Inzichten in Pandemische paraatheid vertalen naar beleid
Een belangrijke les uit de COVID-pandemie is dat we beter voorbereid moeten zijn op toekomstige pandemieën. De afgelopen 2 jaar hebben onderzoekers vanuit verschillende disciplines de pandemie onder de loep genomen. Modellering speelt daarbij een grote rol. De belangrijkste resultaten werden gepresenteerd op een slotbijeenkomst.
Achtergrond van de subsidieronde
De subsidieronde 'Modelleren voor Pandemische paraatheid' werd door ZonMw opgezet in opdracht van het ministerie van VWS. In deze ronde stonden kennisontwikkeling en innovatie op het gebied van modellering voor Pandemische paraatheid en infectieziektebestrijding centraal. De focus lag hierbij op het vergroten van de mogelijkheden van infectieziektemodellering om in de toekomst beter en sneller te kunnen anticiperen op pandemieën of grootschalige uitbraken.
Brede onderwerpen
Tijdens een slotbijeenkomst op 16 juni 2026 werden de 20 projecten van deze subsidieronde gepresenteerd. De breedte van de ronde was terug te zien in de onderwerpen; deze varieerden van patiëntenspreiding over regio’s en een efficiëntere ketenlogistiek van geneesmiddelen, tot vaccinatiekeuzeprofielen van burgers, de wisselwerking tussen overheidscommunicatie en publieke opinie, en het voorspellen van immuniteit tegen nieuwe pandemische virussen. De onderzoekers deelden hun eindresultaten en verkenden, samen met de aanwezigen uit beleid en het werkveld, hoe de inzichten uit de modellen de pandemische paraatheid concreet kunnen versterken.
Digitaal magazine Modelleren voor Pandemische paraatheid
In dit magazine vindt u een overzicht van de projecten die tijdens de slotbijeenkomst op 16 juni hun resultaten presenteerden. Lees meer over de behaalde resultaten, opgedane inzichten en aanbevelingen die zijn voortgekomen uit deze projecten.
Samen optrekken is simpelweg the way to go
Tussen de posterpresentaties door, die een indrukwekkend palet aan computermodellen lieten zien, bracht Danielle Timmermans (hoogleraar risicocommunicatie en publieke gezondheid bij Amsterdam UMC) een belangrijk tegenwicht in. Een pandemie is immers niet alleen een biomedisch vraagstuk, maar evengoed een maatschappelijk probleem. "Modellen zijn ongelooflijk waardevol voor inzicht en een beter begrip, maar menselijk gedrag laat zich nu eenmaal niet vangen in een hard cijfer," legde ze uit. Dit is volgens haar geen relativering van het modelleerwerk, maar een pleidooi voor verbinding. Ze is blij dat gedragswetenschappers steeds vaker een plek aan tafel krijgen: "We trekken inmiddels samen op in projecten. Dat contact groeit, en hoewel dat soms met vallen en opstaan gaat, is dit simpelweg the way to go."
Het Collaborative Platform for Epidemic Modelling and Data Analytics van het RIVM is een belangrijke plek waar interdisciplinaire samenwerking in modellering verder vorm moet krijgen. Daar is budget voor vrijgemaakt. Volgens Valérie Eijrond (research projectmanager bij het RIVM) is het platform er om kennis te delen, samen te werken, meer capaciteit op te bouwen en nieuwe modelleurs goed voor te bereiden. “Zo zorgen we ervoor dat we in de toekomst samen sneller en beter kunnen reageren als er een grote uitbraak is.”
Samenwerking en impact
Samenwerking werd een terugkerend thema van deze bijeenkomst. In naam was het een slotbijeenkomst, maar volgens commissievoorzitter Sjaak de Gouw begint het nu juist. “Dit is geen slot- maar een startbijeenkomst. Vanaf nu is ‘implementatie’ het toverwoord. In het digitale magazine staan allerlei aanbevelingen. Die komen allemaal op hetzelfde neer: we moeten hiermee verder, zodat we in de ‘koude fase’ waarin we nu zitten de inzichten die we hebben opgedaan kunnen vertalen naar beleid. ”Een essentiële voorwaarde voor dat proces is elkaar leren kennen en begrijpen.
Daarom was ook Andres Dijkshoorn (MT-lid Infectieziektebeleid van het ministerie van VWS) met een aantal collega’s aanwezig. Volgens hem ligt de kracht juist in het verbinden van verschillende werelden. “Op een dag als deze kunnen we kennisnemen van elkaars werelden”, zei hij. “Want de kennis die hier op de slotbijeenkomst wordt opgeleverd, moet zijn weg vinden naar het ministerie zodat het gebruikt kan worden op het moment dat het echt nodig is.”
Er is afgelopen 2 jaar in deze 20 projecten samenwerking geweest tussen verschillende organisaties en disciplines. Zowel universiteiten als kennisinstellingen hebben hun handen ineengeslagen.
Brug tussen wetenschap en beleid
Er is nog een kloof te overbruggen tussen wetenschap, beleid en politiek. Dijkshoorn vat het samen in een even simpel als doeltreffend concept: het 'halve A4'tje'. Waar de wetenschap nuance zoekt, moet de politiek knopen doorhakken. "Aan de tafel van de minister komen alle belangen en beslissingen bij elkaar. Dat dwingt tot filteren,” legt hij uit. "Het is een heldere boodschap aan de modelleurs: durf te focussen en laat zien wat je ons écht wilt meegeven. Tegelijk ligt er ook een opdracht bij beleid en politiek om te weten wat we wel en wat we niet van modelleurs kunnen verwachten.” Dat onderschreef De Gouw van harte. “Wij moeten weten voor welke beslissingen we aan het modelleren zijn. Als je het hebt over Pandemisch paraat zijn, waarvoor moet je dan paraat zijn? Welke keuzes moeten er worden gemaakt en hoe kunnen we die vanuit het modelleren ondersteunen?”