Welke bloedverdunners zijn het beste na dotteren bij perifeer vaatlijden?
De Grote Trials Ronde is specifiek bedoeld voor een aantal studies die op hoog evidence-niveau uitsluitsel kunnen geven over een bestaand doelmatigheidsvraagstuk met betrekking tot de toepassing van geneesmiddelen in de praktijk. De resultaten van de studie hebben nationale impact en zijn direct toepasbaar in de dagelijkse klinische praktijk.
Wat behelst jullie onderzoek?
‘Patiënten krijgen na een dotterbehandeling bij perifeer arterieel vaatlijden – bijvoorbeeld etalagebenen –bloedplaatjesremmers als bloedverdunner. Maar er is geen wetenschappelijk bewijs welke het beste werkt. Dat leidt wereldwijd tot veel praktijkvariatie. Wij onderzoeken clopidogrel en aspirine, goedkope middelen die al decennia lang worden voorgeschreven. Wat is de juiste bloedverdunner – of combinatie – voor de juiste patiënt? We includeren 1.696 patiënten in twaalf centra. Zeven jaar terug werkte ik als fellow samen met Gert Jan de Borst al aan een driearmige studieopzet met clopidogrel, aspirine en ticagrelor. Toen dat laatste medicijn toch niet effectief bleek bij perifeer vaatlijden, leek al het werk voor niets. De Grote Trials Ronde van ZonMw gaf ons een tweede kans. Vaatchirurgen wereldwijd gebruiken deze bloedverdunners nu zonder echte evidence. En zeker met de komst van vaak dure nieuwe middelen, is onze trial relevanter dan ooit. Ik verwacht dat het een gamechanger wordt, die eindelijk de protocollen op één lijn gaat krijgen.’
Onze studie wordt een gamechanger die eindelijk de protocollen op één lijn zal krijgen
Hoe verloopt een trial onder de nieuwe Europese Clinical Trial Regulation (CTR)?
‘Het stroomlijnen van het medisch-ethische toetsingsproces heeft beslist voordelen. Je kunt de aanvraag nu voor alle deelnemende centra in één keer indienen. Maar in de praktijk lopen we ertegenaan dat centra soms toch nog hun eigen toetsing willen doen. Dan moeten we ze alsnog allerlei documenten aanleveren. Daarom zijn sommige centra nog niet begonnen. We juichen de CTR echt toe, maar de lokale uitvoerbaarheid kan dus nog een uitdaging zijn.’
Nog tips voor andere onderzoekers?
‘Hou vol! Misschien denk je – zoals ons aanvankelijk overkwam – dat het ‘m niet gaat worden met je studie. Maar als je zelf gelooft in de relevantie van de onderzoeksvraag, kom je er met een lange adem uiteindelijk toch. Als het eenmaal loopt is het leuk om zo’n trial te doen. Voor ons vakgebied is dit onderzoek heel waardevol. We gaan de praktijkvariatie terugdringen. En we voorkomen de onder- én overbehandeling die we nog zien, nu duidelijk bewijs voor de juiste inzet van bloedverdunners nog ontbreekt. Onze patiënten krijgen straks een onderbouwd advies voor de best passende aanpak. Dat kan veel verschil maken in het dagelijks medicijngebruik en betere uitkomsten opleveren. En met het consortium dat er nu staat, kunnen we ook nog mooi vervolgonderzoek doen.’
Met dank aan met promovendus Emilien Wegerif en medeprojectleider Gert Jan de Borst (beiden UMC Utrecht).
Tekst: Marc van Bijsterveldt (juli 2021)