Terugblik netwerkbijeenkomst Klimaat en Gezondheid
In deze publicatie leest u een terugblik van de online netwerkbijeenkomst van het programma Klimaat en Gezondheid op 26 november 2020. Honderd onderzoekers, beleidsmakers en praktijkprofessionals konden contact leggen met partners met wie zij een onderzoeksvoorstel willen indienen in dit nieuwe onderzoeksprogramma.
Programma netwerkbijeenkomst
Na een korte uitleg door dagvoorzitter Frank Pierik over de mores van een online bijeenkomst opende ZonMw-voorzitter prof. Jeroen Geurts de netwerkbijeenkomst. Hij wees hierbij op de urgentie van onderzoek naar de gevolgen van klimaatverandering op de gezondheid. Het programma Klimaat en Gezondheid zet hierin een eerste stap. De 3 thema’s van het programma – temperatuurgerelateerde gezondheidseffecten, allergieën en duurzame zorg – werden vervolgens via filmpjes toegelicht door respectievelijk Madeleen Helmer (Klimaatverbond Nederland), Mieke Koenders (Elkerliek Ziekenhuis) en Cathy van Beek (ministerie VWS).
Daarna was het de beurt aan de deelnemers. In kleine (virtuele) groepen maakten zij in drie rondes kennis met elkaar, wisselden zij met merkbaar enthousiasme ideeën uit voor onderzoeksvoorstellen en ontstonden diverse samenwerkingsverbanden.
Plenaire sessies
Netwerksessies
Een van de onderwerpen die ten aanzien van dit thema in de sessies naar voren werd geschoven was het gebruik van ‘big data’ uit registratiesystemen om de invloed van verschillende factoren, zoals temperatuur, blootstelling aan pollen, medicatiegebruik, enzovoort, op de gezondheid/oversterfte van elkaar te onderscheiden. Dat kan duidelijk maken op welke factor het uitvoeren van een interventie de grootste bijdrage kan leveren aan het verbeteren van de gezondheid en/of het verminderen van gezondheidsrisico’s.
In de sessies kwam enkele malen ter sprake dat het belangrijk is in de onderzoeksconsortia vooral ook sociale wetenschappers op te nemen. Het zal niet voldoende zijn om op basis van biomedisch onderzoek interventies te ontwikkelen als er niet ook aandacht is voor het effectief implementeren van die interventies. Dat vergt kennis en inzicht vanuit de sociale wetenschappen over bijvoorbeeld acceptatie van maatregelen. Daarnaast merkten sommige deelnemers op dat er nog weinig verbinding is tussen clinici en onderzoekers op het gebied van bijvoorbeeld luchtkwaliteit of met instanties als de waterschappen.
Concrete onderwerpen die de deelnemers in deze sessies naar voren schoven als mogelijk onderwerp van een projectaanvraag waren onder andere: de impact van hittegolven tijdens een zwangerschap, bescherming van kwetsbare groepen tegen hittegolven, (inadequaat) gedrag tijdens hittegolf, de relatie tussen de afname van ozon en toename huidkanker, het effect van temperatuur op blootstellingrisico infectieziektes (o.a. via toename muggen) en het rekening houden met hittegolven bij het ontwerpen van gebouwen.
Een belangrijke vraag in deze sessies was hoe het tegengaan van hitte (in de stad) met ‘groen’ en ‘blauw’ zodanig is uit te voeren dat er geen ongunstige bijeffecten ontstaan in de vorm van een toename van allergieën. Meer ‘groen’ kan leiden tot extra pollen in de lucht en daardoor meer mensen met hooikoorts. Naast een bron van pollen kan ‘groen’ ook een bron zijn van allergie-veroorzakende insecten, zoals de eikenprocessierups. Extra ‘blauw’ bevordert – zeker in combinatie met een toename van de temperatuur – een toename van onder andere muggen, die op hun beurt (nieuwe) infectieziekten kunnen verspreiden. Extra ‘groen’ en ‘blauw’ moeten daarom zowel gezond als veilig zijn. Bij gemeenten en ook bij lokale gezondheidsinstanties als de GGD’en leven hierover veel praktische vragen, bleek uit de sessies.
In het omgaan met deze uitdagingen is het om te beginnen nodig de reeds bekende informatie over de aanwezigheid van ‘allergie-bronnen’ op lokaal niveau voor iedereen beschikbaar te maken, stelde een van de deelnemers. Zodat burgers (met een allergie) zelf kunnen zien wanneer zij welke locaties beter kunnen mijden. Aan de hand van ‘big data’ – bijvoorbeeld over zowel temperatuur als pollenconcentratie als ozonconcentratie als allergieklachten op een bepaalde plek op een bepaald tijdstip - kan meer fundamentele kennis verkregen worden over de relatieve bijdrage van verschillende factoren bij allergie. Dergelijk onderzoek vergt interdisciplinaire samenwerking, benadrukten de deelnemers.
De eerste stappen om te komen naar een meer duurzame zorg zijn al gezet, bleek uit deze sessies. In enkele academische ziekenhuizen lopen bijvoorbeeld projecten om de hoeveelheid afval – onder andere op de OK - terug te dringen en om het beroepsmatig reizen door personeel te verminderen. Dat dit niet eenvoudig is, blijkt bijvoorbeeld uit de invloed van de COVID-19-pandemie. Als gevolg van de pandemie is het reizen weliswaar sterk afgenomen, maar is de hoeveelheid afval in het ziekenhuis enorm toegenomen. Andere problemen die kunnen opdoemen bij het streven naar duurzame zorg is dat er belangen kunnen gaan botsen: bijvoorbeeld hergebruik van materiaal tegenover steriliteitseisen en infectiepreventie. Het is belangrijk ervaringen en kennis hierover te delen, stelden de deelnemers.
In de sessies kwam regelmatig naar voren dat het belangrijk is onderzoek te doen naar kennis die inzicht geeft in de mechanismen die uiteindelijk kunnen helpen langdurige gedragsveranderingen tot stand te brengen die bijdragen aan een meer duurzame zorg in een organisatie. Diverse deelnemers zijn op zoek naar partners die dergelijke expertise kunnen inbrengen. Implementatie van reeds bestaande kennis over duurzame zorg vindt volgens diverse deelnemers nog veel te weinig plaats. Daarnaast zijn sommige deelnemers op zoek naar commerciële partners. Die blijken moeilijk te vinden ook al doordat hierbij belangenverstrengeling een struikelblok kan vormen.
Met het oog op een duurzame zorg stelden de deelnemers ook dat het belangrijk is milieuaspecten mee te nemen bij het beoordelen van de kwaliteit van zorg, in richtlijnen, en in de uitkomsten van preventieve interventies in de gezondheidszorg. Een deelnemer merkte op dat er ook oog moet zijn voor de minder zichtbare milieuaspecten in de zorg, zoals de energie die de continue luchtverversing kost of het voorschrijven van (broeikasgassen bevattende) dosisaerosolen bij patiënten met astma voor wie ook alternatieve medicatiesystemen voor handen zijn.
Veelgestelde vragen en antwoorden
Gedurende de hele netwerkbijeenkomst hebben de deelnemers via de chat vragen gesteld, zowel aan de vertegenwoordigers van ZonMw als onderling. Vragen aan ZonMw hadden onder andere betrekking op de reikwijdte van de subsidieoproep, zoals de vraag naar wat precies verstaan wordt onder fundamentele kennis, in welke fase van het aanvraagproces een datamanagementplan moet worden gemaakt, et cetera. Frank Pierik legde uit dat de beperking tot de genoemde drie thema’s vooral het gevolg is van de beperkte financiële mogelijkheden. In een eventueel vervolgprogramma kunnen mogelijk meer onderwerpen aan bod komen. Hij herhaalde dat de tekst in de subsidieoproep leidend is en dat de veelgestelde vragen en antwoorden op de website zullen worden aangevuld naar aanleiding van de vragen die tijdens de netwerkbijeenkomst zijn gesteld. Ook gaven diverse deelnemers aan dat het belangrijk is kennis over klimaat en gezondheid, bijvoorbeeld over duurzaamheid, snel te integreren in het medisch onderwijs.
Afsluiting
Frank Pierik sloot de online bijeenkomst af met de constatering dat er vruchtbare discussies zijn gehouden en al diverse partners elkaar gevonden lijken te hebben. Hij riep de deelnemers op desgewenst een intentieverklaring voor een projectvoorstel in te dienen voor 14 januari 2021 en wenste hen daarbij veel succes. Deelnemers die daaraan behoefte hadden, konden vervolgens in aparte virtuele ruimtes met elkaar verder het gesprek aangaan.
Met dank aan Cathy van Beek (kwartiermaker Duurzame zorg bij Ministerie van VWS), Madeleen Helmer (projectleider klimaatadaptie bij het Klimaatverbond Nederland), Mieke Koenders (laboratoriumspecialist Klinisch Chemie Elkerliek ziekenhuis, Helmond), Jeroen Geurts (ZonMw-voorzitter), Marten Dooper (wetenschapsjournalist), Frank Pierik (ZonMw-programmateam), Yara ten Pas (ZonMw-programmateam), Sophie Schutte (ZonMw-programmateam), Margreet Bloemers (ZonMw-projectleider FAIR data & data management), Renata Klop (ZonMw-adviseur), Merlijn Bles (ZonMw-communicatie), Carola Havers (ZonMw-communicatie), Shalinie Sidhoe (ZonMw-communicatie), de moderatoren van de netwerksessies en alle deelnemers.