Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Op zoek naar de beste voorspellers van bescherming

Interview
Laatst aangepast:

Na vaccinatie bouwt de 1 een sterke afweer op, terwijl een ander kwetsbaar blijft. Maar hoe kun je dat meten zonder af te wachten wie ziek wordt? Klinisch viroloog associate professor dr. Jutte de Vries (LUMC) en immunoloog prof. dr. Debbie van Baarle (UMCG) zochten binnen 2 ZonMw-projecten naar zogeheten correlaten voor bescherming.

Om te beginnen: wat zijn correlaten voor bescherming?

Van Baarle: Dat zijn meetbare kenmerken van het afweersysteem die iets zeggen over hoe goed iemand beschermd is tegen een infectie. Vaak kijken we naar antistoffen, maar ook B-cellen en T-cellen spelen een belangrijke rol. Als we weten welke afweerreacties echt voorspellend zijn, kun je eerder identificeren wie onvoldoende beschermd is en dus risico heeft om ziek te worden.

Jullie onderzochten allebei correlaten voor bescherming, maar vanuit een andere invalshoek. Hoe zat dat?

De Vries: Wij wilden weten waarom sommige mensen ondanks vaccinatie toch een zogenoemde “doorbraakinfectie” kregen. We onderzochten welke immunologische én virologische factoren daarmee samenhingen. Daarbij volgden we mensen die gevaccineerd waren en keken we welke afweerreacties bescherming leken te geven tegen een infectie. 

Van Baarle: Wij begonnen juist bij het afweersysteem zelf. We onderzochten heel gedetailleerd hoe B-cellen en T-cellen zich ontwikkelen na vaccinatie, samen met onderzoekers van Erasmus MC en Sanquin. Ons doel was om al vroeg biomarkers te vinden die voorspellen of iemand later een goede afweerreactie zal opbouwen. Als je zo’n snelle test hebt, kun je veel eerder zien welke groepen goed beschermd zijn en welke misschien een extra vaccinatie of een andere vaccinatiestrategie nodig hebben. Zo'n aanpak kan ook bij toekomstige pandemieën of andere vaccinaties van waarde zijn.

Afbeelding
Als je zo’n snelle test hebt, kun je veel eerder zien welke groepen goed beschermd zijn en welke misschien een extra vaccinatie of een andere vaccinatiestrategie nodig hebben.
Prof. dr. Debbie van Baarle
Immunoloog/UMCG

Wat bleek uiteindelijk de beste voorspeller van bescherming?

De Vries: In onze studie waren dat een hoge hoeveelheid virusneutraliserende antistoffen én een recente vaccinatie. Mensen die kort daarvoor waren gevaccineerd, hadden minder kans op een doorbraakinfectie. Dat had ook te maken met de periode waarin we het onderzoek deden: er circuleerden voortdurend nieuwe virusvarianten, waardoor bescherming door een vaccinatie sneller afnam.

Van Baarle: Wij vonden vooralsnog geen eenvoudige T-celmarker die voorspelde wie géén doorbraakinfectie zou krijgen – verdiepende analyses zijn nog gaande. Maar we vonden wél vroege kenmerken van B-cellen die voorspelden hoe sterk iemand later antistoffen zou aanmaken. Dat kan in de toekomst helpen om sneller in te schatten wie extra vaccinaties nodig heeft. Dat hoeft niet voor individuele patiënten te zijn, maar kan juist helpen om vaccinatiestrategieën voor bepaalde risicogroepen beter af te stemmen.

Afbeelding
Mensen die kort daarvoor waren gevaccineerd, hadden minder kans op een doorbraakinfectie.
Dr. Jutte de Vries
Klinisch viroloog associate professor/LUMC

Was het eigenlijk lastig om dit onderzoek uit te voeren?

De Vries: We zaten in misschien wel de meest uitdagende periode om zo'n onderzoek uit te voeren. Tijdens onze studie volgden de virusvarianten elkaar razendsnel op. Tegen de tijd dat nieuwe immunologische laboratoriumtesten beschikbaar waren voor een bepaalde variant, was de volgende variant soms alweer dominant. Dat maakte het veel complexer om verbanden te ontrafelen.

Hebben jullie resultaten directe invloed gehad op de praktijk?

De Vries: Onze resultaten onderstrepen vooral hoe belangrijk het is om vaccins te blijven aanpassen aan nieuwe virusvarianten. In een periode waarin het virus snel verandert, wordt een recente vaccinatie extra belangrijk.

Van Baarle: Onze biomarkers zijn nog niet klaar voor gebruik in de spreekkamer. Daarvoor zijn de analyses nu nog te ingewikkeld. Maar ze vormen wel een belangrijke stap richting eenvoudigere testen waarmee je sneller kunt beoordelen hoe goed specifieke groepen mensen beschermd zijn.

Welke lessen nemen jullie mee voor een volgende pandemie?

De Vries: Het samenbrengen van onderzoekers met verschillende expertise heeft enorm geholpen. Daardoor konden we veel grotere stappen zetten dan wanneer iedereen afzonderlijk had gewerkt.

Van Baarle: Tegelijkertijd merkten we hoe veel tijd verloren ging aan contracten en afspraken over het delen van data en monsters. Juist in een pandemie wil je dat zulke zaken al vooraf geregeld zijn. Daarom is voorbereiding zo belangrijk. Als de infrastructuur er al ligt, kun je bij een volgende uitbraak meteen beginnen met onderzoek in plaats van eerst maanden bezig te zijn met de organisatie.

Is er ook nog nieuw onderzoek voortgevloeid uit jullie ZonMw-werk aan pandemische paraatheid?

De Vries: Wij werken bijvoorbeeld aan metagenomische detectie: een techniek waarmee je in 1 analyse allerlei verschillende virussen kunt opsporen in een monster, ook als je nog niet precies weet waarnaar je zoekt. Je kunt daarbij zelfs geheel nieuwe virussen aantonen.

We hebben die techniek onlangs met steun van ZonMw ingezet als pilot naast de bestaande landelijke surveillance op luchtwegvirussen. Dat kwam goed van pas toen er berichten uit China verschenen over een mogelijk ziekmakender variant van het humaan metapneumovirus. Met onze analyse konden we snel vaststellen dat in Nederland varianten rondgingen die sterk verwant waren aan die in het jaar ervoor. Er was dus geen aanwijzing dat hier een nieuwe, mogelijk zorgwekkende variant was opgedoken.

Dat soort snelle informatie is heel waardevol. Je kunt niet alleen nieuwe virussen of varianten eerder signaleren, maar ook onrust wegnemen als daar geen aanleiding voor is. Ook dat maakt ons beter voorbereid op een volgende pandemie.

Colofon
Auteur:
Diana de Veld
Fotografie:
Jutte de Vries, Marieke Kijk in de Vegte
Redacteur:
ZonMw