Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Brede gezondheid meten met oog voor context: de CPHQ2.0 is klaar voor gebruik

Laatst aangepast:

De beweging naar Positieve Gezondheid vraagt om nieuwe manieren van meten. Dankzij subsidie van ZonMw en NWO is er nu een wetenschappelijk onderbouwd meetinstrument dat brede gezondheid in beeld brengt. Projectleider Marieke Spreeuwenberg en gebruikers Joop Raams en Marleen Mares in gesprek over de Context-Sensitive Positive Health Questionnaire (CPHQ2.0).

Gezondheid gaat niet alleen over ziek zijn of beter worden. In beleid, zorg en sociaal domein groeit het besef dat gezondheid ook gaat over mentale veerkracht, sociale relaties, (financiële) mogelijkheden en de omgeving waarin iemand leeft. Dat is precies waar het gedachtegoed van Positieve Gezondheid voor staat.

‘Toch houden veel bestaande meetinstrumenten onvoldoende rekening met deze andere factoren’, aldus Spreeuwenberg, professor Health Innovation and Digital Transformation bij Maastricht University en projectleider van het onderzoeksproject CPHQ2.0. ‘Daardoor blijven factoren als geldzorgen en leefomgeving vaak buiten beeld, terwijl die juist sterk samenhangen met sociaaleconomische gezondheidsverschillen.’ 

Afbeelding
Iemand kwam met hoofdpijn, maar bij doorvragen bleek het te gaan over bijvoorbeeld stress door scheiding of over eenzaamheid.
Joop Raams
huisarts en gebruiker van CPHQ2.0

Gezondheid breed en betrouwbaar meten

Joop Raams, huisarts en voormalig voorzitter van Gezonde Wijk Kattenbroek in Amersfoort, ziet het belang van de context ook in. ‘In mijn 32 jaar als huisarts heb ik ervaren dat klachten op het spreekuur vaak een andere oorzaak hadden dan een puur medische. Iemand kwam met hoofdpijn, maar bij doorvragen bleek het te gaan over bijvoorbeeld stress door scheiding of over eenzaamheid.’ 

De behoefte om brede gezondheid in kaart te brengen en op een betrouwbare manier te meten, vormde de grondslag voor het onderzoeksproject waarin de Context-Sensitive Positive Health Questionnaire 2.0 is ontwikkeld. ‘In het onderzoek zijn we behalve van Positieve Gezondheid ook uitgegaan van de Capability-benadering’, vertelt Spreeuwenberg. ‘Deze neemt iemands context en mogelijkheden mee. Zoals: heeft iemand wel de financiële middelen om gezond te leven?’

Afbeelding
portretfoto van projectleiders marieke spreeuwenberg
Voor mij als arts is het belangrijk dat een instrument wetenschappelijk onderbouwd en evidence based is.
Marieke Spreeuwenberg
projectleider

Onderzoeksproject CPHQ2.0

De vragenlijst is ontwikkeld in samenwerking met Jessica Kiefte, hoogleraar Population Health en hoofd wetenschappelijk onderzoek van de Health Campus in Den Haag. Spreeuwenberg: ‘Ons uitgangspunt was de eerder ontwikkelde CPHQ1.0 met 32 vragen. Vervolgens hebben we met 10 focusgroepen met professionals uit zorg en sociaal domein, beleidsmakers, onderzoekers, burgers en patiënten per vraag gekeken naar begrijpelijkheid, relevantie en wat eventueel ontbrak. De eindgebruikers zijn breed betrokken, waarbij we extra aandacht hadden voor mensen in kwetsbare posities. Dit leidde ertoe dat enkele items bleven behouden, en sommige werden aangepast of samengevoegd.’ 

Daarna volgde een kwantitatieve toetsing met factor- en betrouwbaarheidsanalyses, waarna nog enkele items zijn afgevallen. ‘Ook de ZonMw-begeleidingscommissie heeft positief-kritisch meegedacht’, zegt Spreeuwenberg. ‘Dit heeft zeker bijgedragen aan de kwaliteit van de vragenlijst.’ Raams beaamt dit: ‘Voor mij als arts is het belangrijk dat een instrument wetenschappelijk onderbouwd en evidence based is.’ 

Uiteindelijk bleef een compacte vragenlijst van 20 vragen over. Deze zijn verdeeld over 8 domeinen, te weten: mentale ontspanning, sociale acceptatie, welbevinden, sociale steun, financiële middelen, vitaliteit, gezondheidsvaardigheden en mobiliteit. 

Begrijpelijkheid en gebruiksvriendelijk

Daarmee is de CPHQ2.0 een breed gedragen, valide, betrouwbaar en responsief meetinstrumentarium, dat ook geschikt is voor mensen met een lage sociaaleconomische positie en beperkte gezondheidsvaardigheden. Spreeuwenberg: ‘Deze groep heeft moeite om informatie over gezondheid te begrijpen, te gebruiken en toe te passen in het dagelijks leven. Daarom hebben we expliciet gekeken naar gebruiksvriendelijkheid, en in de CPHQ2.0 een combinatie gemaakt van tekst en smileys op een Likert-schaal.’

Toetsing in de praktijk

Onderzoeker bij het lectoraat Gelijke Kansen op Gezonde Keuzes en docent bij Avans Hogeschool Marleen Mares testte de vragenlijst in een wijk in Breda, bij een groep oudere vrouwen met een migratieachtergrond. Zij zag direct verschil met andere meetinstrumenten. ‘De CPHQ2.0 was voor deze doelgroep veel fijner om in te vullen vanwege het visuele aspect en de smileys’, vertelt ze. Cijfers bleken echter lastiger voor deze doelgroep: ‘Een score geven op een schaal van 0 tot 10 vonden ze moeilijk. Ze konden hun gevoel niet zomaar naar een cijfer vertalen. En soms speelde schaamte mee: een laag cijfer voelde voor sommigen alsof ze gefaald hadden.’ 

Ook bleken de taal en de cultuur soms obstakels te zijn, bijvoorbeeld bij begrippen als “buitengesloten” of “geaccepteerd”. ‘De vertaler gaf aan die begrippen niet goed te kunnen vertalen, dus de vrouwen begrepen deze vragen niet goed.’ Dat soort signalen zijn belangrijk voor een eventuele toekomstige handleiding.

Toegevoegde waarde

Raams werkt in Kattenbroek al jaren met Positieve Gezondheid in een breed samenwerkingsverband van zorg, welzijn en bewoners. Hij ziet de waarde van een uniform instrument vooral in de gezamenlijke taal en de mogelijkheid om gerichter door te verwijzen. “Als huisarts heb je geen tijd om uitgebreid over leefstijl of armoedeproblematiek te praten. Dan is het belangrijk dat je meteen weet: die persoon is daar het beste op zijn plek.” 

Als ideaalbeeld schetst Raams een systeem waarin professionals elkaar sneller vinden, omdat ze hetzelfde kader gebruiken en elkaar herkennen in de uitkomsten. Daarmee wordt brede gezondheid niet alleen een “mooi verhaal”, maar een praktische route naar passende ondersteuning.

Afbeelding
Portretfoto van Marleen Mares
Ook voor het onderwijs is zo'n vragenlijst een mooi instrument om een eerste inzicht te krijgen in hoe iemand zich voelt en wat de invloed van iemands situatie hierop is.
Marleen Mares
Onderzoeker bij het lectoraat Gelijke Kansen op Gezonde Keuzes en gebruiker van CPHQ2.0

Praktische toepassing

De CPHQ2.0 is breed inzetbaar: in de zorgpraktijk (om beter zicht te krijgen op wat patiënten nodig hebben en om het gesprek te verbreden), in het sociaal domein (bijvoorbeeld bij wijkgerichte of preventieve aanpakken), in beleid (om gezondheidsverschillen en effecten van interventies beter te volgen) en in onderzoek (met name naar brede gezondheid en sociaaleconomische gezondheidsverschillen). 

Mares ziet daarnaast ook waarde in het onderwijs: studenten moeten werken met betrouwbare instrumenten. ‘Dan is zo’n vragenlijst een mooi instrument om een eerste inzicht te krijgen in hoe iemand zich voelt en wat de invloed van iemands situatie hierop is.’

Ermee aan de slag

Met de lancering van gezondmeten.org is de methodologie niet alleen afgerond, maar ook praktisch toegankelijk gemaakt: vragenlijst, handleiding en materialen zijn open beschikbaar. Spreeuwenberg is helder in haar oproep: ‘Ga ermee aan de slag! Niet alleen om beter te meten, maar ook om interventies en aanpakken beter te vergelijken en van elkaar te leren.’

Daarin past ook een bredere boodschap over samenwerking. Raams verwoordt het als een les voor beleid en praktijk: ‘Dit is weer een mooi voorbeeld van een domeinoverstijgend initiatief. De enige manier waarop je verder komt, is samenwerken vanuit verschillende domeinen met een gemeenschappelijk doel: betere gezondheid.’

Vooruitkijken

Het onderzoeksproject laat ook zien wat er nog te doen is. De praktische toetsing in verschillende settings was waardevol, maar inclusie kan uitdagend zijn, onder andere door belasting voor deelnemers en professionals. Vervolgonderzoek is wenselijk: validatie voor andere doelgroepen (zoals jongeren), vertaling naar andere talen en implementatieonderzoek naar barrières en succesfactoren. 

Daarnaast is er potentie richting beleids- en stelselpartijen. Spreeuwenberg ziet kansen voor toepassing in evaluaties en mogelijk zelfs in economische analyses: ‘Ik zou het mooi vinden als we daar een vragenlijst voor kunnen gebruiken die wat breder kijkt dan alleen maar de CPHQ2.0.’ Dat raakt direct aan partijen als Zorginstituut Nederland, met interesse in passende zorg en evaluatiekaders, en VWS als opdrachtgever en beleidsmaker.

Toekomstig onderzoek

De ontwikkeling van de CPHQ2.0 staat niet op zichzelf. ZonMw heeft niet alleen gefinancierd, maar ook inhoudelijk geagendeerd en kritisch ondersteund. Spreeuwenberg geeft aan dat zij hoopt dat ZonMw het gebruik verder stimuleert: ‘Het zou heel fijn zijn dat ZonMw ook aanmoedigt dat deze vragenlijst gebruikt wordt in toekomstig onderzoek.’ 

Daarmee sluit de CPHQ2.0 aan bij ZonMw-brede thema’s Positieve Gezondheid en sociaaleconomische gezondheidsverschillen: precies daar waar meten van context nodig is om beleid en praktijk scherper te maken.

Van meten naar sturen: brede gezondheid op populatieniveau

Volgens Erik Buskens, lid van de ZonMw-begeleidingscommissie en hoogleraar Population Health Management, ligt de grote meerwaarde van de CPHQ2.0 in de mogelijkheid om brede gezondheid niet alleen individueel, maar ook op populatieniveau inzichtelijk te maken. ‘We monitoren via GGD’en al veel: armoede, leefstijl, sportdeelname. Maar het ontbreekt vaak aan een expliciete, gevalideerde maat voor hoe mensen zélf hun gezondheid ervaren . Zo’n generiek instrument kan dat gat vullen.’

Een uniforme maat voor Positieve Gezondheid helpt beleidsmakers om regio’s beter te vergelijken en gerichter te sturen. ‘Dan krijg je zicht op wat er werkelijk toe doet in een wijk of regio: participatie, zingeving, inkomen, mobiliteit. En je kunt vervolgens de vraag stellen: waar hangen die uitkomsten mee samen? Met de beschikbaarheid van voorzieningen, vervoer, gezond voedsel?’

Buskens ziet ook kansen richting evaluaties en economische analyses, maar plaatst daarbij nuance. ‘We werken nu vaak met instrumenten als de EQ-5D, een grove maar internationaal geaccepteerde maat voor kwaliteit van leven. De CPHQ2.0 is veel fijnmaziger en rijker. De vraag is hoe die instrumenten zich tot elkaar verhouden. Kun je ze combineren of vertalen? Dat vraagt echt vervolgonderzoek.’

Tot slot benadrukt hij het belang voor samenwerking tussen zorg en sociaal domein. ‘Professionals gebruiken vaak verschillende talen en indicatoren. Een gezamenlijk meetinstrument helpt om het gesprek te structureren: waar streven we samen naar, voor deze groep mensen? Juist omdat dit instrument mét burgers is ontwikkeld, sluit het beter aan bij hun werkelijke behoeften.’

Colofon
Auteur:
Marianne Lourens
Fotografie:
Eigen beeld geïnterviewden
Redacteur:
ZonMw

Contact

Renata Klop

Strategisch adviseur
BredeBenaderingGezondheid [at] zonmw.nl

Riëtte van Spanje

Programmamanager
BredeBenaderingGezondheid [at] zonmw.nl