Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Prenatale en neonatale screening

Met screening tijdens de zwangerschap en net na de geboorte kunnen veel ziektes of complicaties al vroeg worden opgespoord. Zodoende kan al vroeg worden begonnen met behandeling of het bieden van handelingsopties. Binnen het programma Zwangerschap en geboorte dragen we met onderzoek bij aan de ontwikkeling van prenatale en neonatale screening.

Hielprik

Jaarlijks worden ongeveer 170.000 baby’s getest met een hielprik. Ziektes die hiermee worden opgespoord zijn vaak goed te behandelen. Dit levert een enorme gezondheidswinst op en draagt bij aan een kansrijke start van kinderen. Binnen het programma Zwangerschap en geboorte II zijn 7 projecten uitgevoerd rondom deze neonatale hielprikscreening. Dit betreft onderzoek naar mogelijkheden om de hielprik uit te breiden met nieuwe aandoeningen of om de hielprikscreening uit te voeren met nieuwe technieken. Ook is er onderzocht hoe ouders en professionals de huidige hielprik en de uitbreiding daarvan waarderen. Jaarlijks wordt onderzocht en met kerncijfers beschreven hoe de screening in het voorafgaande jaar is verlopen. Zo is te zien of de programmaonderdelen goed functioneren. De Monitor hielprikscreening 2023 is hier te vinden. 

7 onderzoeksprojecten hielprikscreening bij ZonMw

1 / 7

PANDA studie: psychosociale aspecten van uitbreiding van de hielprikscreening

Jaarlijks worden bijna alle 170.000 baby’s met de hielprik onderzocht op meer dan 25 ziektes. Als deze ziektes tijdig worden ontdekt, kan er vaak snel behandeling starten. Dat dit aantal ziektes steeds verder wordt uitgebreid roept ook (ethische) vragen op. Uit de PANDA-studie bleek dat 95% van de ouders en professionals de huidige hielprik en de uitbreiding ervan een goed idee vinden. Met de uitkomsten zullen aanbevelingen worden gedaan, onder andere ook over voorlichting en communicatie. 

Meer informatie
2 / 7

ODIN studie: onderzoek naar opname van OCTN2 in de hielprikscreening

OCTN2 is een erfelijke stofwisselingsziekte waarbij onder andere lage bloedsuikers en hartproblemen kunnen optreden. Deze ziekte heeft een ernstige en een milde vorm. Onderzoek heeft aangetoond dat de ernstige vorm van de ziekte via de hielprikscreening opgespoord kan worden en dat deze volledig en makkelijk behandelbaar is. Op basis van deze bevindingen heeft VWS in oktober 2024 dan ook opdracht gegeven aan het RIVM om een uitvoeringstoets te doen naar toevoeging van OCTN2 aan de hielprik. 

Meer informatie
3 / 7

SCAN studie: onderzoek naar opname van ALD in de hielprikscreening

Adrenoleukodystrofie (ALD) is een zeldzame erfelijke stofwisselingsziekte die vooral bij  jongens schade kan toebrengen aan de bijnieren en hersenen. Wanneer ALD vroegtijdig wordt ontdekt, kan de ziekte goed behandeld worden. In deze studie is, in opdracht van VWS, een screeningsalgoritme ontwikkeld dat het mogelijk maakt om alleen jongens op ALD te screenen in het hielprikscreeningsprogramma. Sinds oktober 2023 is ALD dan ook succesvol opgenomen in het hielprikprogramma. 

Meer informatie
4 / 7

GAMT-D screening: onderzoek naar opname GAMT-D in de hielprikscreening

GAMT-D is een erfelijke stofwisselingsziekte met ontwikkelingsachterstand tot gevolg. Bij vroege opsporing kan behandeling het risico van ziekteklachten verkleinen. Omdat screening op deze ziekte nog niet beschikbaar was, is binnen dit onderzoek een meetmethode ontwikkeld dat de ziekte GAMT-D aantoont. Implementatie in Nederland lijkt goed mogelijk als het gaat om juridische, ethisch en kostenbesparende en psychosociale aspecten. Vervolgonderzoek is nodig omdat de test nog niet inzetbaar is in de Nederlandse laboratoria voor hielprikscreening. 

Meer informatie
5 / 7

Sonnet studie: onderzoek naar opname van SCID in de hielprikscreening

Severe Combined Immunodeficiency (SCID) is een zeldzame, ernstige afwijking van het immuunsysteem. SCID kan worden opgespoord met een test in de hielprikscreening en kan dan goed worden behandeld met grote kans op genezing. Dit onderzoek heeft aangetoond dat de SCID screening kosteneffectief is en dat ouders er positief tegenover staan. Na het succesvol afronden van de SONNET-studie, is SCID per 1 januari 2021 opgenomen in het Nederlandse hielprikscreeningprogramma.

Meer informatie
6 / 7

CTX screening: onderzoek naar opname CTX in de hielprikscreening

Cerebrotendineuze xanthomatose (CTX) is een erfelijke stofwisselingsziekte waarbij zonder behandeling progressieve lichamelijke en neurologische symptomen ontstaan. Een eenvoudige medicamenteuze behandeling kan dit voorkomen. In deze studie is een screeningsmethode ontwikkeld die betrouwbaar is en goed toepasbaar voor screening op grote groepen pasgeborenen. De resultaten zijn gepresenteerd aan het RIVM, op basis daarvan is besloten om een implementatietraject voor hielprikscreening voor CTX in Nederland in te gaan richten. 

Meer informatie
7 / 7

Onderzoek naar nieuwe DNA-technologie binnen de neonatale hielprikscreening

Binnen de neonatale hielprikscreening zijn biochemische testen nu de eerste test en wordt DNA-onderzoek gebruikt ter bevestiging. Door de verbeterde DNA-technologie wordt het in de toekomst wellicht mogelijk om DNA-testen als eerste test te gebruiken. Dit onderzoek naar de mogelijkheden hiervan heeft bruikbare resultaten opgeleverd voor de wetenschap en praktijk. Er zijn methoden onderzocht die technisch voldoen. Wel is het definiëren van te includeren ziekten nog een grote uitdaging. Een belangrijke eerste stap is gezet maar voor daadwerkelijke implementatie zijn meer stappen nodig. 

Meer informatie

NIPT test

Afbeelding
Nipt test in bloedbuisje

Binnen de TRIDENT-studies  is de niet-invasieve prenatale test (NIPT) voor screening op het downsyndroom, edwardssyndroom en patausyndroom onderzocht. De resultaten hebben geleid tot het beschikbaar maken van de NIPT vanaf 2023 voor alle vrouwen als structureel onderdeel van de prenatale screening. Vanaf 1 april 2025 is de NIPT vast onderdeel van bevolkingsonderzoek. 
Het NIPT-consortium ontving een ZonMw-Parel vanwege de samenwerking tussen 8 universitaire centra, VSOP, het RIVM en de grote wetenschappelijke en maatschappelijke impact ervan.

13 weken echo

In de IMITAS studie wordt onderzocht of de voordelen van een extra echo in de zwangerschap - bij 13 weken - opwegen tegen de nadelen. In het kader van deze studie krijgen zwangeren vanaf 1 september 2021 een echo aangeboden rond de 13e week van de zwangerschap. Dit aanbod komt naast de al bestaande 20 wekenecho. Eind 2024 zijn de eerste resultaten van de Imitas-studie gepubliceerd, zie Eerste resultaten studie naar 13-weken echo. 
Mede op basis van deze resultaten is de Gezondheidsraad gevraagd een advies uit te brengen over het eventueel structureel aanbieden van de 13-wekenecho aan zwangere vrouwen. Dit advies zal naar verwachting begin 2026 klaar zijn, waarop het ministerie van VWS een besluit zal nemen en het RIVM de implementatie of afbouw van de screening zal voorbereiden en uitvoeren. 

Meer weten over vroege opsporing? Bekijk de gebundelde informatie over het thema vroege opsporing.

Hielprik vijftig jaar

Vijftigjarige hielprik spoort steeds meer ziektes op

In 2024 bestond de hielprik 50 jaar. Waar in het begin met deze screening voor pasgeboren baby's slechts op 1 ernstige erfelijke ziekte werd getest, zijn dat er nu 27.

Subsidie aanvragen?

Binnen het programma Zwangerschap en geboorte III kunt u tot uiterlijk 7 april een projectidee indienen voor onderzoek naar de doorontwikkeling van de bestaande pre- en neonatale screeningsprogramma’s. Bekijk hier de subsidieoproep.

Contact

Esther Lodeweegs - van Amelsvoort

Programmamanager
zwangerschap_en_geboorte [at] zonmw.nl

Nina Meels

Programmamanager
zwangerschap_en_geboorte [at] zonmw.nl