Interview: Meer patiënten met inclusieversneller
Soms lukt het niet om binnen de tijd voldoende patiënten te includeren voor een onderzoek. Met de inclusieversneller gaat het beter. Dat blijkt uit de APOLLO-studie naar de plaatsing van kophalsprotheses bij patiënten met een gebroken heup.
Bij bepaalde heupfracturen kan de chirurg een kophalsprothese plaatsen. De indicatie daarvoor is in heel Nederland hetzelfde. Maar de chirurgische benadering verschilt: die kan achterwaarts of zijwaarts zijn. Beide hebben voor- en nadelen (zie kader), onbekend is welke benadering uiteindelijk het beste is. Rudolf Poolman is orthopedisch chirurg in het OLVG in Amsterdam en hoogleraar Orthopedie – in het bijzonder Zorgevaluatie – aan het LUMC. Hij onderzoekt met subsidie uit het programma DoelmatigheidsOnderzoek van ZonMw, welke chirurgische benadering het beste is: ‘We zijn in 2018 de APOLLO-studie gestart om het resultaat van de twee benaderingen te vergelijken’, zegt hij. ‘We betrekken patiënten vanuit het hele land. Orthopedisch chirurgen en traumachirurgen uit de verschillende centra lichten hun patiënten in over de studie, zodat zij weloverwogen kunnen beslissen om al of niet deel te nemen. Per ziekenhuis is er een contactpersoon. Voor de inclusie zijn we afhankelijk van hen.’
Van korte duur
Voor de APOLLO-studie includeren de onderzoekers 510 patiënten. De bedoeling was dat dit in december 2020 gebeurd zou zijn. Die planning bleek al snel onhaalbaar. ‘De aandacht voor zo’n zorgevaluatie verslapt’, verklaart Poolman. ‘Daarom brengen we maandelijks nieuwsbrieven uit en houden af en toe een praatje voor collega’s. Soms volgt dan een piek in het aantal inclusies. Die stijging is altijd van korte duur.’ Patiënten met een heupfractuur komen meestal binnen op de Spoedeisende Hulp; een afdeling met doorgaans een hoge werkdruk. Poolman: ‘Die hectiek maakt het extra lastig om de patiënt in alle rust uit te leggen waarom de studie wordt gedaan en dat het veilig is om deel te nemen. Zo’n inclusiegesprek duurt al gauw een half uur. Ook het randomiseren, de groep op basis van toeval in tweeën delen, kost tijd. We vragen best een investering.’
Onkostenvergoeding
De inclusieversneller biedt wellicht uitkomst. Het instrument is in nauwe samenwerking tussen ZonMw en het programma ZE&GG (Zorgevaluatie en Gepast Gebruik) ontwikkeld voor lopende zorgevaluaties binnen SEENEZ, 30 K&D en Leading the Change. Onderzoekers bij wie de inclusie stagneert, konden op uitnodiging aanspraak maken op een subsidie van €50.000,- per studie. Poolman: ‘Voor de APOLLO-studie geven wij uit het budget elk ziekenhuis zo’n honderd euro onkostenvergoeding per geïncludeerde patiënt. Ook sturen we regelmatig traktaties naar goed presterende ziekenhuizen, bijvoorbeeld een taart of een fles wijn. Zo houden we de aandacht vast.’
Logisch
Zónder inclusieversneller werden er per maand gemiddeld zeven patiënten aangemeld voor deelname aan de APOLLO-studie. Mét de versneller zeventien. De onderzoekers ronden de studie naar alle waarschijnlijkheid af in juli 2021, twee jaar eerder dan zonder inclusieversneller. Poolman: ‘We hebben een enorme inhaalslag gemaakt.’ Hij stelt voor om zo’n bedrag voor inclusie van meet af aan in te bedden bij zorgevaluaties. ‘Onderzoekers krijgen altijd nét te weinig subsidie om alles degelijk te doen’, zegt hij. ‘Ik vind het terecht dat artsen compensatie krijgen als ze investeren in een studie. Daar komt bij dat wij in Nederland goedkope studies doen in vergelijking met andere landen. Er zit bij iedereen een hoop intrinsieke motivatie in.’
Achterwaarts of zijwaarts
Een kophalsprothese kan achterwaarts of zijwaarts geplaatst worden. Bij een achterwaartse plaatsing snijdt de chirurg door het achterste kapsel heen, maar blijft de grote heupspier intact. Het risico bestaat dat de heup later uit de kom schiet. Bij een zijwaartse plaatsing wordt juist door de spier gesneden, met eventueel krachtverlies tot gevolg. Patiënten lopen daardoor meer risico om te vallen. De APOLLO-studie onderzoekt welke benadering uiteindelijk leidt tot de hoogste kwaliteit van leven.
Tekst: Riëtte Duynstee
Publicatiedatum: 7 mei 2021