Veelgestelde vragen subsidie interprofessioneel samenwerken
Een subsidieaanvraag goed indienen kan veel vragen opleveren. Hieronder vindt u veelgestelde vragen en antwoorden voor de subsidieoproep 'Effect van interprofessioneel samenwerken op passende zorg'. We actualiseren deze pagina regelmatig.
Samenwerking
-
Een bestaand samenwerkingsverband is een samenwerking die reeds operationeel is rondom patiëntenzorg. In deze subsidieronde gaat het om samenwerkingsverbanden die zorg verlenen gericht op complexe casuïstiek. Het gaat om zorgverleners die nu al samenwerken, maar waarvan het effect op de 4 principes van passende zorg nog niet is aangetoond.
-
Ja, het samenwerkingsverband kan zich beperken tot 1 organisatie zijn. Samenwerking met nulde, eerste, tweede lijn is wenselijk als dit bijdraagt aan de optimale zorg voor de patiënt. Daarnaast is in het project de (onderzoeks)samenwerking tussen kennis- en onderzoeksinstellingen met minimaal 2 maar bij voorkeur meerdere zorgorganisaties verplicht binnen deze subsidieronde.
-
Ja, dat mag. Onderbouw de relevantie en hoe het past binnen de beoordelingscriteria van deze subsidieronde.
-
Nee, een monodisciplinair netwerk voldoet niet aan de voorwaarde van interprofessionele samenwerking (=samenwerking tussen verschillende disciplines).
-
Ja, interprofessionele samenwerking is een voorwaarde voor deze subsidieoproep.
-
Ja, samenwerking met organisaties uit de derde lijn is toegestaan.
Aanvragers en betrokken partijen
-
Nee, alleen onderzoeksorganisaties (onder andere universiteiten, hogescholen) mogen optreden als hoofdaanvrager en bestuurlijk verantwoordelijke.
-
De hoofdaanvrager moet afkomstig zijn uit 1 van de 2 betrokken disciplines (paramedisch of verpleegkundig/verzorgend) en afkomstig zijn van een universiteit, hogeschool of onderzoeksorganisatie. Zorgorganisaties kunnen deelnemen als samenwerkingspartner en medeaanvrager, maar kunnen niet de hoofdaanvrager zijn.
-
Nee, zij kunnen niet optreden als hoofdaanvrager, maar wel als samenwerkingspartner.
-
Ja, dat mag (is niet verplicht), mits zorg, onderzoek en onderwijs ook vertegenwoordigd zijn.
-
De hogeschool of universiteit treedt op als hoofdaanvrager. Een zorgorganisatie kan meedoen als medeaanvrager.
-
Ja, dat kan. De hoofdaanvrager hoeft geen lector of hoogleraar te zijn, maar er moet wel een lector of hoogleraar in de projectgroep betrokken zijn.
-
De samenstelling van de projectgroep wordt beoordeeld.
-
Ja, mits de hoofdaanvrager een onderzoeksorganisatie is (onder andere hogeschool, universiteit). Het netwerk kan onderdeel zijn van het consortium.
Disciplines en domeinen
-
Medische pedagogische zorg wordt niet als paramedische discipline beschouwd. De discipline kan wel deelnemen aan het project, maar mag niet de hoofdaanvrager zijn.
-
Ja, als Social Work een rol speelt in het interprofessioneel samenwerken rond passende zorg, kan dat relevant zijn. Zij worden echter niet gezien als zorgverlener met een paramedische of verpleegkundige/verzorgende achtergrond.
-
De subsidieoproep vereist dat er samenwerking is tussen minimaal 1 verpleegkundige discipline én 1 paramedische discipline. Samenwerking binnen slechts 1 van deze domeinen is dus niet voldoende.
-
De relatie met het beantwoorden van een geprioriteerde kennisvraag uit een kennisagenda van beroepsverenigingen is onderdeel van de relevantie criteria.
Looptijd en planning
-
Nee, de maximale looptijd is 36 maanden, ongeacht inzet.
-
Nee, de looptijd is maximaal 36 maanden, ook voor promovendi.
Effect en onderzoeksmethodologie
-
Het effect betreft de bijdrage van interprofessionele samenwerking aan passende zorg, getoetst op de 4 principes.
-
Referenten en commissie beoordelen of het plan van aanpak van het voorgestelde project aansluit op de doelstelling. Het onderzoeksdesign en de methoden moeten passen bij de vraagstelling en haalbaar en wenselijk zijn voor de context van de zorgsetting
-
Ja, mits de methodologische output bijdraagt aan het meten van passende zorg.
-
Dat hangt af van de doelgroep. Kleine, kwetsbare groepen zijn toegestaan, mits goed onderbouwd. Multiple case studies zijn mogelijk.
Onderwijs en studenten
-
Onderwijs is een verplichte partner binnen het consortium. Het kan gaan om kennisdeling, uitvoering van onderzoek of integratie met studenten.
-
Alle vormen zijn mogelijk, mits relevant voor passende zorg.
-
Ja, mits het project zich richt op patiëntenzorg en de bijdrage aan passende zorg wordt getoetst.
Selectie en beoordeling
-
Ja, ZonMw benadert potentiële referenten op basis van hun expertise en ervaring in relevante vakgebieden (paramedische domeinen/verpleegkundig/verzorgend domein). We zorgen ervoor dat bij elk project een evenwichtige mix van referenten wordt geworven, met expertise op zowel methodologisch als inhoudelijk vlak. De referenten zijn veelal verbonden aan een hogeschool, universiteit, universitair medisch centrum, onderzoeksinstituut of zijn werkzaam als zorgprofessional. De samenstelling van de referenten is afhankelijk van het type subsidieaanvraag.
-
Dat hangt af van de betrokken professionals, casuïstiek en onderzoekscontext. Onderbouwing is nodig bij indiening.
-
De projectengelden worden evenwichtig verdeeld over beide domeinen.
-
Nee, dat is geen probleem. Wel moet onderbouwd worden waarom de samenwerking binnen één organisatie plaatsvindt. Daarnaast moeten er 2 zorgorganisaties in de projectgroep worden betrokken.