Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Veelgestelde vragen: subsidieoproep Onderbouwen interventies fietsveiligheid

Hieronder vindt u vragen en antwoorden over de subsidieoproep Onderbouwen interventies fietsveiligheid.

Algemeen

  • Nee, een vooraanmelding is niet verplicht maar wel gewenst. Een vooraanmelding is bedoeld om ZonMw inzicht te geven in het aantal te verwachten aanvragen. U kunt uiterlijk tot en met 31 juli 2026 een vooraanmelding indienen via dit formulier.

    Na 31 juli nog geen vooraanmelding gedaan? Breng ons per mail op de hoogte van uw intentie tot indienen via fietsveiligheidvoorop@zonmw.nl.

  • Ja, de hoofdaanvrager is eigenaar van een interventie gericht op fietsveiligheid, die voldoet aan de vereisten genoemd in sectie 2.3 in de subsidieoproep.

  • Nee, de hoofdaanvrager moet een in Nederland gevestigde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon zijn. De hoofdaanvrager is verantwoordelijk voor de subsidie, de uitvoer van het project en de financiële administratie.

  • Ja dat is mogelijk. Onderbouw goed de keuze voor verschillende doelgroepen en hoe uw interventie aansluit bij deze doelgroepen.

  • Per (gecombineerde) interventie mag 1 aanvraag ingediend worden. Als een organisatie eigenaar is van meerdere (gecombineerde) interventies, dan kunnen er meerdere aanvragen ingediend worden door dezelfde organisatie. Kijk goed of interventies gecombineerd kunnen worden tot een interventie met meer impact.

  • Nee, er is binnen deze subsidie geen ruimte voor:

    • Daadwerkelijke implementatie of opschaling van een bestaande interventie.
    • Het ontwikkelen van geheel nieuwe interventies, anders dan het samenvoegen van bestaande interventies of maatregelen. Later in het programma Fietsveiligheid Voorop is er ruimte om nieuwe interventies te ontwikkelen, gericht op ontbrekende risico’s en doelgroepen.
    • Een effectstudie van de interventie.
    • Het uitvoeren van bestaande interventies.
    • Andere activiteiten dan die leiden tot het samenvoegen van bestaande interventies tot een impactvolle interventie.
    • Het (door)ontwikkelen van producten (zoals veiligere fietsen of beschermingsmaterialen).
    • Het invoeren van infrastructurele maatregelen, zoals passend binnen de investeringsimpuls fietsinfrastructuur.
       
  • De meerwaarde van deelname aan deze subsidieronde is dat je nu financiering kunt krijgen om je interventie verder te verbeteren en aan te vullen waar nodig. Ook als je interventie al goed beschreven is in de CROW-verkeerseducatietoolkit, kunnen de eisen in deze regeling (van het Samenwerkingsverband Erkenning van Interventies) anders of uitgebreider zijn. Deze subsidie helpt je om daaraan te voldoen en je interventie door te ontwikkelen naar een hoger kwaliteitsniveau.
     

    Je kunt later ook nog aanhaken, maar dan moet je direct voldoen aan alle eisen die op dat moment gelden. Er is dan geen subsidie meer beschikbaar om je interventie verder op orde te brengen. Bovendien zullen toekomstige subsidies zich waarschijnlijk richten op effectiviteitsonderzoek en op de inkoop van interventies door gemeenten en provincies, en dan vooral voor interventies die minimaal het niveau ‘Goed onderbouwd’ hebben.
    Kortom: nu meedoen biedt financiële ondersteuning om je interventie klaar te maken voor toekomstige kansen; later instappen kan, maar zonder deze ontwikkelsubsidie en met strengere instapeisen.

  • Met een bestaande interventie bedoelen we dat de ontwikkeling van de interventie is afgerond. De materialen zijn klaar en de interventie is getest. Een bestaande interventie kan doorontwikkeld worden door bijvoorbeeld meerdere interventies samen te voegen of door specifieke activiteiten op te nemen om te voldoen aan de criteria van het erkenningstraject.

  • Op pagina 19 van de notitie ‘Criteria erkenning van interventies’ staat een beschrijving van de onderbouwing. Met wetenschappelijke onderbouwing bedoelen we niet een specifiek design, zoals RCT, maar dat het probleem, de doelen en aanpak onderbouwd worden met wetenschappelijke literatuur, gedragsmodellen, theorieën. Er is ook een e-learning beschikbaar over het beschrijven van de interventie.

    Ga naar de E-learning.

Staatsteun: cofinanciering/ eigen bijdrage

  • Kijk eerst of u voldoet aan de definitie voor onderzoeksorganisatie op de pagina 'Vrijstelling staatssteun'. Vervolgens kunt u een mail sturen naar fietsveiligheidvoorop@zonmw.nlmet uw verzoek en kan ZonMw een onderzoek starten naar het wel of niet zijn van een onderzoeksorganisatie. 

  • Voor hogescholen zijn er de volgende mogelijkheden om deel te nemen:

    • Ze kunnen zich laten inhuren door de hoofdaanvrager, dan gelden aanbestedingsregels.
    • Als ze voldoende hard kunnen maken dat het onderzoek valt onder de wettelijke taak van de HBO, dan is er geen sprake van staatssteun en kan 100% financiering aangevraagd worden voor de activiteiten die zij in het plan ondernemen.
    • Ze kunnen onder de de-minimisverordening deelnemen, als ze nog geen 300.000 euro in de afgelopen 36 maanden hebben ontvangen. Let op: subsidies die onder andere regelingen (zoals bijvoorbeeld DAEB, AGVV of daadwerkelijke samenwerking) zijn afgegeven, tellen hiervoor niet mee. Hoogstwaarschijnlijk zijn instellingssubsidies ook niet onder de-minimis afgegeven.
    • Ze kunnen onder AGVV aanvragen en zullen dan moeten voldoen aan de staatsteunregels en een eigen bijdrage moeten inbrengen.
       
  • Het type en de grootte van de organisatie bepalen de maximale steunintensiteit. In het begrotingsformat selecteert u per regel het type activiteit: niet-economische activiteit voor onderzoeksorganisaties (in de zin van het EU staatssteunrecht), AGVV experimentele ontwikkeling voor overige organisaties.

  • Het percentage subsidie dat een organisatie kan krijgen, hangt af van de grootte van de organisatie (klein, middelgroot of groot). Het percentage kan vervolgens worden verhoogd met 15% als de projectresultaten ruim worden verspreid. De tabel hieronder laat zien wat de maximale percentages zijn voor staatssteun.

    Afbeelding
    Tabel met percentages voor staatssteun
  • Om de maximale steunintensiteit te verhogen met 15% dienen de projectresultaten ruim te worden verspreid. Denk aan het delen van de wetenschappelijke onderbouwing en de aanpak voor procesevaluatie. De projecten nemen hiervoor minimaal deel aan bijeenkomsten voor kennisuitwisseling. Dit bestaat uit:

    • Een fysieke startbijeenkomst voor projectleiders en onderzoekers. 
    • Regelmatig overleg tussen de onderzoekers om de methoden en resultaten van de onderbouwing van de interventies af te stemmen.
       
  • Nee, een interventie-eigenaar kan alleen een aanvraag doen. Hij moet wel zorgen dat alle stappen van het project gedaan worden. Het kan zijn dat hiervoor andere organisaties zoals onderzoekers, interventie-uitvoerders of deelnemers betrokken moeten worden. Hiervoor zijn 2 mogelijkheden: 
    1.    Samenwerking: etc.
    2.    Inhuur: etc.

  • Het is mogelijk om samen te werken met partijen die geen subsidie ontvangen. Zet enkel partijen op de begroting die wél subsidie ontvangen en/of partijen die als sponsor optreden. Deelname/bijdragen van andere partijen omschrijft u duidelijk in de aanvraag.

  • Indien een partij alleen een ‘in kind’- of een ‘in cash’-bijdrage levert, zijn er geen staatssteunverklaringen nodig, enkel een Letter of Commitment. De partij van de hoofdaanvrager hoeft geen Letter of Commitment aan te leveren.

  • Cofinanciering of eigen bijdrage mag in-cash, in-kind (bijvoorbeeld door inbreng van apparatuur of uren of het beschikbaar stellen van ruimtes voor bijeenkomsten) of een combinatie van beiden.  

  • Een kleine onderneming is een onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijks balanstotaal 10 miljoen euro niet overschrijdt. Een middelgrote onderneming is een onderneming waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen euro en/of het jaarlijks balanstotaal 43 miljoen euro niet overschrijdt.

    Bent u een kleine of middelgrote onderneming? Dan moet u bij de indiening van de subsidieaanvraag de EU SME Self Assessment Wizard invullen. Het formulier mag maximaal 14 dagen vóór indiening van de aanvraag zijn gegenereerd.

  • Alleen ondernemingen die (a) aanspraak maken op een deel van de subsidie (b) onder de AGVV en (c) zich classificeren als een kleine of middelgrote ondernemingen moeten een uitdraai van de EU Self Assessment wizard aanleveren.

    Omdat kleine en middelgrote ondernemingen een hoger steunpercentage krijgen dan grote ondernemingen, dient aangetoond te worden dat het om een kleine of middelgrote onderneming gaat. Dit kunt u doen door de EU SME Self Assessment Wizard in te vullen.  Het formulier (of een screenshot ervan) dient vervolgens als verplichte bijlage per mail te worden aangeleverd. Het formulier mag maximaal 14 dagen vóór indiening van de aanvraag zijn gegenereerd. 
     

  • Nee, er is geen standaard percentage verplichte cofinanciering. De hoogte van de verplichte eigen bijdrage is afhankelijk van de type organisatie en de beoogde activiteiten. Zie paragraaf 4.1.4 van de subsidieoproep.

Begroting

  • Voor deze oproep wordt het AGVV-begrotingsformat gehanteerd. Dit format vindt u hier.  Let op: de standaard begrotingsformats die te downloaden zijn op de ZonMw-webpagina Wat dien ik in? zijn niet van toepassing. 

  • Nee, dat mag niet. Het subsidiebedrag is bedoeld voor de uitvoering van het project en alleen tijdens de projectperiode na honorering.

  • Ja, er moet een handtekening van de hoofdaanvrager onder de begroting. Alleen een naam is niet voldoende.

  • Als u op het tabblad Basisgegevens bij het vakje ‘Samenwerkingsverband of publicatie van resultaten’ ‘ja’ selecteert, wordt de steunintensiteit van 15% automatisch toegepast.

    Afbeelding
    Projectgegevens
  • Indien u vragen heeft over de toepassing van de AGVV raden wij u aan advies in te winnen bij juristen binnen uw organisatie of binnen de organisatie(s) waar u mee gaat samenwerken. Meer informatie over staatssteun vindt u op de ZonMw-webpagina Vrijstelling staatssteun.

  • De in aanmerking komende kosten zijn:

    • Personeelskosten.
    • Kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en zolang zij gebruikt worden voor het project. 
    • Kosten van gebouwen en gronden voor zover en zolang zijn gebruikt worden voor het project. 
    • Kosten voor contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm’s length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen. 
    • Kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt. 
    • Bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien 
  • Het maximale subsidiebedrag is €100.000,- en dat is exclusief eigen bijdrage/ cofinanciering. 

  • Controleer of het tabblad ‘Basisgegevens’ volledig is ingevuld. Het format gebruikt deze gegevens om de steunintensiteit automatisch te berekenen. Vul voor elke deelnemer de kolom ‘Omvang van organisatie’ in. 
    Controleer of bij elke kostenpost een ‘Type activiteit en vrijstelling’ (deelnemerstabblad) is geselecteerd. Indien dit niet zo is, worden er geen kosten berekend.

    Als het nog steeds niet lukt, neem dan contact op met onze servicedesk: maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur, 070 349 51 76, servicedesk@zonmw.nl. Vermeld in uw e-mail uw telefoonnummer, zodat wij indien nodig contact met u kunnen opnemen.