Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Bij vroege preventie van antisociaal gedrag moet jongere centraal staan

Laatst aangepast:

Jongeren die in de jeugdcriminaliteit vervallen, zorgen voor veel maatschappelijke onrust. Onderzoekers van de Universiteit Maastricht zagen dat veel recent wetenschappelijk onderzoek nadrukkelijk op het belang van vroege interventie en preventie wijst, mogelijk nog voordat problematisch gedrag ontstaat. Idealiter zou volgens hen vroege preventie niet alleen het belang van de openbare veiligheid moeten dienen maar eveneens dat van betrokken jongeren.

In Nederland is de jeugdgezondheidszorg verantwoordelijk voor het signaleren van gedragsproblemen of -stoornissen. Ook zet het jeugdstelsel steeds meer in op vroege voorzorgsmaatregelen. Uiteraard is dit waardevol maar als het uiteindelijke doel het voorkomen van het zogenoemde antisociale gedrag (ASG) wordt, zijn er belangrijke vragen. Onderzoekers van de Universiteit Maastricht hebben meer duidelijkheid gebracht in deze ethische aspecten van vroege ASG-preventie.

Ethische vragen

Moeten we alle jonge kinderen willen screenen op mogelijke gedragsproblemen en risico op ASG? Wat betekent het voor kinderen (en hun ouders) als zij gezien worden als ‘risicokind’? Wat als dit onterecht is? Bovendien, wat willen we precies voorkomen? Gaat het vooral om ontwikkelings- en gedragsproblemen of om jeugddelinquentie? Wat als deze doelen botsen? Wiens belang moet dan voorrang krijgen en waarom? Hierin wilden de onderzoekers met een ethische analyse meer inzicht krijgen. Ook interviewden zij professionals, ouders en kinderen die ervaring hebben met interventies voor ernstige gedrags- en ontwikkelingsproblemen.

Bevindingen

De onderzoekers concluderen dat screening op een mogelijk risico voor ASG alleen aanvaardbaar kan zijn als dit het belang van het kind zelf dient. Het belang van de samenleving is volgens hen ondergeschikt. Ook bij latere behandelingen voor reeds bestaande problemen dient het belang van het kind op de voorgrond te staan en niet de preventie van mogelijke gevolgen. De geïnterviewden vinden eveneens dat goede zorg voor het kind centraal moet staan.

Meer informatie