De toegevoegde waarde van technologische toepassingen voor de Ketenaanpak Valpreventie
Er zijn steeds meer technologische toepassingen beschikbaar die kunnen bijdragen aan valpreventie. Maar welke voegen echt waarde toe? Die vraag stond centraal in het onderzoek van Vilans en VeiligheidNL. De resultaten laten zien dat technologie een waardevolle toevoeging is, mits deze goed aansluit bij de behoeften van ouderen en de zorgpraktijk.
Door de vergrijzing groeit het aantal ouderen in Nederland en blijft valpreventie een relevant onderwerp. Technologie wordt vaak benoemd als deel van de oplossing. Maar welke toepassingen zijn effectief in het voorkomen van vallen? En welke zijn van toegevoegde waarde naast bestaande aanpakken? Met die vragen gingen Vilans en VeiligheidNL aan de slag in hun onderzoek Technologie voor valpreventie bij ouderen. VeiligheidNL bracht kennis in over valpreventie en bewezen effectieve interventies en Vilans leverde expertise op het gebied van zorgtechnologie en waardebepaling. Samen onderzochten zij het technologieaanbod op de Nederlandse markt en inventariseerden de waarde van verschillende technologische innovaties in het kader van de Ketenaanpak Valpreventie. Onderzoeker digitale zorg en waardebepaling bij Vilans, Tom van Hoesel, en onderzoeker binnen team Valpreventie bij VeiligheidNL, Judith Kuiper, delen de inzichten uit het onderzoek.
Een verkenning van het technologieaanbod
In de eerste fase van het onderzoek brachten de onderzoekers het bestaande aanbod aan technologieën voor valpreventie in kaart. Daarbij keken zij naar verschillende toepassingen, variërend van sensortechnologie tot apps en digitale beweegprogramma’s. Gedurende het selectieproces bekeken zij onder andere of de technologieën relevant kunnen zijn binnen de Ketenaanpak Valpreventie, en beschikken over voldoende gebruikservaring of onderzoek.
Waar de studie zich in onderscheidt, is de gedetailleerde analyse van de toepassingen: er is gekeken naar kwaliteit, gebruiksgemak, betaalbaarheid, toegankelijkheid en duurzaamheid. Tom licht toe: ‘We analyseerden niet alleen wetenschappelijk publicaties, maar bekeken ook grijze literatuur en gingen in gesprek met gebruikers en zorgprofessionals.’ Het blijft echter lastig om harde uitspraken te doen over welke digitale toepassingen het meest waardevol zijn voor de praktijk. Niet voor elke toepassing is evenveel informatie beschikbaar over de praktijkervaring.
De meerwaarde hangt niet alleen af van technisch functioneren, maar ook van de manier waarop een technologie in de praktijk ingezet wordt.
Praktijkonderzoek bevordert de implementatie van bewezen toepassingen
Om bewezen kansrijke toepassingen breder in te zetten, is volgens Tom en Judith meer praktijkonderzoek nodig. Tom: ‘Ons onderzoek heeft het landschap van technologieën beter in kaart gebracht en geholpen om een eerste selectie te maken. Nu willen gemeenten, zorgorganisaties en welzijnsorganisaties vooral meer weten over effectiviteit en implementatie. Daarvoor is aanvullend onderzoek nodig.’
Voor succesvolle implementatie is samenwerking een belangrijke factor. Valpreventie is een gezamenlijke opgave voor gemeenten, zorgprofessionals, welzijnsorganisaties, zorgverzekeraars en technologieaanbieders. Wanneer deze partijen vanaf het begin samenwerken, ontstaat beter inzicht in de behoeften van ouderen en de randvoorwaarden voor succesvolle toepassing.
Ten slotte vraagt de versnippering van informatie om aandacht. ‘Er bestaan verschillende zorgsystemen, werkwijzen en aanbieders. Hierdoor blijft het voor gebruikers lastig om een keuze te maken voor een digitale toepassing’, legt Judith uit. Gezamenlijke richtlijnen en een gestandaardiseerde beoordeling van innovaties kunnen helpen om sneller en gemakkelijker te bepalen welke toepassingen waardevol zijn voor valpreventie.
Technologie kan de ketenaanpak valpreventie versterken
Uit bestaand onderzoek blijkt dat valpreventieve beweeginterventies de basis blijven voor een effectieve valpreventie aanpak. Technologie kan hierop een goede aanvulling zijn. Toepassingen kunnen ouderen begeleiden bij het uitvoeren van oefeningen in de thuisomgeving of ze helpen om gemotiveerd en in beweging te blijven. Tegelijk blijft een kritische blik belangrijk. De aansluiting op bewezen effectieve methoden is essentieel.
Daarnaast kan technologie niet los worden gezien van de dagelijkse praktijk. Tom: ‘De meerwaarde hangt niet alleen af van technisch functioneren, maar ook van de manier waarop een technologie in de praktijk ingezet wordt.’ Judith noemt als voorbeeld de Smart Floor, een sensormat die een valrisico-inschatting genereert op basis van looppatronen . De meerwaarde voor het opsporen van valrisico bleek moeilijk aan te tonen, maar de toepassing maakte ouderen wel nieuwsgierig. Zo werden ze toch gemotiveerd om hun valrisico te onderzoeken. ‘Een leuke technologie kan een laagdrempelige ingang zijn om ouderen te bereiken voor valpreventie, iets dat nog een uitdaging is binnen de Ketenaanpak’, zegt Judith.
Onderzoek als brug tussen innovatie en praktijk
De samenwerking tussen Vilans en VeiligheidNL laat zien hoe onderzoek en praktijk elkaar kunnen versterken. Door kennis over valpreventie te combineren met expertise op het gebied van zorgtechnologie zetten ze een eerste stap naar het in kaart brengen en beoordelen van digitale toepassingen voor valpreventie. Met subsidies zoals ‘Praktijkonderzoek naar opschaling van digitale toepassingen voor Valpreventie’ uit het programma Versnellingsimpuls voor Hybride en Digitale zorg stimuleert ZonMw volgens Judith en Tom deze beweging: ‘Er zijn veel organisaties die verder onderzoek willen doen naar de effectiviteit van digitale toepassingen in de praktijk. Met financiering van ZonMw kunnen deze organisaties de kennis over technologie voor valpreventie blijven uitbreiden.’