‘Vanuit begrip voor elkaars perspectief kun je verkokering doorbreken’
Bestaande kennis en ervaring ontsluiten, en samen leren van wat al is ontwikkeld rond het omgaan met onbegrepen gedrag. De net gestarte kenniswerkplaats in de regio Utrecht wil met praktijkgericht onderzoek in beeld krijgen hoe je kennis kunt omzetten in verandering. Ervaringsdeskundigheid is daarbij onmisbaar.
De kenniswerkplaats Samen Omgaan met Onbegrip (SOMO) is nog maar net begonnen en de ambities om echt wat te veranderen zijn groot. 1 van de betrokken onderzoekers is Menno Soentken. Hij was bij de Hogeschool Utrecht eerder als subsidieadviseur in de weer met het managen van onderzoeksprogramma’s. ‘Maar het begon steeds meer te kriebelen: ik wilde naar de inhoud. Ik zette de stap naar de rol van onderzoeker, zodat ik veel dichter bij de concrete problemen van mensen aan de rand van de samenleving kon komen.’ Soentken ging zich ‘als een dolle’ inlezen, en kwam er al snel achter hoe complex het allemaal is. ‘Er zijn geen simpele oplossingen. En we komen pas echt verder met beleid én goede hulp als we ervaringsdeskundigheid heel serieus nemen.’
Samen Omgaan met Onbegrip (SOMO)
De kenniswerkplaats Samen Omgaan met Onbegrip (SOMO) is een initiatief van ervaringsdeskundigen, GGD regio Utrecht, het lectoraat Wonen en Welzijn van de Hogeschool Utrecht (HU) en het Trimbos-instituut. Het is een samenwerkingsverband met gemeenten en organisaties uit regio Utrecht waaronder herstelacademie Enik, De Tussenvoorziening, MEE, Altrecht, Leger des Heils, Steunpunt GGZ, politie, huisartsen, ROC Midden Nederland en woningcorporaties. Menno Soentken is docent aan de HU en onderzoeker bij het lectoraat Wonen en Welzijn van deze hogeschool.
Mechanismen doorgronden
De komende 4 jaar richt SOMO zich op het verbinden van mensen met onbegrepen gedrag met hun (in)formele netwerk. Soentken: ‘We houden onszelf en elkaar gevangen in een systeem dat dicteert hoe dingen werken. Geïnstitutionaliseerde normen en waarden, vastgelegd in beleid en regelgeving, vormen de sturende mechanismen. Als je iets wil veranderen, moet je eerst die mechanismen met goed praktijkgericht onderzoek doorgronden.’ Er is nooit 1 antwoord, zegt hij. Stijgt het aantal meldingen? Hoe komt dat? Misschien is de politie meer gaan registreren. Of komt het doordat de samenleving minder tolerant wordt voor onbegrepen gedrag? Soentken: ‘Pas als je het complex van oorzaken en achtergronden in beeld hebt, kun je bedenken hoe je de herstelkracht van mensen met onbegrepen gedrag kunt versterken. En op welke manier de steunkracht vanuit de omgeving kan worden vergroot.’
Met bestaand onderzoeken kun je boekenkasten vullen, maar landt deze kennis ook in de praktijk?
Bestaande kennis ontsluiten
Onderzoek helpt om de complexiteit van wat er speelt te agenderen. Dat kun je volgens Soentken als kenniswerkplaatsen vooral doen door het ontsluiten van kennis die er al is. ‘Met de stapels bestaande onderzoeken kun je boekenkasten vullen. Maar landt deze kennis ook in de praktijk? Weten mensen in het veld überhaupt wat er beschikbaar is? Neem alleen al ‘Leren(d) spelen’ het mooie evaluatierapport van het Actieprogramma Verward Gedrag door de Erasmus School of Health Policy & Management. Daarin staat heel veel bruikbaars, maar zijn regionale partijen zich wel bewust van deze kennis? En zo ja, wat zijn de hobbels om de opbrengsten van dat eerdere programma te implementeren? Wij gaan alle relevante partijen hiernaar vragen in een stakeholdersonderzoek. Zo willen we in beeld krijgen wat er nodig is om bestaande kennis om te zetten in heuse verandering.’
Ervaringsdeskundigheid voorop
Voor die verandering is ervaringskennis volgens Soentken absoluut onmisbaar. ‘Wij geven ervaringsdeskundigen een prominente plek. Hun kennis leidt tot inzichten die overal bruikbaar zijn.’ Soentken is het ermee eens dat we in de omgang met onbegrepen gedrag weg moeten van het ‘doelgroepdenken’, omdat je zo voorbijgaat aan de complexiteit van het leven zelf. ‘Wat mij betreft is dat niet zozeer een opvatting. Het is meer een empirisch gegeven. Problemen zijn altijd meerlagig, zoals mensen dat per definitie zijn. Jij bent veel meer dan een interviewer, ik veel meer dan een onderzoeker. Ervaringsdeskundigen zijn bij uitstek de mensen die over de meerlagigheid van onbegrepen gedrag kunnen vertellen. In ons onderzoek willen we dan ook hun levensverhalen naar voren halen.’
Begrip voor elkaars perspectief
1 van de werkplaatsactiviteiten is het organiseren van reflectiebijeenkomsten waarin alle deskundigheden samenkomen. Soentken: ‘Als je de kennis en expertise vanuit ervaringsdeskundigheid, praktijk, beleid én onderzoek bij elkaar brengt en samen complexe casussen bespreekt, ontstaat als het goed is begrip voor elkaars positie en perspectief. Van daaruit kun je de verkokering gaan doorbreken.’ Dat laatste kan heel goed binnen de bestaande kaders, aldus Soentken. ‘We leven nu eenmaal in een geïnstitutionaliseerde maatschappij. Dat is niet zomaar te veranderen. Mijn inzet zou zijn om binnen de spelregels mogelijkheden te zoeken en met elkaar te durven experimenteren. Zoals de titel van de evaluatie van het vorige programma het al zegt: we moeten leren(d) spelen.’
Met een gezamenlijke strategische kennisagenda krijgen we als regio’s ook landelijk echt smoel.
Kennis en ervaring integreren
Volgens Soentken kan dat ‘spelen’ heel goed met de eerder opgehaalde best practices, kennis en ervaring, en die te integreren. ‘Er zijn in het vorige programma in de regio Utrecht 82 projecten geweest. Wij willen niet project 83 zijn, maar vooral leren van wat er in die eerdere projecten is gerealiseerd. Dat betekent toepassen van datgene wat werkt. Als kenniswerkplaats zien we een rol voor onszelf om wetenschappelijke, praktijk- en ervaringskennis echt te laten landen, zodat er een beweging op gang komt.’ Als het programma Grip op Onbegrip iets zou moeten toevoegen, is het wat Soentken betreft een duidelijker lijn tussen de opeenvolgende programma’s op dit terrein. ‘Daar hopen wij aan bij te dragen. En laten we met alle regio’s samenwerken aan een strategische kennisagenda rond onbegrepen gedrag, zodat we ook landelijk echt smoel kunnen krijgen.’
Actieprogramma Grip op Onbegrip
De ambitie van het Actieprogramma Grip op Onbegrip is het versterken van een lerende omgeving en verbetercyclus in de regio ten behoeve van duurzame persoonsgerichte zorg en ondersteuning voor mensen met onbegrepen gedrag. De lerende omgeving heeft betrekking op het sociaal, zorg- én veiligheidsdomein. Het programma bouwt voort op het Actieprogramma ‘Lokale initiatieven voor mensen met Verward Gedrag’ en sluit aan bij verschillende initiatieven die zijn ontplooid rondom verward gedrag, beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Waar het voorgaande programma hoofdzakelijk was gericht op het lokaal verbeteren van de praktijk, wordt in de komende jaren binnen Grip op Onbegrip gewerkt aan het verder brengen van goede praktijken en het duurzaam verbinden van praktijk en kennis en het stimuleren van een lerende cyclus.
Tekst: Marc van Bijsterveldt (januari 2024)