Eerste hulp bij implementeren: hoe doorbreek je aarzeling bij zorgtechnologie?
Nieuwe kennis of een interventie ontwikkelen is 1 ding. Maar er écht gebruik van maken in de praktijk is lastiger dan het lijkt. In deze rubriek geven implementatiespecialisten van ZonMw advies aan de hand van echte casussen. In deze editie: hoe neem je aarzeling over het gebruik van zorgtechnologie weg bij zorgprofessionals?
Loes Gennissen is adviseur en projectleider zorgtechnologie bij Koninklijke Visio, een expertisecentrum voor mensen met een visuele beperking. Visio heeft meerdere woon- en dagbestedingslocaties door het hele land. Gennissen richt zich met name op technologie voor deze locaties, waar vooral mensen met een visuele én verstandelijke beperking worden geholpen.
De casus
‘Bij Visio is de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in zorgtechnologie,’ vertelt Gennissen. ‘Denk bijvoorbeeld aan producten voor ontspanning, zoals de sensorische kussens INMU en Somnox of Crdl, een product dat communicatie en verbinding stimuleert door geluid en aanraking. Ook gebruiken we producten voor stimulering, zoals de beweegstok Moofie en de Cosmo, een multisensorisch leersysteem. Verder werken we samen met hogescholen om te onderzoeken hoe zorgtechnologie en sociale robots onze cliënten kunnen ondersteunen en eigen regie kunnen stimuleren. Daarnaast blijft ons team up-to-date met nieuwe apps die nuttig kunnen zijn voor onze doelgroep.’
Cliënten zijn enthousiast over de mogelijkheden die technologie biedt, merkt Gennissen. ‘Soms komen cliënten naar mij toe, omdat ze weten dat ik me met zorgtechnologie bezig houdt. Maar ook bij mensen die zich niet zo goed kunnen uiten – zoals bij mensen met een (zeer) ernstig meervoudige beperking – zien we dat technologie rust kan bieden en ongemak kan verminderen.’
Collega's worden enthousiaster over zorgtechnologie als ze zien dat het een cliënt écht kan helpen.
Toch is er terughoudendheid bij collega’s om zorgtechnologie structureel in te zetten. ‘Op elke locatie zijn er enthousiastelingen en kartrekkers die proberen hun collega's mee te nemen in de mogelijkheden en het gebruik van zorgtechnologie. Maar niet elke collega staat te popelen om ermee aan de slag te gaan.’
Dat heeft verschillende oorzaken, vertelt Gennissen. ‘Sommige collega’s denken dat het moeilijk is om met zorgtechnologie te leren werken. Dat beeld is lastig te veranderen. Er wordt bij zorgtechnologie vaak gedacht aan complexe technologie zoals een pratende sociale robot, terwijl het ook een simpel trilkussen met muziek kan zijn die een cliënt kan helpen bij onrustige momenten.’ Verder ontbreekt het collega’s soms aan tijd om zich in de voordelen van technologie te verdiepen. ‘Het is toch een onderwerp wat ondergesneeuwd raakt als er nog vele andere taken op de lijst staan.’
Om het onderwerp op de kaart te houden heeft iedere locatie een aandachtsfunctionaris voor zorgtechnologie, die kan helpen bij vragen over producten of defecten. Gennissen merkt dat het soms ook gewoon een kwestie van uitproberen is. ‘De collega's die vaker zorgtechnologie inzetten, merken dat het inzetten van technologie helemaal niet zo moeilijk is als ze dachten. Ook worden ze enthousiaster als ze zien dat het een cliënt écht kan helpen.’ Maar voor structurele inzet is meer nodig. ‘Uiteindelijk is de methodische inzet van zorgtechnologie een inspanning van verschillende disciplines en is samenwerking belangrijk om een positieve impact te maken op het leven van de cliënten.’
Het advies
Josien de Boer is implementatiespecialist bij ZonMw en reageert op de casus van Gennissen. ‘Wat herkenbaar dat sommige zorgverleners aarzelen om zorgtechnologie in te zetten! Zoals je beschrijft kan dat in verschillende dingen zitten. Sommigen hebben geen zin – of tijd – om zich erin te verdiepen, anderen vind het ingewikkeld of zijn bang dat technologie hun taken overneemt of het werk minder leuk (of nodig) maakt.
Je neemt al goede initiatieven, zoals het inzetten van zorgprofessionals als ambassadeurs en het aanstellen van een aandachtsfunctionaris op elke locatie. Ga daar vooral mee door! Daarnaast kan je nog andere initiatieven kunnen nemen om het adoptatieproces te versnellen. Om te bepalen op welk gebied dingen moeten veranderen kan het helpen om het verandermodel van Knoster toe te passen op jouw situatie. Het model is een raamwerk dat helpt om complexe veranderprocessen te begrijpen en begeleiden. Volgens Knoster zijn er 5 elementen die nodig zijn voor een geslaagde verandering. Als 1 van deze elementen ontbreekt ontstaat er vaak “gedoe”. De 5 elementen zijn:
- Visie. Een gedeelde visie geeft richting en voorkomt verwarring. Zonder visie ontstaat verwarring over waarom een verandering nodig is.
- Urgentie. Medewerkers moeten gemotiveerd zijn om mee te werken aan de verandering. Bij een gebrek aan motivatie ontstaat weerstand.
- Plan. Een helder en uitvoerbaar plan zorgt voor structuur. Zonder plan ontstaat chaos.
- Middelen. De juiste middelen, zoals tijd, geld en hulpmiddelen, zijn essentieel. Een gebrek aan middelen veroorzaakt frustratie.
- Competenties. Medewerkers moeten over de juiste kennis en vaardigheden beschikken. Gebrek hieraan kan leiden tot angst of onzekerheid.
Tekst gaat verder onder de afbeelding.
In jouw casus lijkt het bij collega’s vooral te ontbreken aan motivatie, en misschien ook aan kennis. Er zijn meerdere manieren om hiermee om te gaan:
- Maak de weerstand eens bespreekbaar: wat maakt dat mensen aarzelen? Op basis van dat gesprek kan je bepalen wat nodig is en aansluiten op de behoeften van aarzelende collega’s. Wat ze nodig hebben kan van alles zijn: een helpdesk die ze helpt om technische problemen op te lossen, maar ook een korte training of instructie over hoe de meest gebruikte technologieën werken.
- Als tijdgebrek een probleem is, is het goed om daarover in gesprek te gaan met het management. Wat kunnen zij doen om meer tijd te creëren?
- Zet strategieën in om de motivatie onder collega’s te vergroten. Een gesprek met collega’s die eerst sceptisch waren, maar er nu anders instaan, kan helpen. Of laat zorgverleners vertellen welke positieve ervaringen zij met zorgtechnologie hebben of wat hen over de streep trok. Cliënten zijn ook een krachtige motivator. Maak zichtbaar wat cliënten eraan hebben en laat ze dat waar dat kan ook zelf vertellen.
Wat je ook doet, zorg ervoor dat het dingen zijn die zichtbaar, makkelijk en speels zijn. Gebruik originele vormen, zoals een markt waarop cliënten demonstraties geven van de technologie die zij gebruiken, en waarop cliënten, ouders en begeleiders vertellen welke voordelen technologie voor hen brengt. Zorgverleners, managers en andere cliënten kunnen daar rondlopen, kijken, vragen stellen en technologie zelf uitproberen.
Wil je nog meer tips? Bekijk dan de implementatietool van TNO Health Academy eens, of dit document met implementatiestrategieën van ZonMw. Hierin worden per type strategie (bijvoorbeeld: informeren of motiveren) voorbeelden van activiteiten gedeeld. Ook Zorg voor Innoveren heeft veel informatie over implementatiestrategieën, en Zorg voor Nu heeft een handig stappenplan voor het implementeren van zorgtechnologie met tips en meer informatie. Succes!’
Impact in de zorg voor mensen met een zintuiglijke beperking
Hoe implementeer je onderzoeksresultaten in de zintuiglijk gehandicaptenzorg? En wat zijn belemmerende en bevorderende factoren bij implementatie? Deze en andere vragen kwamen aan bod tijdens een impactbijeenkomst die werd georganiseerd voor onderzoekers en projectleiders uit het ZonMw-programma Expertisefunctie Zintuiglijk Gehandicapten. Deze casus was 1 van de casussen die werd ingestuurd.
In het programma Expertisefunctie Zintuiglijk Gehandicapten werken instellingen voor mensen met een visuele, auditieve of communicatieve beperking samen aan kennisontwikkeling en -verspreiding om de zorg en ondersteuning voor mensen met een zintuiglijke beperking te verbeteren. Koninklijke Visio is onderdeel van Kennis over Zien, 1 van de samenwerkingsverbanden binnen het programma.
Heb jij ook een casus die je voor wil leggen aan een implementatiespecialist? Stuur dan een e-mail naar levenmeteenbeperking@zonmw.nl