Beweegpatronen van 0-4 jarigen
Beweging zorgt voor een betere ontwikkeling van coördinatie en motoriek bij kinderen. Zo wordt een kind bijvoorbeeld handiger en leniger. Onderzoek naar de juiste beweeginterventies voor kinderen draagt bij aan gezonde start voor een heel leven aan fitheid.
In dit project, onder leiding van Mai Chin A Paw, is in kaart gebracht wat optimale beweegpatronen voor de groei en ontwikkeling van 0 tot 4-jarigen zijn. Ouders hielden in My little moves-app de activiteiten van hun kind bij.
‘Uit ons onderzoek blijkt dat met name de rol van ouders heel erg belangrijk is. Wanneer we de gegevens van de 'My Little Moves' app en de beweegmeters naast elkaar leggen dan zien we dat het meten van 24-uurs beweeggedrag redelijk goed lukt. Maar het meten van bepaalde intensiteit en activiteiten blijft eigenlijk nog lastig. In toekomstig onderzoek raden we aan om te kijken hoe we deze twee meetmethodes kunnen combineren om zo een completer beeld te kunnen geven over het 24-uurs beweeggedrag van jonge kinderen.’
Onderzoeker Teatske Altenburg borduurde voort op de resultaten van My Little Moves.
We krijgen steeds meer zicht op de beweegpatroon van de allerjongsten
‘Als beweegwetenschapper bestudeer ik het beweeggedrag van de jeugd. Bij de jongsten is dat extra interessant, omdat ze zich tussen 0 en 4 razendsnel ontwikkelen. Voor beweegstimulering moet je een compleet beeld van het beweeggedrag hebben, het liefst met 24-uursmetingen. Dan meet je bewegen, zitten én slapen. In My Little Moves stuitten we al snel op de vraag: wat is bewegen precies voor een baby en een peuter? Pas zodra een kind goed loopt, kun je ‘matig intensief bewegen’ meetbaar onderscheiden. Maar over de betekenis van trappelen en zwaaien met de armen door een baby weten we nog veel te weinig.
Beweegpatroon
In het project rapporteerden ouders via een gevalideerde app het beweeggedrag van hun kind. Dat bleek ze toch nogal wat tijd te kosten. Ouders missen bovendien ook veel, bijvoorbeeld als hun kind op de opvang is of bij opa en oma. Een tracker ondervangt dat probleem deels, maar die meet een wandeling in de buggy dan weer als ‘bewegen’. De combinatie van gerapporteerd beweeggedrag en metingen via trackers geeft het beste beeld van het 24-uurs-beweegpatroon. Het is sowieso een belangrijke projectopbrengst dat we de uitdagingen voor het meten nu goed in beeld hebben.
Input van ouders
Intussen kunnen we vaststellen dat 70% van de kleintjes aan het beweegadvies voldoet. En ook dat ze zo’n 6 uur per dag zitten. Of dat te veel is, kunnen we alleen nog niet zeggen. Als ze zitten puzzelen, tekenen of worden voorgelezen, is dat natuurlijk juist weer goed voor hun ontwikkeling. In het ASAS-project van MOOI in Beweging (zie kader, red.) meten we beweeggedrag nu met een minder belastende methode. En we onderzoeken belemmerende en bevorderende factoren in het ‘systeem’ om ieder kind heen: ouders, opvang, buurt, familie. Vervolgens ontwikkelen we beweeginterventies, met input van ouders. We blijven ons hoe dan ook inzetten voor de allerjongsten. Het onderzoek naar die groep staat echt nog in de kinderschoenen.’
Teatske Altenburg is universitair hoofddocent bij Child & Adolescent Public health Research & Innovation (CAPRI) van Amsterdam UMC. Zij was betrokken bij ZonMw-project ‘My Little Moves: Ideal 24-hour movement patterns in the early years’. Het Kenniscentrum Sport & Bewegen heeft er een factsheet over uitgebracht. Altenburg draagt ook bij aan het project Actief Systeem voor een Actieve Start (ASAS). Zie ook een eerdere column van Jessica Gubbels in SportKnowhowXL (9 juli 2024).
We blijven ons hoe dan ook inzetten voor de allerjongsten. Het onderzoek naar die groep staat echt nog in de kinderschoenen