaf volgend jaar weer naar beneden. Tenzij er een oplossing is gevonden. Het is natuurlijk niet zo dat we dat gewoon laten gebeuren. We zullen alle zeilen bijzetten om het zoveel mogelijk in stand te houden. Maar het is zeker zo dat wat wij bereikt hebben door de investering die gedaan is, voor een deel teloorgaat als het project stopt.”

2 / 3

Testbed: het maatwerk van het Oogziekenhuis

Het Oogziekenhuis Rotterdam voert met de TZO-subsidie onder andere 3 onderzoeksprojecten uit, gericht op het leveren van meer maatwerk voor de topspecialistische patiënt in 3 verschillende patiëntenstromen. Volledige deskundigheid en beschikbaarheid op oogheelkundig gebied is jaarrond 24/7 aanwezig in het Oogziekenhuis. Als daar geen bekostiging meer voor beschikbaar is, zal op enig moment deze zorg in combinatie met onderzoek en onderwijs steeds verder afbrokkelen, is de vrees van Els Steijger-Slingerland, manager marketing, communicatie en commerciële zaken. 

“Wij zijn echt het oogheelkundige last resort-centrum in Nederland.” Daarom steunt ze de oproep om na jaren van tijdelijke regelingen nu tot een structurele bekostiging te komen. “Het stoppen van de TZO-subsidie is zorgelijk. We zullen veel mooie betaalbare zorg, innovatie en onderzoek gaan verliezen als dit niet goed geregeld gaat worden. 

Voor het Oogziekenhuis is het meest passend de beschikbaarheidsbijdrage voor topspecialistische zorg en daaraan gekoppeld bekostiging voor het behoud van de structurele onderzoeksinfrastructuur.”

3 / 3

Testbed: de biobank van het Antonius

Het door VWS erkende Expertisecentrum Interstitiële Longziekten van het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein verricht hoogstaande tertiaire ILD-zorg. Voor het volgen van het effect van behandeling en het opdoen van nieuwe inzichten is de ILD-biobank en klinische registratie essentieel. Deze informatie over de behandeling van 150 verschillende zeldzame ziektevormen is de basis van veel onderzoek. Daarmee kan de behandeling van toekomstige patiënten verder verbeteren.

“Voor de patiëntenpopulatie met deze zeldzame aandoeningen hebben wij een landelijke expertisefunctie”, legt Twan Klijn (Hoofd Strategiebureau) uit. “Wij vervullen een last resort-functie voor de zorg en coördineren onderwijs en onderzoek. Onze expertise wordt erkend, we voldoen aan alle eisen die met dat beoordelingsproces gepaard gaan. Ook op het gebied van wetenschappelijk onderzoek, waar financiering voor ontbreekt. We bekostigen de onderzoeksinfrastructuur nu vanuit eigen middelen en gebruiken hier gedeeltelijk de TZO-subsidie voor. Deze loopt echter in juni 2024 af. Als dat wegvalt, wordt het moeilijker de pijlers zorg, onderzoek en onderwijs van het expertisecentrum kwalitatief hoogwaardig in stand te houden, terwijl het uit maatschappelijk oogpunt voor Nederland zo belangrijk is dit centrum te behouden.”

Contact

Neem bij vragen contact op via de onderstaande gegevens.

Marlies van ven Oever

Programmamanager
TZO [at] zonmw.nl