Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Veelgestelde vragen subsidieoproep 'Samen sterk in de Wlz'

Een subsidieaanvraag goed indienen kan veel vragen opleveren. Hieronder vindt u veelgestelde vragen en antwoorden. We actualiseren deze pagina regelmatig.

De deadline voor het indienen van uw projectidee voor de subsidieoproep 'Samen sterk in de Wlz' is dinsdag 31 maart, 14.00 uur. Deze subsidieoproep is onderdeel van het ZonMw-Kennisprogramma Langdurige Zorg en Ondersteuning 2023-2027 (LZOII)

Deze FAQ bevat algemene kaders en een richtinggevende uitleg. De inhoud is niet bindend en dient niet als definitieve beoordeling. Afwijkende feiten of omstandigheden kunnen in individuele dossiers tot een andere uitkomst leiden.

Algemeen

  • Als u inlogt in MijnZonMw, klikt u op het rechtsgebouw-icoontje linksboven. Hier kunt u de subsidieoproep opzoeken op naam, en vindt u het aanmeldformulier.

    Het aanmeldformulier bevat alle vragen en onderdelen die beantwoord moeten worden voor de uitgewerkte aanvraag. U kunt formulier omzetten naar een Word document om er offline in te werken, of rechtstreeks in de online omgeving werken.

  • Nee, mbo-instellingen worden niet als onderzoeksorganisatie aangemerkt. UMC’s en universiteiten worden wel als onderzoeksorganisatie gezien. Dit is gebaseerd op de definitie van onderzoeksorganisatie volgens het Europese staatssteunrecht.

  • Het referentienummer komt overeen met het dossiernummer in MijnZonMw.

  • Nee, dat is niet mogelijk. Er kan alleen een uitgewerkte aanvraag worden ingediend, wanneer er in de projectidee fase ook een projectidee is ingediend. 

Indienen subsidieaanvraag

  • Nee, er wordt 1 aanvraag per project ingediend. De samenwerkende partners dienen 1 gezamenlijke aanvraag in. De hoofdaanvrager dient de aanvraag in.

  • De beoordelingscriteria voor deze subsidie vindt u in de officiële subsidieoproep. Wij adviseren u om de subsidieoproep zorgvuldig en volledig door te lezen voordat u uw aanvraag indient. Hierin staat duidelijk beschreven op welke criteria uw aanvraag wordt beoordeeld en welke onderdelen verplicht zijn.

    Gebruik de subsidieoproep actief als leidraad bij het opstellen van uw aanvraag. Controleer of u op alle genoemde criteria ingaat en of u de gevraagde informatie volledig en concreet onderbouwt. 

  • Hogescholen kunnen als hoofdaanvrager optreden.

Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) staatsteun

  • Organisaties kunnen zowel economische als niet-economische activiteiten uitvoeren. De kwalificatie hangt daarom af van de aard van de activiteit binnen het project. Op de pagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden staan de definities van de 2 typen partijen waar organisaties onder vallen in relatie tot staatssteun: onderzoeksorganisaties en ondernemingen.

  • In het Europese staatssteunrecht wordt onderscheid gemaakt tussen ondernemingen en onderzoeksorganisaties.

    Onderneming
    Een onderneming is iedere entiteit die een economische activiteit verricht, ongeacht rechtsvorm, winstoogmerk of financiering.

    Onderzoeksorganisatie
    Een onderzoeksorganisatie is een instelling waarvan de kernactiviteiten bestaan uit niet-economische taken, zoals onafhankelijk onderzoek, onderwijs en het verspreiden van kennis (zie 1.3 Definities en randnummer 19 Kaderregeling O&O&I).

  • Alleen partijen die mogelijk staatssteun ontvangen moeten een staatssteunverklaring indienen. Dit betreft ondernemingen die (een deel van) de subsidie ontvangen en daarmee begunstigden kunnen zijn.

    Onderzoeksorganisaties hoeven geen staatssteunverklaringen in te vullen wanneer zij binnen het project uitsluitend niet-economische activiteiten uitvoeren. 

    Voeren zij (deels) economische activiteiten uit, dan worden voor dat deel als onderneming beschouwd en moeten zij wel een staatssteunverklaring indienen.

    Cofinanciering wordt alleen gevraagd van ondernemingen die directe ontvangers van de subsidie zijn: dit zijn alleen de (mede)aanvragers. Partijen die enkel producten of diensten leveren op basis van een aanbesteding (inkoop/opdracht), hoeven dus geen cofinanciering te leveren en staatssteunverklaringen in te vullen.

    Voor hogescholen geldt het volgende: wanneer zij activiteiten uitvoeren binnen hun wettelijke taak (niet-economische activiteiten), hoeven zij geen staatssteunverklaring in te vullen. Ontvangen zij echter subsidie voor economische activiteiten, dan worden zij in dit kader als onderneming beschouwd en moeten zij wél een staatssteunverklaring indienen.

  • Dit hangt af van de activiteiten en de rol die deze partij in het consortium gaat uitvoeren. Let goed op dat dit dus ook invloed heeft op de cofinanciering; onderzoeksorganisaties hoeven deze niet te leveren, maar ondernemingen wel. 

    Het komt voor dat onderwijsinstellingen zowel economische als niet-economische activiteiten uitvoeren. Zij kunnen dan alsnog kwalificeren als onderzoeksorganisatie, mits zij kunnen aantonen te voldoen aan de beschrijving van een onderzoeksorganisatie volgens het Europese staatssteunrecht; er hoeft dan geen cofinanciering door hen geleverd te worden.

    Voorwaarde hierbij is dat zij een gescheiden boekhouding bijhouden voor de economische en niet-economische activiteiten. Als u hier meer over wilt weten, kunt u navragen bij ofwel de financiële, ofwel de juridische afdeling van uw organisatie.

    Samenstelling consortium
    In de subsidieoproep is bepaald dat een consortium tenminste uit een onderzoeksorganisatie en een organisatie die zorg en/of ondersteuning biedt vanuit de Wet langdurige zorg moet bestaat. Wanneer een partij kwalificeert als zowel een onderzoeksorganisatie als een onderwijsinstelling en/of praktijkorganisatie, dient zij hierin wel een keuze te maken vanuit welke rol zij deelneemt aan het consortium. In principe mag deze organisatie dan zowel vanuit de onderzoeks- als onderwijsrol activiteiten uitvoeren, maar dan zou er dus nog wel een extra onderzoeksorganisatie of onderwijsinstelling in het consortium moeten zitten.

  • Cofinanciering (onder de AGVV) kan bestaan uit:

    • In cash: een financiële bijdrage uit eigen middelen aan het project
    • In kind: In breng van middelen of diensten zoals bijvoorbeeld personele inzet en/of materiële bijdragen aan het project. Hierbij kunt u ook denken aan het beschikbaar stellen van ruimtes.
  • Nee, cofinanciering is niet in alle gevallen verplicht. Of cofinanciering vereist is, hangt af van de aard van de activiteiten en het toepasselijke (staatssteun)kader. 

    Voorbeeldsituatie
    Samenwerking tussen 3 partijen:

    • Partij A – Onderzoeksorganisatie
      Voert niet-economische onderzoeksactiviteiten uit en ontvangt 100% subsidie.
      → Geen cofinanciering vereist.
    • Partij B – Zorginstelling (onderneming)
      Vraagt €20.000 subsidie aan en valt binnen de de-minimisruimte (minder dan €300.000 ontvangen in de afgelopen 3 belastingjaren).
      → Ontvangt €20.000 subsidie.
      → Geen cofinanciering vereist.
    • Partij C – Kleine onderneming
      Vraagt €40.000 subsidie aan maar heeft geen de-minimisruimte meer.
      → Subsidie wordt verleend onder de AGVV.
      → Stel dat de maximale steunintensiteit 80% bedraagt, dan ontvangt deze partij €32.000 subsidie.
      → De onderneming moet dan zelf €8.000 (20%) cofinancieren.

    Deze €8.000 moet door partij C zelf worden ingebracht.

  • Nee, Nederlandse onderzoeksorganisaties in de zin van het EU-staatssteunrecht kunnen voor hun niet-economische onderzoeksactiviteiten in aanmerking komen voor vergoeding van 100% van de subsidiabele kosten. In dat geval is geen cofinanciering vereist.

  • Hogescholen hoeven géén cofinanciering te leveren wanneer zij activiteiten uitvoeren binnen hun wettelijke taak (dat wil zeggen niet-economische activiteiten). Indien een hogeschool economische activiteiten verricht, wordt de aanvraag beoordeeld volgens de staatssteunkaders die voor ondernemingen gelden. In dat geval kan cofinanciering wel verplicht zijn.

  • Dit hangt af van het toepasselijke staatssteunkader.

    1. Subsidie onder de de-minimisverordening
    Wanneer subsidie wordt verleend onder de de-minimisverordening (maximaal € 300.000,- over 3 belastingjaren), is geen verplichte cofinanciering vereist, mits de onderneming voldoende de-minimisruimte heeft.

    2. Subsidie onder de Algemene Groepsvrijstellingsverordening 
    Indien de de-minimisverordening niet kan worden toegepast, wordt subsidie verleend onder de AGVV. In dat geval geldt doorgaans een maximaal steunpercentage en is cofinanciering vaak verplicht.

  • Een subsidie van 80% van de subsidiabele kosten is mogelijk wanneer:

    1. De subsidie wordt verleend onder de AGVV;
    2. De onderneming kwalificeert voor een steunintensiteit tot 80% (zie tabel), 
      afhankelijk van:
    • De grootte van de onderneming (klein/middelgroot/groot);
    • Ruime verspreiding van projectresultaten

    Onder ruime verspreiding wordt verstaan:

    • Open, vrije en niet-discriminerende toegang tot de onderzoeksresultaten;
    • Brede beschikbaarheid voor de samenleving

    In dat geval moet de resterende 20% cofinanciering door de onderneming worden ingebracht.

    Om te zien hoe groot uw onderneming is, moet u maximaal 14 dagen voor indienen het EU SME Self Assessment Wizard invullen en bij ZonMw aanleveren bij indiening van de subsidieaanvraag. 

    Kleine ondernemingMiddelgrote ondernemingGrote onderneming
    Basis50%50%50%
    Opslag vanwege grootte onderneming20%10%0%
    Opslag vanwege ruime verspreiding projectresultaten10%15%15%
    TOTAAL 80%75%65%
  • Voor deze oproep wordt voor de uitgewerkte aanvraag een speciaal daarvoor ontwikkeld AGVV-begrotingsformat gehanteerd. Dit format vindt u hier.  Let op: de standaard begrotingsformats die te downloaden zijn op de ZonMw-webpagina Wat dien ik in? | ZonMw zijn niet van toepassing.

    Om ervoor te zorgen dat uw begroting bij indienen goed leesbaar is, kunt u deze in Excel als PDF opslaan. Verwijder eerst ongebruikte tabs (zoals toelichting of lege tabs), ga vervolgens naar Bestand > Afdrukken, kies hele werkmap afdrukken, selecteer blad passend maken op één pagina, en kies bij printer voor Microsoft Print to PDF. Klik op afdrukken om het document als PDF op te slaan.

De-minimis staatsteun

  • De de-minimisverordening heeft alleen betrekking op subsidies waarbij ook de de-minimisverordening van toepassing was. Op grond van de de-minimisverordening kan een onderneming van verschillende overheidsinstellingen – niet alleen ZonMw – maximaal € 300.000,- aan subsidie ontvangen over een periode van 3 jaar zonder dat dit ongeoorloofde staatssteun oplevert. Bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag dient u een Verklaring de-minimissteun in waarin u alle de-minimissteun opgeeft die u over de 3 voorgaande belastingjaren en in het lopende belastingjaar heeft ontvangen.

  • Sinds 1 januari 2026 moeten alle overheidsinstanties de verleende de-minimissteun registreren. Dit betekent dat:

    • elke onderneming zichtbaar wordt in het Europese register,
    • cumulatie van de-minimissteun eenvoudiger kan worden gecontroleerd,
    • en onrechtmatige overschrijding van het plafond sneller wordt gesignaleerd.

Contact

  • Heeft u inhoudelijke vragen over uw aanvraag? 

    Voor vragen over de ouderensector en de langdurige GGZ kunt u terecht bij het programmateam Langdurige Zorg en Ondersteuning via LZO@zonmw.nl of via 070 – 349 54 72.

    Heeft u technische vragen over MijnZonMw? 
    Neem voor technische vragen over het gebruik van het online indiensysteem van ZonMw contact op met de servicedesk. Zij zijn bereikbaar op maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur, via 070 349 51 76 of servicedesk@zonmw.nl. Vermeld in uw e-mail uw telefoonnummer, zodat wij indien nodig contact met u kunnen opnemen.

Webinar over deze subsidieoproep

Bekijk hier het webinar van 4 maart terug. In dit webinar lichten we de subsidieoproep toe en gaan we in op de 3 verschillende sectoren binnen de langdurige zorg: de langdurige ouderenzorg, de gehandicaptenzorg en de langdurige GGZ.