Goed onderzoek helpt sport- en beweegpraktijk
Jaap de Graaf is gepokt en gemazeld in de wereld van sport en bewegen. Hij noemt wetenschap onmisbaar, omdat je altijd wilt weten wat werkt en wat niet. Als commissievoorzitter blikt hij terug op de opbrengsten van het ZonMw-Onderzoeksprogramma Sport en Bewegen. ‘We kunnen sport- en beweegstimulering veel beter verkopen.’
Opgeleid is hij als recreatiesocioloog, zoals het toen heette. Zijn kennis over sport en vrije tijd bracht hem bij de Landelijke Dienst voor Beweging, Recreatie en Spel, bekend van het nog altijd verkochte BRES Spelenboek. Later werd hij actief in het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen, dat weer opging in het Kenniscentrum Sport & Bewegen. Hij loopt dus al een tijdje mee. De Graaf: ‘Ik ben meer een praktijkman dan iemand van de wetenschap. Maar onderzoek heeft me wel altijd geïnteresseerd. Je hebt het nodig om te weten wat wel en niet werkt. Zo vermijd je de reflex om gewoon maar wat te doen, zonder te weten of je ook echt iets verbetert.’
Bredere focus
De projecten van het onderzoeksprogramma Sport en Bewegen liepen door tot in 2024/2025. ‘Als commissie hebben we steeds gekeken of een project bijdraagt aan het doel: Nederlanders duurzaam in beweging krijgen. De focus van het programma is in de loop der jaren veranderd. De onderzoeksconsortia werden breder – met partijen uit de sportwereld, beleidsmakers én bedrijven – en er kwam meer ruimte voor datascience.’ De Graaf is trots op de thematische breedte van het uitgevoerde onderzoek: van de sociale impact van sport en bewegen in kwetsbare wijken tot rolstoelsport. En van weerbaarheid bij jongeren tot blessurepreventie.
Stevige kennisinfrastructuur
Maar even belangrijk vindt hij de stevige kennisinfrastructuur die is ontstaan. Daarop bouwt het vervolgprogramma MOOI in Beweging nu voort. Hij noemt het implementatienetwerk Sport en Bewegen dat professionals opleidt tot implementatiedeskundigen. En de 17 zogeheten VIMP-projecten die samen met Regieorgaan SIA en NWO zijn gehonoreerd om kansrijke interventies in de praktijk te helpen landen. Vernieuwend is verder het VMBO Sportlab, waarin hogescholen, beleidsinstituten, professionals, vmbo-scholen en een universiteit samenwerken. Het netwerk startte met een ‘sandpit’, waarin professionals en vmbo'ers zich een week lang samen afvroegen hoe je vmbo-jongeren blijvend aan het sporten krijgt. ‘Heel belangrijk is ook het Netwerk Living Labs Sport en Bewegen, dat inmiddels is uitgegroeid tot een eigen programma met maar liefst 33 lokale labs. Dan heb je het over een infrastructuur die kennis uit praktijkonderzoek laat doordringen tot in de haarvaten van de samenleving.’
Geef sport- en beweegonderzoek een plek in andere domeinen, van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting tot bijvoorbeeld armoedebeleid.
Andere domeinen
Zijn enthousiasme is groot, maar De Graaf ziet ook nog hiaten. ‘Ondanks mooie voorbeelden hebben we het bedrijfsleven onvoldoende bereikt. De maatschappelijke uitdaging van duurzame inzetbaarheid maakt fitte werknemers onmisbaar. Bedrijven investeren veel in vitaliteit, maar doen veel minder met onderzoek naar de beste interventies daarvoor.’ Een andere grote uitdaging is wat hij ‘sport in all policies’ noemt. ‘Geef sport- en beweegonderzoek een plek in andere domeinen, van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting tot bijvoorbeeld armoedebeleid. Binnen MOOI in Beweging, dat uitgaat van 6 complexe maatschappelijke uitdagingen, zie ik daarvoor overigens veel kansen.’
Resultaten verkopen
De Graaf hoopt dat MOOI in Beweging erin slaagt om de praktijk met onderzoek via de 3 m’s van marketing, media en munten nog dichter bij de markt te krijgen. Het is volgens hem zaak alles wat sport en bewegen bevordert letterlijk en figuurlijk beter te verkopen en zo de sociale norm positief te beïnvloeden. De ‘klant’ is volgens De Graaf zeker ook de overheid. Die zou onderzoek moeten zien als integraal onderdeel van het totale pakket om Nederland actiever te maken. ‘Net als de professionals wil je als overheid weten wat werkt. Je hoeft dan het wiel niet steeds opnieuw uit te vinden. En als je burgers betrekt bij het onderzoek, vergroot je vanaf het begin de kansen dat je echt wat bereikt. Zowel in de professionele praktijk als in het leven van burgers. Daar zit de grote waarde van sport- en beweegonderzoek.’
Jaap de Graaf is Eigenaar van Zanskar Training, Consultancy & Travel. Hij is voorzitter van de programmacommissie Sport en Bewegen, waaronder het programma MOOI in Beweging valt.