Veelgestelde vragen: subsidieoproep Samenwerking tussen sectoren in de integrale geboortezorg en met andere domeinen

Hieronder vindt u vragen en antwoorden over de subsidieoproep Samenwerking tussen sectoren in de integrale geboortezorg en met andere domeinen. Deze oproep maakt deel uit van het programma Zwangerschap en geboorte.

Q&A-sessie

  • De Q&A-sessies vonden plaats op 15 en 20 oktober. Het is daarom helaas niet meer mogelijk om deel te nemen aan een sessie.

    Op deze FAQ-pagina vindt u antwoorden op de meestgestelde vragen. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan gerust contact met ons op via Zwangerschap_en_geboorte@zonmw.nl. 

  • In de presentatie vindt u algemene informatie over de subsidieoproep. Bekijk de presentatie van de Q&A-sessies.

Intentie tot indienen

  • Nee, dit is niet verplicht, maar wel gewenst. Een intentie tot indienen helpt ZonMw inzicht te krijgen in het verwachte aantal aanvragen. Dien uw intentie hier in.

    Heeft u na 30 oktober nog geen intentie gedeeld? Breng ons dan per e-mail op de hoogte van uw voornemen om een aanvraag in te dienen via Zwangerschap_en_geboorte@zonmw.n

  • Wij vragen u de hoofdaanvrager, de samenwerkingspartners en een korte samenvatting van het project door te geven. Zijn deze gegevens nog niet definitief? Geen probleem. U mag in het projectidee afwijken van de informatie die u via het intentieformulier aan ons doorgeeft.

  • Nee. Intentieformulieren worden niet beoordeeld en u ontvangt geen feedback. Het intentieformulier is bedoeld om ZonMw inzicht te geven in het aantal aanvragen dat wij kunnen verwachten.

Subsidieoproep

  • Vragen over de passendheid van een projectidee kunnen wij niet beantwoorden. Dit beoordeelt de programmacommissie Zwangerschap en geboorte aan de hand van de relevantie- en kwaliteitscriteria. U dient in uw aanvraagformulier te beargumenteren dat uw projectidee aansluit bij deze subsidieoproep en bijdraagt aan het doel van deze subsidieoproep.

  • Het aanvraagformulier voor het indienen van een projectidee kunt u vinden en indienen via het digitale loket Mijn ZonMw, onder ‘Openstaande subsidieoproepen’. In de projectidee-fase dient u enkel dit aanvraagformulier in.

    In de subsidieaanvraag-fase dient u een uitgebreider aanvraagformulier in, een uitgewerkte begroting, en eventueel documenten rondom staatssteun.
     

  • De hoofdaanvrager is een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon, gevestigd in het Koninkrijk der Nederlanden, die aantoonbaar actief is in of affiniteit heeft met de integrale geboortezorg of het sociaal domein. Dit kan bijvoorbeeld een zorgorganisatie zijn (zoals een ziekenhuis, kraamzorgorganisatie of verloskundige praktijk), een gemeente, een GGD of JGZ-organisatie, een kennis-, onderzoeks- of onderwijsinstelling, een VSV/IGO, of een andere regionale samenwerkingsorganisatie.

    Samenwerking tussen sectoren in de integrale geboortezorg en met andere domeinen (sociaal, publiek en informeel) is een vereiste.
     

  • Ja, dat kan, mits uw instelling een rechtspersoon is. In het projectidee kunt u toelichten dat uw instelling aantoonbaar actief is in, of affiniteit heeft met, de integrale geboortezorg of het sociaal domein.
     

  • Per samenwerkingsverband kan er € 300.000,- worden aangevraagd voor projecten van maximaal 34 maanden. Projecten dienen bij te dragen aan het versterken van de samenwerking binnen en tussen de sectoren in de integrale geboortezorg en de verbinding met het sociaal, publiek en informeel domein zodat (aanstaande) ouders – en in het bijzonder zij in kwetsbare situaties – tijdig passende zorg en ondersteuning ontvangen gedurende de eerste 1.000 dagen. 

    Wij adviseren u om de subsidieoproep goed door te lezen!
     

  • Een lager aangevraagd bedrag en/of kortere looptijd is niet minder wenselijk. Voor iedereen geldt; beargumenteer in uw projectidee dat het aangevraagde bedrag en de voorgestelde looptijd passend zijn bij de omvang en ambities van het project. NB: U kunt niet méér dan € 300.000,- aanvragen.
     

  • Een lager aangevraagd bedrag en/of kortere looptijd is niet minder wenselijk. Voor iedereen geldt; beargumenteer in uw projectidee dat het aangevraagde bedrag en de voorgestelde looptijd passend zijn bij de omvang en ambities van het project. NB: Uw project kan niet lánger dan 34 maanden duren.

  • Nee, dat hoeft niet. Uw projectidee dient minimaal aan te sluiten bij 1 van de thema’s. Uw projectidee mag ook  aansluiten bij beide thema’s.

    • Thema 1: Gedeelde visie en samenwerkingskwaliteit in de integrale geboortezorg 
    • Thema 2: Continuïteit van relatie en ondersteuning voor gezinnen in kwetsbare situaties 
       
  • Beoordeling van projectideeën en subsidieaanvragen gebeurt op basis van de relevantie- en kwaliteitscriteria, deze zijn te vinden in de subsidieoproep, paragraaf 4.2 en paragraaf 4.3.

    De programmacommissie beoordeelt de projectideeën op relevantie en globaal op kwaliteit. Vervolgens ontvangt u een adviesbrief met een positief of negatief advies tot verdere uitwerking van uw projectidee.

    Subsidieaanvragen worden door externe referenten beoordeeld op kwaliteit. De programmacommissie geeft een eindoordeel over de relevantie, kwaliteit en begroting, waarna het besluit volgt.
     

    • Ja, zie ook de subsidieoproep, paragraaf 3.1. 

      Aanvragen gericht op onderstaande onderwerpen komen NIET in aanmerking voor subsidie in deze subsidieronde: 
    • Aanvraag gericht op capaciteitsproblematiek binnen de geboortezorg. 
    • Aanvraag gericht op ICT- vraagstukken en gegevensuitwisseling binnen de (integrale) geboortezorg. 
    • Aanvraag gericht op integrale bekostiging van de eerste en tweede lijn. 
    • Aanvraag gericht op pre- en neonatale screening. Dit valt binnen programmalijn 3 van het programma Zwangerschap en geboorte III. 
    • Aanvraag gericht op gezondheidsbevordering en preventieve zorg. Dit valt binnen programmalijn 1 van het programma Zwangerschap en geboorte III. 
    • Aanvraag gericht op doorontwikkeling van kennisinfrastructuren binnen de geboortezorg. Dit valt binnen het programma Passende zorg. 

    De uitsluitingen gelden voor aanvragen die zich richten op die onderwerpen. Een project mag ze dus raken, zolang het zwaartepunt bij samenwerking ligt.

     

Projectpartner en samenwerking

  • Binnen deze subsidieoproep is samenwerking een vereiste, maar wij stellen geen eisen aan hoe die samenwerking eruit moet zien of welke partners daar deel van uit moeten maken. Het is ook niet verplicht dat alle genoemde domeinen vertegenwoordigd zijn in de projectgroep. 

    De projectgroep dient een afspiegeling te zijn van de partijen die in de praktijk betrokken zijn bij het vraagstuk of een rol hebben bij de uitvoering van de beoogde visie. Dit mag zowel een bestaande samenwerking zijn als een nieuw samenwerkingsverband. 

    Beargumenteer in het aanvraagformulier dat de samenstelling van de projectgroep bijdraagt aan de relevantie en kwaliteit van uw projectidee. Daarnaast is cliëntparticipatie – in principe – wel een vereiste!
     

  • Cliëntparticipatie is - in principe - een vereiste binnen beide thema's. Onder 'cliënt' verstaan wij de zwangere, de (aanstaande) ouder(s) en/of het gezin waarop de integrale geboortezorg gericht is. Beschrijf hoe u de cliënt en mogelijke belanghebbenden en/of eindgebruiker die beschikt over ervaringsdeskundigheid betrekt bij het project. Met ‘betrekken’ bedoelen we concreet het raadplegen, advies inwinnen, samenwerken en/of laten (mee)beslissen van betrokkenen bij het opstellen en het uitvoeren van het project, op basis van gelijkwaardigheid. Binnen de oproep ligt bijzondere nadruk op de participatie van (aanstaande) ouders in een kwetsbare situatie. Terugkoppeling aan (aanstaande) ouders en ervaringsdeskundigen over wat er met hun inbreng en suggesties is gedaan, is een verplicht onderdeel.

    Indien u cliëntparticipatie niet van toepassing acht binnen uw aanvraag dient u dit goed te onderbouwen.

Financiering en staatssteun

  • In het Europese recht is staatssteun, en daaruit voortvloeiende oneerlijke concurrentie, in principe verboden. Dit betekent dat ZonMw als overheidsorgaan niet zomaar subsidies mag verlenen. 

    ZonMw mag wel subsidie verlenen wanneer er géén sprake is van een economische activiteit. Onafhankelijk onderzoek uitgevoerd door een onderzoeksorganisatie is géén economische activiteit.

    (Onafhankelijk) onderzoek uitgevoerd door alle andere typen organisaties is voor de wet wél een economische activiteit. Bij economische activiteiten mag ZonMw enkel subsidie, en daarmee geoorloofde staatssteun, verlenen door het toepassen van vrijstellingsinstrumenten. Binnen deze subsidieoproep zijn de volgende vrijstellingsinstrumenten toegepast: de-minimisverordening en de Algemene groepsverordening (AGVV). Wij zijn gebonden aan bijbehorende regels van de vrijstellingsinstrumenten, waaronder bijvoorbeeld cofinanciering/eigen bijdrage. 

    Onrechtmatig verleende staatssteun kan volledig teruggevorderd worden, met rente. Om toekomstige financiële problemen te voorkomen is het belangrijk om staatssteunregels na te leven. 

  • Voor de toepassing van de staatssteunregels is het belangrijk om vast te stellen onder welke categorie uw organisatie valt. Let op: iedere samenwerkingspartner dient zelf te bepalen onder welke categorie de organisatie valt en welk staatssteunkader van toepassing is. De beoordeling gebeurt per organisatie en kan binnen een consortium verschillen.

    • Onderzoeksorganisaties (zoals universiteiten, UMC's en andere organisaties die voldoen aan de definitie van onderzoeksorganisatie) voeren binnen deze subsidieoproep niet-economische activiteiten uit. In dat geval is geen staatssteuninstrument van toepassing.
    • Hogescholen (hbo-instellingen) voeren voor activiteiten binnen hun wettelijke taak niet-economische activiteiten uit. Voor activiteiten die buiten deze wettelijke taak vallen, wordt de hogeschool aangemerkt als onderneming in de zin van het staatssteunrecht. In dat geval is de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) van toepassing. De geldende steunpercentages, subsidiabele activiteiten en eventuele verplichte eigen bijdragen zijn opgenomen in de subsidieoproep. Controleer daarnaast of uw organisatie mogelijk in aanmerking komt voor de-minimissteun.
    • Organisaties die geen onderzoeksorganisatie of hogeschool zijn, worden aangemerkt als onderneming in de zin van het staatssteunrecht. Ook in dat geval is de AGVV van toepassing. De geldende steunpercentages, subsidiabele activiteiten en eventuele verplichte eigen bijdragen zijn opgenomen in de subsidieoproep. Controleer daarnaast of uw organisatie mogelijk in aanmerking komt voor de-minimissteun.

    NB: Aanlevering van een uitgebreide begroting en alle bij staatssteun behorende documentatie is pas van toepassing bij het indienen van een uitgewerkte subsidieaanvraag.

  • Op grond van de de-minimisverordening kan een onderneming van verschillende overheidsinstellingen maximaal € 300.000,- aan de-minimis-subsidie ontvangen over een periode van 3 jaar zonder dat dit ongeoorloofde staatssteun oplevert. Dit kan gunstig zijn, omdat u dan aanspraak maakt op 100% subsidie, en geen verplichte eigen bijdrage hoeft te doen.

    Elke onderneming (die een deel van de subsidie ontvangt) in uw project, die subsidie zou willen ontvangen op grond van de-minimis, geeft in een de-minimisverklaring aan, welke de-minimissteun in de voorgaande 3 jaren is ontvangen. Deze de-minimisverklaring vindt u bij de subsidieoproep. Het gaat hierbij dus om alle steun die de onderneming heeft ontvangen van de overheid onder de de-minimisregeling en niet alleen om subsidie van ZonMw. ZonMw gaat ervan uit dat de-minimisverklaringen volledig en naar waarheid zijn ingevuld. Wanneer ondernemingen de de-minimisdrempel overschrijden, handelen zij in strijd met de Europese staatssteunregels. Subsidie kan dan niet worden verstrekt.

    Let wel: verbonden ondernemingen kunnen samen als één onderneming gelden. 
    Past de-minimis niet, dan wordt de AGVV toegepast. Bij twijfel adviseren wij u advies in te winnen bij de jurist of financiële afdeling van uw organisatie.

    NB: Aanlevering van deze documentatie is pas van toepassing bij het indienen van een uitgewerkte subsidieaanvraag.

  • Kijk eerst of u voldoet aan de definitie voor onderzoeksorganisatie, hierover vindt u meer informatie op deze pagina. Denkt u dat u aan deze definitie voldoet, dan staan op dezelfde pagina de vervolgstappen beschreven. Dien een eventueel verzoek tot toetsing bij voorkeur vóór 27 oktober 2026 in. NB: De status van universiteiten hoeft niet afzonderlijk te worden getoetst. Zij worden door ZonMw ambtshalve als onderzoeksorganisatie erkend. 

    UMC’s bevestigen hun status als onderzoeksorganisatie met een verklaring bij het reguliere aanvraagformulier. Deze verklaring moet zijn afgegeven door of namens een persoon die volgens het handelsregister (KvK) tekenbevoegd is. Let op: dit document hoeft pas bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag ingediend te worden. 

    Let op: het is geen eis dat de aanvragende organisatie kwalificeert als onderzoeksorganisatie.

  • Ga dit na intern binnen uw organisatie. Volgt daar geen duidelijkheid, stuur ons gerust een bericht, dan zoeken wij het voor u uit. NB: UMC’s en universiteiten worden per definitie aangemerkt als onderzoeksorganisatie en hoeven geen toetsing te doorlopen.
     

  • Nee. De toetsing onderzoeksorganisatie is alleen van toepassing op organisaties die menen te voldoen aan de definitie van ‘onderzoeksorganisatie’ zoals opgenomen in onderdeel 15, sub ee, van de Europese O&O&I-Kaderregeling. Het doorlopen van deze toetsing is geen vereiste om subsidie aan te vragen binnen deze subsidieoproep. Alleen organisaties die zich als onderzoeksorganisatie willen laten aanmerken, hoeven deze toetsing uit te voeren.
     

  • Dubbelfinanciering is niet toegestaan. Dit is zowel opgenomen in de subsidieoproep als in de subsidievoorwaarden van ZonMw. Het voorkomen van dubbelfinanciering is de verantwoordelijkheid van de subsidieontvanger. Ter controle wordt aan het einde van het project de financiële verantwoording beoordeeld door een onafhankelijke accountant.
     

  • Vraagt u vanuit een VSV subsidie aan binnen deze subsidieoproep, stem dan vooraf goed af met uw preferente zorgverzekeraar welke activiteiten al binnen de reguliere bekostiging of structurele financiering (zullen gaan) vallen. Hiermee voorkomt u dat subsidie wordt aangevraagd voor activiteiten die reeds op een andere wijze worden gefinancierd, en daarmee het risico op dubbelfinanciering.

  • Dat hangt af van welke organisatie subsidie aanvraagt, zie de vragen hierboven over staatsteunmaatregelen en De-minimissteun.

  • Kosten gerelateerd aan, voor het onderzoek uitgevoerde werkzaamheden mogen worden opgenomen in de begroting. Dit geldt echter niet voor werkzaamheden passend bij de reguliere bedrijfsvoering van praktijkorganisaties.

Staat uw vraag hier niet tussen?

Kunt u het antwoord op uw vraag niet vinden? Neem dan gerust contact met ons op via Zwangerschap_en_geboorte@zonmw.nl.

Deze FAQ hoort bij de subsidieoproep Zwangerschap en geboorte: Samenwerking tussen sectoren in de integrale geboortezorg en met andere domeinen.