Welke rol hebben kinderen bij de verspreiding van het coronavirus in een gezin?
Wat is de rol van kinderen bij de overdracht van SARS-CoV-2 (het virus dat COVID-19 veroorzaakt)? Patricia Bruijning - Verhagen onderzocht het in gezinnen: ‘We pikten infecties op die anders onder de radar waren gebleven.’
Bij aanvang van de coronapandemie was nog veel onzeker over het virus SARS-CoV-2. Opvallend was dat kinderen zelden ziek waren. Raakten zij wel geïnfecteerd? En zo ja, in hoeverre droegen zij bij aan de overdracht van het virus? Dr. Patricia Bruijning is kinderarts epidemioloog in het UMC Utrecht. ‘Destijds was daar niets over bekend. Daarom hebben wij het onderzocht in een gezinnenstudie. Dat is een veelgebruikte methode voor onderzoek naar de verspreiding van een virus- of een bacteriële infectie. De studie liep van augustus 2020 tot juli 2021. Er deden 300 gezinnen mee.’
Welk gezinslid bracht het virus binnen en hoe verspreidde het virus zich?
De gezinnen werd gevraagd om elke maand te testen op het SARS-CoV-2 virus, ongeacht of ze wel of geen klachten hadden. Daar bovenop werd hen gevraagd om extra te testen bij klachten. Bruijning: ‘Bij elk kuchje, elke snotneus wilden we van ieder gezinslid een monster hebben. Ze kregen een app met instructies, zoals: ‘Vul vandaag je klachtendagboek in.’ Of ‘Stuur vandaag een speekselmonster naar ons toe.’ Op een dashboard kon ik de gegevens van elk gezin realtime monitoren en zien wie er bijvoorbeeld op dat moment klachten had. Als ze iets vergaten, namen wij contact met hen op. Daardoor waren onze data heel compleet en konden we analyseren wie het virus het gezin had binnengebracht en hoe het zich verspreidde.’
Ook kinderen verspreidden COVID-19 in het gezin
Bruijning en haar collega’s ontdekten dat kinderen wel degelijk een SARS-CoV-2 infectie doormaken, maar dat bij hen de symptomen niet te onderscheiden waren van andere veel voorkomende luchtweginfecties. ‘Dat was belangrijke informatie’, zegt ze. ‘Tot die tijd zijn veel corona-infecties bij kinderen gemist.’ De kinderen speelden binnen huishoudens een rol in de verspreiding van het virus. Bruijning: ‘In vergelijking met oudere kinderen, gaven met name peuters en kleuters het vaak door aan hun ouders. Dat kunnen wij goed verklaren. Je kunt kleine kinderen niet in quarantaine zetten, of uitleggen dat mamma even geen knuffel mag geven.’
Geen klachten, wel antistoffen in het bloed
Ook vroegen de onderzoekers de gezinnen om bij klachten én vier weken na klachten een bloedmonster toe te sturen, verkregen door slechts een vingerprik. Bruijning: ‘Soms verraadden de antistoffen in het bloed dat mensen zonder het te weten een infectie hadden doorgemaakt. Dat gold ook voor volwassenen. Bij deze mensen zou het kunnen dat het virus bijvoorbeeld heel kort detecteerbaar is geweest. Als we het hadden gemist via de PCR-test, (Polymerase Chain Reaction), de meest gebruikte test om SARS-Cov-2 aan te tonen, zagen we het alsnog in het bloed.’
Volwassenen introduceerden het virus vaker in het gezin dan kinderen
Uit het CoKids-onderzoek blijkt dat volwassenen het virus vaker introduceren in het gezin dan kinderen. Bruijning: ‘Toen wij de studie uitvoerden, werden al gauw de strenge maatregelen en lockdowns ingevoerd. Scholen werden gesloten en sportactiviteiten stilgelegd. Het interactiepatroon tussen kinderen was verstoord. Dat zagen wij ook terug in andere infecties die rondgingen; er waren veel minder luchtweginfecties dan gewoonlijk in een winterseizoen. Voor volwassenen golden de maatregelen uiteraard ook, maar blijkbaar droegen zij het virus tóch vaker bij zich en brachten het mee naar huis.’
Jonge kinderen hebben een sterk aangeboren aspecifiek immuunsysteem
Over een verklaring heeft Bruijning slechts vermoedens: ‘In de eerste levensjaren kom je voor het eerst in aanraking met allerlei virussen, bacteriën en andere ziekteverwekkers. Het aangeboren immuunsysteem is bij jonge kinderen daarom heel actief. Dat is van levensbelang; geen kind zou overleven zonder dit aspecifieke immuunsysteem, dat direct reageert op alles wat lichaamsvreemd is.
Van een nieuw virus worden volwassenen zieker dan kinderen
Bij volwassenen is dit aangeboren aspecifieke immuunsysteem waarschijnlijk minder actief. Een nieuw virus – zoals het coronavirus – wordt dan niet zo snel herkend. Het heeft dus langer tijd om schade aan te richten. Bruijning: ‘Hetzelfde zien we bij typische kinderziektes als mazelen en waterpokken. Raak je op volwassen leeftijd voor het eerst besmet, dan verlopen die infecties meestal veel heftiger dan bij jonge kinderen.’
Een gezinnenstudie geeft bij pandemieën zicht op de rol van leeftijdsgroepen
Het CoKids-onderzoek heeft ook laten zien dat een prospectieve gezinnenstudie een goede onderzoeksmethode is om bij infecties de rol van leeftijdsgroepen de verspreiding te inventariseren. Bruijning: ‘Omdat wij via de app op afstand continu konden monitoren en klachten inventariseerden, pikten wij infecties op die anders onder de radar waren gebleven. Uit de gegevens konden wij afleiden wie wie had besmet.’ De onderzoekers hebben hun resultaten tussentijds steeds doorgestuurd naar het OMT, het ministerie van OCW en VWS. Ze zijn gebruikt voor beleidsvorming en vaccinatieadviezen.
Ook onderzoek naar een aantal verkoudheidsvirussen
Tijdens de CoKids-studie hebben de onderzoekers ook veel informatie gekregen over andere virusinfecties. Bruijning: ‘Als een kind een snotneus had, bleek het veel vaker iets anders te zijn dan corona. Informatie over die virussen was voor ons interessante bijvangst. In de monsters onderzoeken wij nu hoe de verspreiding is verlopen van een aantal verkoudheidsvirussen. Ze zijn al heel lang bij de mensen, maar tot op heden is hun verspreidingspatroon in gezinnen nauwelijks onderzocht.’
Meer Informatie over onderzoek naar de gevolgen van de coronapandemie op kinderen en jongeren kunt u vinden op onze website.
Corona bij kinderen