205 onderzoekers ontvangen Veni beurs
De beurs is een stimulans voor avontuurlijke, talentvolle en baanbrekende onderzoekers om de komende drie jaar hun eigen onderzoeksideeën verder te ontwikkelen. De Veni is een persoonsgebonden wetenschappelijke beurs die zich richt op onderzoekers die recent gepromoveerd zijn.
Vier van de 205 onderzoeksprojecten
De hersenen weer aan de praat krijgen bij Alzheimer. Speciale moleculen ontwikkelen om plastic om te zetten in zeep. Efficiënter innoveren door de kloof tussen AI-theorie en praktijk te overbruggen. Ontheemd erfgoed beschermen in het internationale recht. Het zijn slechts 4 van de 205 onderzoeksprojecten van de 205 onderzoeksprojecten van wetenschappers die een Veni-beurs hebben gekregen. Elke onderzoeker krijgt maximaal 320.000 euro toegewezen. De beurs is een stimulans voor avontuurlijke, talentvolle en baanbrekende onderzoekers om de komende 3 jaar hun eigen onderzoeksideeën verder te ontwikkelen.
Verdeling 205 beurzen Veni-ronde 2025
De 205 beurzen uit de Veni-ronde van 2025 zijn verdeeld over 59 bij Exacte en Natuurwetenschappen (ENW), 81 bij Sociale en Geesteswetenschappen (SGW), 30 bij Toegepaste en Technische Wetenschappen (TTW), en 35 beurzen bij ZonMw.
Bekijk via deze link alle Veni-laureaten en bijbehorende onderzoeken
Feiten & cijfers
De Veni’s worden jaarlijks door NWO toegekend. Er zijn 1392 vooraanmeldingen ingediend (699 door vrouwen, 674 door mannen en van 19 aanvragers was het geslacht onbekend). Daarvan zijn er 448 aanvragen ingediend (227 door vrouwen, 214 door mannen, 6 door kandidaten met geslacht X en van 2 aanvragers was het geslacht onbekend). Van de 205 toewijzingen gaan er 115 naar vrouwelijke kandidaten, 88 naar mannelijke en 2 naar kandidaten met geslacht X; waarbij de honoreringspercentages respectievelijk 16, 13 en 33 procent zijn.. In de domeinen Exacte en Natuurwetenschappen (ENW), Sociale en Geesteswetenschappen (SGW), en Toegepaste en Technische Wetenschappen (TTW) is extra geld beschikbaar ter stimulering van vrouwelijke onderzoekers. In deze domeinen heeft dat geleid tot het toewijzen van in totaal 10 additionele Veni-beurzen aan vrouwelijke onderzoekers.
Online dashboard
NWO wil bijdragen aan openheid en transparantie van en over publiek gefinancierd wetenschappelijk onderzoek. Daarom publiceren we de cijfers over onder meer gender en de disciplines van toegewezen onderzoek sinds kort ook in een online dashboard. Bekijk het dashboard hier. Het dashboard wordt de komende tijd verder ontwikkeld, waarbij er in de toekomst ook ZonMw data wordt toegevoegd en een Engelstalige versie beschikbaar komt.
-
Hartziekten voorspellen met slimme DNA-risicoscores
Dr. S.J. Jurgens, Amsterdam UMC
Hart- en vaatziekten zijn nog steeds een belangrijke oorzaak van ziekte en sterfte. Genetische informatie kan helpen om mensen met een hoger risico te herkennen. Huidige methoden brengen dit risico echter slechts gedeeltelijk in kaart en werken minder goed bij mensen met een niet-Europese achtergrond. In dit project gebruiken onderzoekers slimme statistische methoden om DNA-risicoscores te ontwikkelen die nauwkeuriger en eerlijker zijn. Zo kan dit onderzoek bijdragen aan betere preventie en een zorgvuldiger gebruik van genetica in de zorg.
Man/vrouw-verschillen in het gebruik van alternatieve geneeswijzen voor lichamelijke klachten
Dr. A.V. Ballering, Universitair Medisch Centrum Groningen
Veel mensen ervaren aanhoudende lichamelijke klachten waar niet altijd een medische oorzaak voor wordt gevonden. Deze mensen kunnen alternatieve geneeswijzen gebruiken, zoals homeopathie of kruidengeneesmiddelen. Vrouwen lijken dit vaker te doen dan mannen, maar redenen hiervoor zijn onbekend. De onderzoeker analyseert man/vrouw-verschillen in het gebruik van alternatieve geneeswijzen en het stoppen van reguliere zorg. Hiervoor gebruikt de onderzoeker grote, Nederlandse datasets en interviews met patiënten om preciezer te kunnen zeggen wie, wanneer en waarom alternatieve geneeswijzen gebruikt. Dit project wil bijdragen aan het vaststellen van hoe het stoppen met reguliere zorg door mensen met aanhoudende lichamelijke klachten voorkomen kan worden.De CAARsrechte weg naar genezing van APS
Dr. T.E. van Mens, Leids Universitair Medisch Centrum, Trombose en Hemostase
Het antifosfolipiden syndroom (APS) is een auto-immuunziekte die bloedproppen veroorzaakt, met desastreuze gevolgen. Genezing is vooralsnog onmogelijk. In dit project leggen de onderzoekers de basis voor een nieuwe behandeling, waarbij ze bloedcellen van patiënten aanpassen om hun ziekmakende immuuncellen uit te schakelen. Ze doen dit door het eiwit waar de auto-immuun cellen op reageren, na te bootsen op de therapeutische cellen, als een soort lokaas. Deze zogenaamde CAAR aanpak, waarvan prille resultaten een doorbraak suggereren voor vergelijkbare ziektes, zou een revolutie betekenen voor APS patiënten.Slimme studies
Dr. A.J. de Jong, Universitair Medisch Centrum Utrecht
Klinisch onderzoek is nodig om patiënten van goede zorg te voorzien. Veel klinische geneesmiddelstudies hebben moeite met het vinden van voldoende studiedeelnemers en stoppen daarom vroegtijdig. Het vroegtijdig stoppen van een klinische studie heeft als gevolg dat er onvoldoende bewijs is om goede beslissingen te nemen. Dit onderzoek maakt duidelijk welke procedures – zoals methodes met betrekking tot de werving van studiedeelnemers, opmaak van het toestemmingsformulier, en flexibele vervolgafspraken – studiedeelname verbeteren.Black Box naar Bouwtekening: Inzicht in het gedrag van CAR T-cellen
Dr. R. Admiraal, Prinses Maxima Centrum voor Kinderoncologie
CAR-T cellen zijn een veelbelovende nieuwe vorm van therapie tegen leukemie bij kinderen, waarbij lichaamseigen cellen worden opgeleid om de kanker op te ruimen. Het liefst blijven de CAR-T cellen aanwezig in het bloed, soms verdwijnen ze snel na toediening. Als de CAR-T cellen snel verdwijnen krijgt de leukemie kans om terug te komen. We snappen nog niet goed waarom CAR-T wel werkt bij het ene kind, en niet bij het andere. Dit onderzoek leert ons hoe CAR-T cellen in het lichaam delen, en hoe we kunnen zorgen dat ze niet verdwijnen. Zo hopen we de behandeling nog succesvoller te maken.De hersenen weer aan de praat krijgen bij Alzheimer
Dr. M. Schepers, Universiteit Maastricht
Bij de ziekte van Alzheimer raken niet alleen zenuwcellen beschadigd, maar ook myeline, de isolatielaag die zorgt voor snelle en efficiënte communicatie in de hersenen. Deze laag kan worden hersteld, maar dit natuurlijke herstel werkt onvoldoende bij de ziekete van Alzheimer. Dit project richt zich op het activeren van herstelprocessen in menselijke hersencellen die myeline aanmaken. Door te onderzoeken welke signalen deze cellen aanzetten tot rijping en herstel, worden nieuwe manieren gezocht om myeline herstel te stimuleren en hersenfuncties beter te ondersteunen.De ziekte van Alzheimer: hoe kunnen we het ontstaan en de progressie van de ziekte vertragen?
Dr. E.M. Coomans, Amsterdam UMC
Waarom ontwikkelt de ene persoon al op relatief jonge leeftijd kenmerken van Alzheimer, terwijl dit bij anderen pas op zeer hoge leeftijd gebeurt? Dit project onderzoekt verschillende factoren die mogelijk een invloed hebben op de leeftijd waarop Alzheimerpathologie ontstaat. Deze kennis kan bijdragen aan nieuwe strategieën om het ontstaan van de ziekte te vertragen.Langdurige klachten na een klap op het hoofd
Dr. D.C. Holl, Afdeling Huisartsgeneeskunde, Erasmus MC
Na een klap op het hoofd, bijvoorbeeld bij sport of een val, houden sommige mensen klachten zoals hoofdpijn, vermoeidheid en concentratieproblemen. Ook na een lichte klap kunnen deze klachten ontstaan. Dit onderzoek volgt alle patiënten die zich met een hoofdtrauma of langdurige klachten daarvan bij de huisarts melden. Met vragenlijsten over klachten, dagelijks functioneren en zorggebruik wordt onderzocht hoe het herstel verloopt en welke mensen langdurige klachten krijgen. De resultaten helpen huisartsen beter te voorspellen wie extra begeleiding nodig heeft en wie gerustgesteld kan worden.Precies en persoonlijk: van zeldzame genetische diagnose naar gepersonaliseerde therapie
Dr. A. van Esbroeck, Erasmus MC
Kleine foutjes in een gen kunnen soms grote gevolgen hebben, zoals onbehandelbare epilepsie. RNA therapie op maat kan in sommige gevallen de ziekmakende kopie van het gen heel precies uitschakelen. De ontwikkeling van RNA-therapie is nu nog duur en kost veel tijd. Door de therapie te richten op veelvoorkomende stukjes (SNP’s) in het ziekmakende gen en bestaande (stamcel)modellen te gebruiken, willen onderzoekers behandelingen sneller en voor meer mensen toegankelijk maken. Zo leidt erfelijkheidsonderzoek niet alleen tot een diagnose, maar ook tot een persoonlijke behandeling.GlioGuide: Slimmere keuzes bij hersentumoroperaties
Dr. J.K.W. Gerritsen, Erasmus MC
Mensen met een kwaadaardige hersentumor zoals een glioblastoom moeten vaak een operatie ondergaan. Zo’n ingreep kan het leven verlengen, maar brengt ook risico’s mee op blijvende neurologische uitvalsverschijnselen (bijvoorbeeld spreken of bewegen). Het is vooraf moeilijk te bepalen welke patiënt van een uitgebreide operatie profiteert en wie hierdoor juist schade oploopt. Onderzoekers ontwikkelen GlioGuide: een systeem dat voor elke patiënt inzichtelijk maakt wat de verwachte winst én risico’s zijn van verschillende operaties, gebaseerd op gegevens van duizenden patiënten wereldwijd. Hierdoor kunnen artsen en patiënten samen beter de beste behandeling kiezen.Waarom kanker spierverlies veroorzaakt
Dr. W.R.P.H. van de Worp, Universiteit Maastricht – Faculty of Health, Medicine and Life Sciences
Veel mensen met longkanker verliezen ongewenst spiermassa, wat dagelijkse activiteiten bemoeilijkt en kankerbehandelingen minder effectief kan maken. Dit project onderzoekt hoe tumoren stofjes afgeven aan het bloed die de spieren bereiken en daar spierafbraak veroorzaken. Met behulp van innovatieve modellen en technieken wordt in kaart gebracht welke tumorafgeleide stofjes hier direct verantwoordelijk voor zijn. Deze kennis vormt de basis voor toekomstige behandelingen die spierkracht behouden en de kwaliteit van leven van kankerpatiënten verbeteren.Vroege signalen, vroege kracht? De ontwikkeling van baby’s met familiair risico op ernstige psychiatrische aandoeningen
Dr. L.A.E.M. van Houtum, Erasmus MC, Kinder- en Jeugdpsychiatrie/psychologie
Kinderen met een ouder met een ernstige psychiatrische aandoening hebben een grote kans om zelf ook psychiatrische problemen te krijgen. Mogelijk ontwikkelen deze kinderen zich al heel vroeg in het leven anders. Zijn er al vroege signalen van sociaalemotionele verschillen in de babytijd? Kan een goede band met beide ouders deze vroege verschillen verminderen? Dit project zoekt naar antwoorden hierop, en draagt zo bij aan een leven lang mentaal welbevinden.Schakelaars tegen obesitas: een sleutel tot vetverbranding
Dr. R. L. McIntyre, Erasmus MC
Obesitas leidt tot een sterk verhoogd risico op suikerziekte en hart- en vaatziekten. De huidige behandelingen zijn niet effectief voor iedereen of veroorzaken bijwerkingen, en zijn vooral gericht op het remmen van de eetlust. In dit project wordt onderzocht een familie van schakelaars die het energieverbruik in het vetweefsel regelt. Door te begrijpen hoe deze schakelaars in menselijke vetcellen werken, wordt een belangrijke stap gezet naar nieuwe behandelingen die ervoor kunnen zorgen dat ons lichaam overtollig vet effectiever kwijtraakt.Op weg naar de volgende generatie AI: geautomatiseerde kwaliteitsbewaking in de endoscopie
Dr. J. de Groof, Amsterdam UMC
Kunstmatige intelligentie (AI) systemen in gastro-intestinale endoscopie kunnen artsen ondersteunen in de vroege detectie van verschillende ziektebeelden. De effectiviteit van deze systemen hangt echter sterk af van de kwaliteit van de endoscopische procedure. Dit Veni-project heeft als doel om computer-aided quality (CAQ) systemen te ontwikkelen die de kwaliteit van endoscopie verbeteren. Het doel is om de kwaliteit van zorg te uniformiseren en de betrouwbaarheid van bestaande AI systemen te verhogen. Drie CAQ-systemen worden ontwikkeld: (1) kwaliteitsmonitoring met direct toepasbare feedback tijdens colonoscopie, (2) beoordeling van poliepbeeldkwaliteit, en (3) klinische validatie van een CAQ-systeem voor Barrett-surveillance.Dieper kijken: Een nieuwe analysemethode om verborgen DNA-mutaties te vinden
Dr. W. Höps, Radboudumc, Human Genomics Diagnostics Department
Zeldzame ziekten treffen wereldwijd meer dan 300 miljoen mensen, maar bij meer dan de helft blijft de genetische oorzaak onbekend, waardoor een behandeling vaak onmogelijk is. In dit onderzoek wordt een gespecialiseerde DNA-analysemethode, de novo assembly, gebruikt om verborgen mutaties op te sporen die met standaardtesten worden gemist. Door duizenden patiënten met een zeldzame ziekte te bestuderen, vergroot dit werk onze kennis over complexe genetische veranderingen en helpt het om in de toekomst betere diagnoses te stellen.Hersenaneurysma’s: tijd om de puzzel te leggen.
Dr. M. Bakker, Universitair Medisch Centrum Utrecht
Een hersenaneurysma is een levensbedreigende afwijking aan een slagader in het hoofd. Erfelijke factoren spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van een hersenaneurysma. Er zijn al veel genen gevonden die bijdragen, elk een stukje van de puzzel. Maar het ontstaan van een hersenaneurysma blijkt een ingewikkeld geheel te zijn dat niet uit één, maar meerdere puzzels bestaat. Er is geen manier om de losse puzzelstukjes aan de juiste puzzel te koppelen. In dit onderzoek zal zo’n methode worden ontwikkeld en gebruikt. Alleen zo komen we dichter bij het voorspellen of behandelen van hersenaneurysma’s.Waarom type 1 diabetes patiënten en hun ziekte verschillen
Dr. R. van Tienhoven, Leids Universitair Medisch Centrum
Type 1 diabetes patiënten hebben insuline nodig omdat hun eigen insuline-producerende (beta-)cellen door het afweersysteem worden vernietigd. Insuline is echter geen genezing, en interventietrials hebben maar een gedeeltelijk en tijdelijk effect. Dit project heeft als doel te ontrafelen waarom gestreste bètacellen een afweerreactie uitlokken en waarom de ziekte verschilt tussen patiënten, met focus op de rol van insuline gen-variatie. Met deze kennis kunnen toekomstige therapieën bij de juiste patiënt worden ingezet, voor een betere klinische uitkomst.Het brein in ontwikkeling: verstandelijke beperking herkennen en voorspellen
Dr. N.H.P. Claessens, Universitair Medisch Centrum Utrecht, afdeling Kindergeneeskunde
Een verstandelijke beperking is een van de meest voorkomende aandoeningen in de kindergeneeskunde. Toch kunnen artsen kinderen en ouders vaak weinig vertellen over de oorzaak, en hoe het kind zich verder zal ontwikkelen. In dit project worden MRI scans, stofwisselingsonderzoeken en genetische uitslagen opnieuw onderzocht, met behulp van nieuwe technieken die vroege hersenontwikkeling zichtbaar maken. Door deze bevindingen te koppelen aan het dagelijks functioneren kan al op jonge leeftijd een betere inschatting worden gemaakt van de verdere ontwikkeling van het kind. Deze aanpak kan helpen om ouders beter te informeren en passende ondersteuning te bieden.Onder de oppervlakte: het herkennen van verborgen cognitieve achteruitgang bij multiple sclerose
Dr. T.A. Fuchs, Amsterdam UMC
Mensen met multiple sclerose (MS) krijgen vaak te maken met langzame cognitieve achteruitgang, ook wanneer hersenscans stabiel lijken en er geen schubs optreden. Deze verborgen achteruitgang kan grote gevolgen hebben voor werk, zelfstandigheid en het dagelijks functioneren, maar wordt vaak laat herkend. In dit project volgen onderzoekers mensen met MS thuis met korte maandelijkse digitale denktests, aangevuld met hersenscans en bloedonderzoek. Door deze gegevens te combineren met grote internationale patiëntendatabanken wil het project cognitieve achteruitgang eerder herkennen en beter voorspellen wie risico loopt.Vaccinatierespons in de milt
Dr. D. Hoving, Leids Universitair Medisch Centrum, LUCID-afdeling
Vaccins zijn het meest effectieve doelmiddel om infectieziekten te voorkomen, maar hoe lang ze bescherming geven verschilt en neemt vaak na verloop van tijd af. Geheugencellen zijn belangrijk voor langdurige bescherming, maar het is nog onduidelijk waarom sommige vaccinreacties langer aanhouden dan anderen. De milt zou hierbij een rol kunnen spelen, omdat dit orgaan geheugenimmuuncellen kan aanmaken en opslaan. In dit project onderzoekt de onderzoeker hoe de milt bij mensen bijdraagt aan langdurige vaccinbescherming en welke eigenschappen van de geheugencellen en hun omgeving dit mogelijk maken.Knippen op het juiste moment: routes ontdekken die de bloedstolling sturen
Dr. T. van Duijl, Amsterdam UMC
Bij de helft van de patiënten met bloedingen blijft de oorzaak onbekend. Vooral vrouwen lopen risico op chronische bloedarmoede door hevig menstrueel bloedverlies en op ernstige postpartumbloedingen. Dit onderzoek richt zich op hoe het splijten van bloedeiwitten bijdraagt aan bloedingsneiging. Deze knipmomenten vormen een communicatiemechanisme in het bloed. Wanneer deze communicatie verstoord raakt, kan overmatig bloeden ontstaan. Met een nieuwe techniek worden verborgen interacties blootgelegd en onbekende routes ontdekt die de bloedstolling sturen. Zo komen we dichter bij het begrijpen en behandelen van onverklaarbare bloedingen.OncoFlow: bloedvaten beter in beeld tijdens hersentumor-operaties
Dr. S. Soloukey Tbalvandany, Erasmus MC
Het veilig opereren van een hersentumor is lastig door alle belangrijke hersenvaten die rondom de tumor groeien. Hierdoor komt het te vaak voor dat patiënten wakker worden met hersenschade. Met een gloednieuwe 4D-echografie techniek kunnen onderzoekers met microscopische precisie bloedvaten en bloedstroom tijdens een operatie afbeelden. In deze studie zullen neurochirurgen voor het eerst deze techniek tijdens tumoroperaties toepassen en onderzoeken hoe zij tumorvaten en hersenvaten kunnen onderscheiden. Het team wil daarmee niet alleen operaties in de toekomst veiliger te maken, maar ook beter begrijpen hoe bloedtoevoer in hersenen en tumoren is opgebouwd.
Wat houd je tegen? Het verbeteren van doelgericht gedrag bij een ernstige depressieve stoornis
Dr. L.A. Bustamante, Universitair Medisch Centrum Groningen - Center for Clinical Neuroscience and Cognition
Eén op de vier mensen heeft tijdens het leven last van een depressieve stoornis (DS) en een derde van hen krijgt meerdere episodes. DS-symptomen, zoals denkproblemen en apathie, kunnen het bereiken van doelen belemmeren. Deze symptomen kunnen zelfs aanhouden wanneer de DS is behandeld en in remissie is, en zo bijdragen aan terugval. Verschillende processen liggen ten grondslag aan deze problemen, maar elk proces vereist een andere behandeling. Dit project zal deze processen ontrafelen via hersenscans en cognitieve tests. Zo wordt de moeite met dagelijks, doelgericht gedrag bij DS verklaard en de weg vrijgemaakt voor gepersonaliseerde behandelingen die terugval voorkomen.PRIME-TIME: PLA2G2D als nieuwe target voor immuuntherapie bij kanker
Dr. F. Dammeijer, Erasmus Medisch Centrum Rotterdam, Afdeling Longgeneeskunde
Een minderheid van de mensen met kanker reageert duurzaam op immuuntherapie. Nieuwe inzichten laten zien dat lymfeklieren belangrijke organen zijn waar ons afweersysteem omzeilt kan worden door het eiwit PLA2G2D. Dit onderzoek zal uitwijzen hoe PLA2G2D afweercellen gericht tegen kanker nadelig beinvloedt en hoe we door het remmen van dit eiwit huidige immuuntherapieën effectiever kunnen maken.Hartbevingen: hartgeluiden als vroege waarschuwing bij hartfalen
Dr. H. Luo, Universiteit Maastricht
Onderzoekers van Maastricht University onderzoeken waarom het hart zijn “lub-dub” maakt en of die geluiden iets zeggen over hoe goed het hart werkt. Met metingen uit dieronderzoek, echo-techniek die kleine trillingsgolven in de hartspier volgt, en digitale stethoscoopopnames koppelt het project geluidskenmerken aan de stijfheid van de hartspier. Daarna wordt een smartphone-systeem ontwikkeld waarmee patiënten thuis korte opnames maken, zodat verslechtering van hartfalen mogelijk al ongeveer een week eerder wordt gesignaleerd.Niet alles wat kan, helpt: betere keuzes in de zorg
Dr. S. van Munster, Universitair Medisch Centrum Utrecht
Veel patiënten krijgen jarenlang medische controles, terwijl vaak niet is aangetoond dat deze echt nodig zijn. Dit project onderzoekt wanneer zulke controles veilig kunnen worden verminderd of gestopt. Aan de hand van een landelijk programma waarin endoscopische controles bij Barrett-slokdarm patiënten zijn afgeschaft, bepalen onderzoekers hoeveel gezondheidsrisico acceptabel is voordat controles weer nodig zijn. Door medische gegevens, kosten en voorkeuren van patiënten en artsen te combineren, ontstaan duidelijke richtlijnen voor passende zorg.Samen sterker tegen RSV: gecombineerde antistofstrategieën voor blijvende bescherming
Dr. N.I. Mazur, Universitair Medisch Centrum Utrecht
Het respiratoir syncytieel virus (RSV) is wereldwijd een belangrijke oorzaak van longontsteking bij jonge kinderen. Nieuwe preventiemethoden beschermen baby’s met één antistof, maar het virus kan veranderen en ontsnappen. Dit project onderzoekt of het combineren van meerdere antistoffen, of het ontwerpen van één antistof die verschillende delen van het virus herkent, dit kan voorkomen. Onderzoekers bestuderen hoe RSV verandert onder invloed van antistoffen en gebruiken die kennis om verbeterde antistoffen te ontwerpen. Het doel is langdurige en betaalbare bescherming tegen RSV voor ieder kind.Het brein reinigen: de invloed van de overgang op Alzheimer-risico
Dr. M.M. van der Thiel, Universiteit Maastricht
De ziekte van Alzheimer, de belangrijkste doodsoorzaak in Nederland, treft vrouwen onevenredig vaak. Vrouwen vormen twee derde van alle patiënten. Dit risico stijgt na een vroege overgang, wanneer de menstruatie stopt en hormoonspiegels sterk dalen. Dit project onderzoekt hoe hormonale veranderingen tijdens de overgang het hersenvermogen beïnvloeden om afvalstoffen af te voeren die verband houden met de ontwikkeling van Alzheimer. Met geavanceerde hersenscans volgen we vroege veranderingen in deze afvalverwijdering en de invloed op dementierisico. De resultaten kunnen vrouwen met een hoger risico vroegtijdig identificeren en gepersonaliseerde behandelingen mogelijk maken.Betrouwbaar bewijs uit reguliere zorgdata
Dr. W.A.C. van Amsterdam, Universitair Medisch Centrum Utrecht
Artsen en beleidsmakers gebruiken steeds vaker zorgdata uit patiëntendossiers en registraties om medische beslissingen te onderbouwen, vooral wanneer klassieke klinische trials niet mogelijk zijn. Zulke studies zijn echter gevoelig voor fouten in opzet en analyse, wat kan leiden tot misleidende conclusies. Dit project ontwikkelt een digitale onderzoeksassistent die onderzoekers helpt om observationele studies zorgvuldiger en transparanter uit te voeren. De assistent controleert automatisch of belangrijke keuzes logisch en consistent zijn, en maakt aannames en onzekerheden expliciet, zodat conclusies uit zorgdata betrouwbaarder worden.Mitochondriële schade in hart en spier door chemotherapie: beschermt sporten en een eiwitrijk dieet?
Dr. A.E. Hiensch, Universitair Medisch Centrum Utrecht
Sommige chemotherapieën kunnen schade veroorzaken aan skeletspieren en het hart. Dit kan leiden tot vermoeidheid, het minder goed verdragen van de behandeling en zelfs chronisch hartfalen. Een mogelijke oorzaak is verstoring van de mitochondriën, de energiefabriekjes van onze cellen. Dieronderzoek suggereert dat bewegen in combinatie met een eiwitrijk dieet deze schade kan beperken. Dit onderzoek bestudeert het effect van een beweeg- en voedingsprogramma op mitochondriële dysfunctie door chemotherapie bij lymfoompatiënten, met behulp van een unieke, niet-invasieve meetmethode: fosfor magnetische resonantie spectroscopie.Een kieskeurige dementie: waarom frontotemporale dementie alleen de voorkant van de hersenen aantast
Dr. S.C.M. de Boer, Amsterdam UMC
Frontotemporale dementie (FTD) is een belangrijke oorzaak van dementie op jonge leeftijd en veroorzaakt grote veranderingen in persoonlijkheid, gedrag en taal. Op dit moment bestaan er geen behandelingen die de ziekte kunnen stoppen of vertragen. Een opvallend kenmerk van FTD is dat het vaak slechts één hersenhelft aantast en vooral de voorste delen van de hersenen beschadigt. Begrijpen waarom dit gebeurt is essentieel voor het ontwikkelen van effectieve behandelingen. POLAR-FTD heeft daarom als doel de oorzaken van deze selectieve hersenschade te ontrafelen.Het opsporen van tumor-dodende immuuncellen bij melanoom
Dr. F. Johnson, Nederlands Kanker Instituut
Dit onderzoek zal een nieuw hulpmiddel ontwikkelen om te bepalen welke immuuncellen in melanoomtumoren kankereiwitten herkennen en welke dat niet doen. Met behulp van speciaal in het laboratorium gemaakte moleculen die tumoreiwitten nabootsen, laat deze methode zien welke immuuncellen aan kankercellen kunnen binden en geeft zij inzicht in waarom sommige cellen de tumor wel herkennen en andere niet. Door deze informatie te koppelen aan de identiteit en activiteit van de cellen en aan behandeluitkomsten, zal dit onderzoek verklaren waarom sommige immuunreacties goed werken en andere falen, en zo bijdragen aan betere, gepersonaliseerde kankerbehandelingen.Title in Dutch: In de Loop: Ontcijfering van de Familiale Overdracht van Cannabisgebruik en Psychose
Dr. M. Luo, Universiteit van Amsterdam
Meer dan 50% van de kinderen van ouders met psychische stoornissen ontwikkelt zelf een stoornis. We begrijpen nog steeds niet goed waarom. Genen noch omgeving alleen verklaren familiale overdracht. Familiale overdracht verloopt niet alleen van ouder naar kind; kinderen beïnvloeden ook hun ouders, en broers en zussen beïnvloeden elkaar. Met een focus op cannabisgebruik en psychose herconceptualiseert dit project familiale overdracht als een multidirectionele feedbackloop. Met innovatieve genomische methoden kunnen we voor het eerst onthullen hoe genetische aanleg werkt via familieomgevingen, van ouder-naar-kind, kind-naar-ouder en tussen broers en zussen, en aangeven waar preventie de intergenerationele cyclus kan doorbreken.Waarom herstel vermoeidheid bij de ziekte van Crohn niet beëindigt
Dr. M. Ghiboub, Amsterdam UMC
Veel patiënten met de ziekte van Crohn hebben last van chronische vermoeidheid, zelfs wanneer de darmontsteking onder controle is. Dit beperkt werken, sociale contacten en het dagelijks leven. Dit onderzoek aan Amsterdam UMC bestudeert een nieuw biologisch mechanisme waarbij serotonine een blijvend “merkteken” achterlaat op het DNA van afweercellen. Door onderzoek bij patiënten, cellen en muizen draagt dit project bij aan betere herkenning van vermoeidheid en aan toekomstige bloedtesten en behandelingen.