Sport organiseren voor mensen in kwetsbare positie
Inclusiviteit in sport en bewegen hoort vanzelfsprekend te zijn voor iedere leeftijd, elke etnische achtergrond, sociale positie of seksuele geaardheid. Dit project richtte zich op het vergroten van inclusiviteit op het gebied van sport en bewegen.
Sport en bewegen draagt bij aan de gezondheid, talentontwikkeling, sociale verbondenheid en het tegengaan van maatschappelijke uitsluiting.
Door interviews met sociaal kwetsbare groepen, professionals en beleidsmensen is in dit project gekeken wat de ideale en best passende oplossingen zouden kunnen zijn om samen te zorgen dat sport daadwerkelijk mensen activeert.
Een tool is ontwikkeld die inmiddels ook is geïmplementeerd in het onderwijs. Dus op verschillende plekken in het land wordt nu vanuit kennis uit het onderzoek, in onderwijs gewerkt met deze materie
‘Praktijkgericht onderzoek kan de sociale basis heel goed versterken’
Froukje Smits: ‘Als docent lichamelijke opvoeding zag ik mijn leerlingen elk jaar weer overgaan, maar ikzelf stond een beetje stil. Daarom ben ik de wetenschap ingegaan. Ik kijk met een sportsociologische bril: wat zijn de praktijkvraagstukken en hoe kunnen we met onderzoek maatschappelijke impact realiseren? Het CISE-project ging over een relevant thema: sportdeelname door mensen in een kwetsbare positie, zoals langdurig werklozen, statushouders en dak- en thuisloze mensen. Sport kan ze meer structuur in hun leven geven. Goed onderzoek helpt praktijkwerkers dan om dát te doen wat deze groep echt helpt.
Levensechte casus
Het punt is dat professionals nog te veel vanuit hun eigen silo werken. In CISE wilden we de verschillende werkwijzen nadrukkelijker op elkaar afstemmen, oftewel ‘kalibreren’. Een eerder door Fontys-collega Dennis Arts ontworpen kaartspel is doorontwikkeld tot een ‘reflectieve tool’. De kaarten bevatten vragen over fictieve maar levensechte casussen. De tool werkt heel goed in de praktijk. Neem een kaart met de stelling dat de doelgroep het beste bij een vereniging kan sporten en niet individueel. Een sportschooleigenaar stelde in de groep dat hij dan niet in het aanbod past, terwijl juist commerciële aanbieders mensen vaak goed weten te bereiken. Zoiets levert een mooie discussie op waarin professionals buiten hun silo gaan denken.
Spel verder ontwikkelen
Uiteindelijk kunnen we verkokering pas echt doorbreken als je al tijdens de opleiding interdisciplinair leert samenwerken. Ik gebruik het spel daarom ook in mijn werk als docent. Dan leren studenten – bijvoorbeeld van logopedie, verpleegkunde, fysiotherapie – al vroeg hoe je samen bepaalde uitdagingen oplost. Onze ambitie is het spel nog verder te ontwikkelen en het een plek te geven in veel meer organisaties. En in de begeleiding van burgerinitiatieven. Juist van onderop ontstaan prachtige pareltjes, zoals een sportschool voor en door bewoners in Utrecht Overvecht. Door goede theorie praktisch te vertalen, kun je vanuit onderzoek hierop aansluiten en de sociale basis zo verder versterken.’
Froukje Smits is senior onderzoeker bij het lectoraat Duurzame Gemeenschappen van Hogeschool Utrecht. Zij was betrokken bij ZonMw-project: Calibrating Inclusive Sporting Encounters (CISE).
Binnen MOOI in Beweging is zij projectleider van ROCIES, een zoektocht naar praktijkgerichte aanpakken met als doel een veilige (E)sportomgeving voor (jonge) topsporters.