Blijven meedoen met beginnende dementie: hoe Beilen clubs en mensen verbindt
Hoe zorg je dat mensen met beginnende dementie actief blijven meedoen bij hun club of vereniging? In Beilen laten ze zien hoe persoonlijk contact, samenwerking en kleine aanpassingen ervoor zorgen dat mensen niet aan de zijlijn belanden, maar betrokken blijven.
Vraag zelf subsidie aan
De subsidieoproep 'Blijven meedoen: ook met dementie 2026' is inmiddels geopend en sluit wanneer het subsidieplafond is bereikt, maar uiterlijk 4 augustus 2026. Er is nog voldoende ruimte om een subsidieaanvraag in te dienen. Ongeveer 50% van het totale subsidiebudget is benut.
Lees de subsidieoproep 'Blijven meedoen: ook met dementie 2026' hier
Peter Vereijken, projectleider van ‘Blijven meedoen, ook met dementie in Beilen’ wil geen 0800-nummer. Als hij met een zorg- of welzijnsorganisatie samenwerkt, vraagt hij om het mobiele nummer van de medewerker met wie hij om tafel zit. "Ik werk alleen met jóu samen", zegt hij. "Als ik iets nodig heb, wil ik niet in de wachtrij komen van het 0800- of 088-nummer. Ik wil niet samenwerken met welzijnswerk, maar met jou."
Het is een klein detail, maar het raakt de kern van het project "Blijven meedoen, ook met dementie in Beilen": niet het systeem regelt het, een mens doet het.
Ik zag mensen zich terugtrekken. Ik hoorde dat mensen niet meer meegingen, thuis op de bank gingen zitten en in een soort zelfgekozen isolement kwamen. Niet omdat ze niets meer konden, maar omdat ze zich niet meer begrepen voelden.
2 uitdagingen, 1 oplossing
Beilen telt ruim 600 tachtigplussers. Vereijken komt ze overal tegen: bij de duofietsclub, bij de rolstoel-rollator-wandelclub, bij de huurdersvereniging waar hij voorzitter van is. "We hebben te maken met dubbele vergrijzing. Er komt een tsunami van mensen met een zorg- of hulpvraag.” Wat hem opviel was niet zozeer dat mensen dementie kregen, maar wat na die diagnose gebeurde.
"Ik zag mensen zich terugtrekken. Ik hoorde dat mensen niet meer meegingen, thuis op de bank gingen zitten en in een soort zelfgekozen isolement kwamen", zegt hij. Niet omdat ze niets meer konden, benadrukt hij, maar omdat ze zich niet meer begrepen voelden. "Op het moment dat die mensen het gevoel hebben dat het fout zou kunnen gaan, is het schaamte of gebrek aan zelfvertrouwen waardoor ze zich isoleren." Terwijl diezelfde dorpsbewoners met beginnende dementie nog heel veel kunnen, als de omgeving daar maar op is ingesteld.
Tegelijk zag hij clubs en verenigingen door de vergrijzing leden verliezen. 2 problemen waarvoor misschien wel één oplossing kan zijn: zorg dat mensen kunnen blijven doen wat ze al deden, op de plek waar ze al waren. Toen er via het Landelijk Platform Odensehuizen bericht kwam dat het ZonMw-programma ‘Dagactiviteiten voor thuiswonende mensen met dementie’ daarvoor subsidie beschikbaar stelde, besloot Vereijken het erop te wagen, ook al had hij "nog nooit met zo'n organisatie zaken gedaan". Inmiddels is het project halverwege de looptijd van 12 maanden.
Veel clubs denken: "dit is ons probleem, wij moeten dit oplossen". Maar je hoeft het niet alleen te doen. Je moet het samen doen met anderen. Met casemanagers, met buurtinitiatieven, met het Odensehuis.
Niet vergaderen, maar doen
"Heel veel organisaties maken een valse start", zegt Vereijken. "Die beginnen door heel lang met heel veel mensen aan tafel te blijven vergaderen, en dan krijg je een stapeling van argumenten en tegenargumenten." Zijn advies: ga uit van wat iemand nog wél kan, hou het klein, en begin gewoon.
Veel verenigingen en clubs merken dat leden met dementie afhaken, maar weten niet waar ze moeten beginnen. Vereijken hoort regelmatig dezelfde bezwaren: onbekendheid met dementie, gebrek aan tijd en visie, en vooral: het idee dat je het allemaal zelf moet doen. "Veel clubs denken: dit is ons probleem, wij moeten dit oplossen", zegt hij. "Maar je hoeft het niet alleen te doen. Je moet het samen doen met anderen. Met casemanagers, met buurtinitiatieven, met het Odensehuis. Daarom ben ik dus zo tegen die 0800-nummers: ze maken je eenzaam in je werk." Samenwerking maakt niet alleen het werk lichter, het geeft ook houvast. En het levert iets op waar iedereen blij van wordt.
De projectgroep in Beilen is opvallend breed: naast hoofdaanvrager Onder Dak en kennispartners Odensehuis Beilen en VMBO Volta doen onder meer een dierenweide, een moestuinproject, een theehuis en een wandelclub mee. Wat hen bindt is geen uitgewerkt contract, maar persoonlijk contact en een gezamenlijk belang. Zo organiseert Vereijken in de "maand van de ontmoeting" een muziekmiddag waarvoor hij niet alleen Odensehuisbezoekers uitnodigt, maar ook mensen van de dagbesteding voor mensen met een verstandelijke beperking, deelnemers van de duofiets en de wandelclub. "Dan heb je meteen een groep van 100 ouderen. Dat bij elkaar brengen geeft sfeer. Dan is het niet 'jij alleen' of 'wij van de duofietsclub'. Dan is het iedereen samen."
Je moet op je handen zitten, erbij zitten en alle tijd van de wereld nemen. Je geeft de ander de tijd om hun wensen en behoeften te uiten.
Scholieren leren Yahtzee en Rummikub
Een onderdeel waar Vereijken zichtbaar enthousiast over wordt, is de samenwerking met vmbo-leerlingen van Volta, een school in Beilen. Leerlingen krijgen training in het duwen van een rolstoel en de omgang met ouderen, en gaan daarna praktijkleren bij het Odensehuis. "De samenwerking met de leerlingen is echt van toegevoegde waarde. Ze zijn onbevangen. Ze stellen andere vragen aan de ouderen, en ouderen vinden het geweldig dat jeugd aandacht voor ze heeft." Hij leert de leerlingen vooral een ding: "Je moet op je handen zitten, erbij zitten en alle tijd van de wereld nemen. Je geeft de ander de tijd om hun wensen en behoeften te uiten. Pas als dat niet lukt bied je zelf iets aan. En wat je ook doet: je doet zelf mee, je gaat niet als een ANWB-paal de weg wijzen."
Uit gesprekken met ouderen bleek dat zij klassiekers als Jokeren, Yahtzee of Rummikub graag weer wilden spelen. De leerlingen kenden de spelregels van deze spellen alleen niet. Op school kregen zij daarom zelf les in deze spellen, zodat ze met de ouderen konden meespelen. Een klein obstakel dat met een kleine ingreep was opgelost. "Ze komen zo groen als gras binnen", zegt Vereijken, "maar ze gaan weg als heerlijke ouderenwerkers."
Wat kunnen anderen leren van dit project?
Vereijken raadt andere clubs aan: kopieer zijn project niet, maar pik er werkbare onderdelen uit die bij de eigen situatie passen. "Kopiëren heeft geen zin. Je moet de werkbare elementen internaliseren in je eigen organisatie. Misschien zijn dat er maar 5, maar die helpen enorm om te versnellen."
In maart 2026 organiseerde het project een hackaton rondom dementie en inclusie. Zo'n 70 deelnemers, van vmbo-leerlingen tot wethouder en van vrijwilliger tot mantelzorger, gingen in gemengde teams aan de slag met stellingen over dementie en verenigingsleven. “Voorafgaand aan de hackaton hebben we knelpunten, vragen, dilemma’s en ambities opgehaald, zodat het praten met elkaar ook daadwerkelijk ergens toe leidt.”
De hackaton leverde 5 adviezen op voor gemeenten, clubs, verenigingen en zorg- en welzijnsorganisaties.
Wat kun je morgen al doen om je club of vereniging toegankelijk te houden?
"Het mooiste is dat mensen zich realiseren dat dementie erbij hoort. Iedereen heeft er inmiddels wel mee te maken." Een vereniging hoeft daarvoor niet ineens zorgverlener te worden. Het gaat erom dat iemand de tijd neemt om te kijken hoe een lid, met andere instructies of iets meer aandacht, kan blijven meedoen.
Je hoeft dus geen zorgorganisatie te zijn om een reguliere activiteit toegankelijk te houden voor iemand met beginnende dementie. Volgens Vereijken is de drempel lager dan hij lijkt. Hij heeft concrete suggesties voor eerste stappen die een club, vereniging of buurtinitiatief kan zetten:
- Vorm je een beeld van wat dementie is en wat mensen met de aandoening nog wél kunnen.
- Kijk rond in je eigen club: zijn er leden die "aan het veranderen zijn"? Spreek ze persoonlijk aan en besteed er aandacht aan.
- Wijs iemand aan als aanspreekpunt dementie binnen de vereniging. Niet als grote taak, maar vergelijkbaar met een aandachtsfunctionaris voor ongewenst gedrag.
- Organiseer eens per jaar een korte inleiding voor vrijwilligers, verzorgd door de lokale casemanager dementie.
- Neem dementie op in je beleid of huisregels.
Dit kost bij elkaar nauwelijks tijd of moeite, maar kan voor iemand met beginnende dementie een wezenlijk verschil maken.
Dementievriendelijk dorp
Hoe ziet een dementievriendelijk Beilen er dan uiteindelijk uit? Niet zozeer aan instellingen te herkennen, maar aan mensen die elkaar kennen en weten te vinden. "De casemanager dementie kan makkelijk een vrijwilliger van het Odensehuis bellen. Zij helpen elkaar om iemand op te halen." Soms is dat een kwestie van geduld: een mevrouw die de eerste 4 keer niet meegaat, maar de vijfde keer wel. Het gaat erom dat alle mensen die er al werken, met elkáár gaan werken, en niet voor zichzelf."
Ook aan de slag? Nieuwe subsidie beschikbaar!
Voor dit artikel interviewde ZonMw één van de gehonoreerde projecten uit de subsidieoproep ‘Blijven meedoen: ook met dementie’ van 2025.
De subsidieoproep "Blijven meedoen: ook met dementie 2026" staat open voor aanbieders van reguliere activiteiten, zoals bijvoorbeeld sportclubs, culturele organisaties of buurtinitiatieven, die willen samenwerken met een partij met expertise op het gebied van ondersteuning bij dementie. Samen werkt u aan een plan om uw reguliere activiteiten toegankelijker en aantrekkelijker te houden voor mensen met beginnende dementie. Er is per project tussen € 15.000 en € 25.000 beschikbaar, voor een looptijd van 6 tot 12 maanden. Voor deze subsidieoproep werkt ZonMw samen met Fonds Sluyterman van Loo. Dankzij hun bijdrage kunnen er in 2026 twee keer zoveel projecten worden gehonoreerd als in 2025.