Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Blog 6: Twee Nederlandse consortia voor ME/CVS-onderzoek

De communicatie- en implementatiewerkgroep neemt je mee in de rol en werking van wetenschappelijk onderzoek bij ME/CVS
Laatst aangepast:

Wanneer je als patiënt met ME/CVS op zoek gaat naar informatie over deze ziekte, kom je vaak verwijzingen tegen naar wetenschappelijk onderzoek. In een eerdere blog legden we uit hoe wetenschappelijk onderzoek werkt. Misschien bleef je daarna met nieuwe vragen zitten. 

In deze blog gaan we een stap verder. We leggen uit wie onderzoek doet naar ME/CVS, waarom onderzoekers samenwerken en wat die samenwerking oplevert voor mensen met ME/CVS en hun naasten.

In Nederland bundelen onderzoekers hun kennis en middelen op het gebied van ME/CVS in twee grote samenwerkingsverbanden, ook wel consortia genoemd. Dat zijn het consortium MECFS Lines en het consortium Nederlandse ME/CVS Cohort en Biobank (NMCB). Samen onderzoeken zij het verloop van ME/CVS, van de eerste klachten tot en met de meest ernstige ziektefase. Hoewel beide consortia hetzelfde doel hebben, meer kennis over ME/CVS vergaren, doen zij dat ieder vanuit verschillende invalshoeken.

MECFS Lines: volgen hoe de ziekte ontstaat

MECFS Lines is het consortium van het UMC Groningen. Het bouwt voort op Lifelines, een groot bevolkingsonderzoek in Noord-Nederland. Zo'n onderzoek, waarbij een grote groep mensen gedurende langere tijd wordt gevolgd, noemen we een cohortonderzoek. Binnen Lifelines volgen onderzoekers al ruim 20 jaar meer dan 167.000 mensen.

Van deze deelnemers zijn op meerdere momenten gegevens verzameld met vragenlijsten, medische onderzoeken en het afnemen van biomaterialen, zoals bloed en urine. Met deze gegevens kunnen onderzoekers onder andere genetica (afwijkingen in het DNA), het afweersysteem (de manier waarop ons lichaam omgaat met bv. bacteriën en virussen), darmbacteriën en de stofwisseling bestuderen. Zo krijgen zij meer inzicht in verschillende ziekten en aandoeningen. ME/CVS is één van de ziekten die met behulp van de Lifelines gegevens wordt onderzocht. Onderzoekers hopen patronen te vinden die meer inzicht geven in het ontstaan en het verloop van de ziekte.

Voor dit onderzoek is aan deelnemers van Lifelines gevraagd de gevalideerde vragenlijst DePaul Symptom Questionnaire (DSQ-2) in te vullen. Een gevalideerde vragenlijst is een vragenlijst waarvan is aangetoond dat deze betrouwbaar onderscheid kan maken tussen verschillende groepen mensen. De DSQ-2 is een korte gezondheidsvragenlijst waarmee onderzoekers de ernst en frequentie van symptomen meten, waaronder post-exertionele malaise (PEM). Op basis van de antwoorden kunnen onderzoekers vaststellen aan welke internationale diagnosecriteria, zoals de CDC, CCC en ICC, deelnemers voldoen. Over deze diagnosecriteria schreven we eerder al in deze blog. Ongeveer 40.000 deelnemers van Lifelines hebben deze vragenlijst ingevuld. Daardoor kunnen onderzoekers bepalen aan welke diagnosecriteria deelnemers voldoen. Zo kunnen zij verschillende groepen met elkaar vergelijken en de resultaten van hun onderzoek zorgvuldig beschrijven.

Een bijzonder onderdeel van Lifelines is dat sommige deelnemers tijdens hun deelname aan het conhortonderzoek ME/CVS kregen. Van deze mensen zijn ook gegevens en biomaterialen beschikbaar van vóórdat zij ziek werden. Daardoor kunnen onderzoekers gegevens en biomaterialen van vóór en na het ontstaan van de ziekte met elkaar vergelijken. Dat maakt dit onderzoek uniek en belangrijk.

Het NMCB-consortium: onderzoek bij patiënten

Waar MECFS Lines gebruikmaakt van een bestaand bevolkingscohort, richt het NMCB-consortium zich op mensen bij wie de diagnose ME/CVS al is gesteld. Daarnaast besteedt het consortium bijzondere aandacht aan patiënten die zeer ernstig ziek zijn.

Het consortium bouwt een landelijke biobank (een verzameling van lichaamsmateriaal, zoals bloed, en bijbehorende gezondheidsgegevens voor wetenschappelijk onderzoek) en een cohort van patiënten met ME/CVS. Daarnaast worden, ter vergelijking, gegevens verzameld van mensen met post-COVID, en mensen met langdurige klachten na bijvoorbeeld Lyme, Q-koorts en sepsis. Om deel te nemen, moet de diagnose ME/CVS door een arts zijn gesteld. Bij de start van het onderzoek vullen deelnemers de DSQ-2 en aanvullende vragenlijsten in. Op basis daarvan bepalen onderzoekers of iemand kan deelnemen aan het onderzoek. Vervolgens controleren zij de diagnose bij de huisarts en beoordelen zij of de klachten voldoen aan de diagnosecriteria (CDC 1994, CCC, ICC of IOM). Daarnaast mogen deelnemers geen andere ernstige aandoeningen hebben en geen medicijnen gebruiken die het afweersysteem onderdrukken.

Als mensen kunnen en willen deelnemen wordt bloed afgenomen voor allerlei bepalingen. Daarnaast worden urine, feces en speeksel verzameld. Bovendien wordt er een aantal fysieke testen gedaan en vullen deelnemers thuis, online een aantal vragenlijsten in.

Het NMCB-consortium bevat deelprojecten waarbij gegevens en biomaterialen van mensen met ME/CVS worden verzameld. Zo worden er hersenscans verzameld van een grote groep patiënten en worden er binnen een deelproject biomaterialen van overleden patiënten opgeslagen. Hierdoor kunnen onderzoekers ME/CVS vanuit verschillende biologische perspectieven bestuderen. Naast mensen met ME/CVS neemt het NMCB-consortium ook klinische controlegroepen op in het onderzoek. Dit zijn mensen met multiple sclerose (MS), Q koorts, post COVID of de ziekte van Lyme.

Het NMCB-consortium betrekt ook ernstig zieke, vaak thuisgebonden patiënten bij het cohort. Omdat zij minder belastbaar zijn, is de onderzoeksaanpak aangepast aan wat voor hen haalbaar is. Onderzoeksverpleegkundigen komen bij de deelnemers thuis om bloed af te nemen en metingen uit te voeren. Daardoor kunnen onderzoekers ook deze groep onderzoeken, terwijl ernstig zieke patiënten vaak ontbreken in wetenschappelijk onderzoek. Dat levert belangrijke kennis op over de meest ernstige vormen van ME/CVS.

Samen sterker

De 2 consortia vullen elkaar aan doordat zij verschillende onderzoeksmethoden gebruiken. De onderzoekers aan het NMCB-consortium werken vooral vanuit een hypothese: een vooraf geformuleerd idee dat in het onderzoek wordt getoetst. MECFS Lines werkt meer verkennend. Onderzoekers verzamelen eerst een grote hoeveelheid gegevens en onderzoeken vervolgens welke patronen en verbanden daarin zichtbaar worden.

MECFS Lines kan zo nieuwe aanwijzingen geven over het ontstaan en verloop van ME/CVS. Het NMCB-consortium maakt het mogelijk om deze aanwijzingen gericht te toetsen en beter te begrijpen welke processen daarbij een rol spelen.

Juist doordat deze benaderingen elkaar aanvullen, ontstaat een completer beeld. Dat biedt ruimte voor nieuwe inzichten én de mogelijkheid om die inzichten zorgvuldig te toetsen en verder uit te werken.

Wat betekent dit voor jou als patiënt?

Doordat beide consortia kennis delen en samenwerken met onderzoekers in binnen- en buitenland, groeit de kennis over ME/CVS sneller. Ook kunnen onderzoeksresultaten beter met elkaar worden vergeleken en onderbouwd.

Voor patiënten betekent dit dat onderzoekers steeds beter begrijpen hoe de ziekte ontstaat en verloopt. Dat is een belangrijke stap richting betere diagnostiek en mogelijk ook betere behandelingen in de toekomst.

Dit blog is een onderdeel van een blogreeks. Hierin nemen wij, de communicatie en implementatiewerkgroep van het ZonMw-onderzoeksprogramma ME/CVS, je stap voor stap mee in de wereld van wetenschap. De reeks is bedoeld voor mensen met ME/CVS, hun naasten en iedereen met interesse in ME/CVS. We leggen uit wat wetenschappelijk onderzoek is, hoe het werkt en welke rol het speelt bij het begrijpen van deze ziekte. Eerdere blogs uit deze reeks vind je hier.

Deze blog is geschreven door Inge van Putten en Sebastiaan Stam en is tot stand gekomen door een samenwerking tussen de volgende partijen vanuit het onderzoeksprogramma ME/CVS:

  • ME/cvs Vereniging
  • MECVS Nederland
  • MECFS Lines consortium
  • NMCB-consortium
  • ZonMw
Afbeelding
Logo's ME/CVS klein formaat