In het spel van kinderen meegaan, niet als juf maar als speelmaatje
‘Met dit professionaliseringstraject bieden wij een praktische werkwijze over hoe je in het spel van de kinderen mee kan gaan,' vertelt projectleider Marjolein Dobber. Ze onderzocht met financiering van ZonMw de effecten van twee vormen van professionalisering gericht op het voeren van dialogische gesprekken met 2- tot 4-jarigen.
‘Medewerkers in de kinderopvang hebben veelal het idee dat als kinderen spelen, je je daar niet mee moet bemoeien’, aldus projectleider Marjolein Dobber. ‘En als er wel interactie plaatsvindt, is dat meestal gericht op leren. Het benoemen van kleuren of hoe iets heet, bijvoorbeeld. Maar uit eerder onderzoek blijkt juist dat meespelen en in gesprek gaan tijdens het spel, waarbij je open vragen stelt en kinderen veel ruimte geeft om zelf ideeën te verwoorden, een grote bijdrage levert aan taal- en spelontwikkeling.’
Twee vormen van professionalisering
In dit onderzoek werden twee vormen van professionalisering van pedagogisch medewerkers (pm’ers), gericht op het voeren van dialogische gesprekken in spel met 2- tot 4-jarigen, vergeleken: een trainingsvariant en een netwerkvariant.
Trainingsvariant: De training, bestaande uit 5 sessies, werd gegeven door een of twee trainers van de Activiteit, landelijk centrum voor ontwikkelingsgericht onderwijs. Elke sessie had een thema, zoals huishoudelijke handelingen of rollenspel. De pm’ers leerden om spel passend bij het thema te ontwerpen. In tussentijdse coachingsessies bezocht de trainer de groep.
Netwerkvariant: In een professionele leergemeenschap, ook bestaande uit 5 sessies, formuleerden pm’ers hun eigen onderzoeksvragen. De trainers waren aanwezig maar hadden hier een andere rol: het proces begeleiden, zoeken waar de interesses lagen en het leerproces stimuleren. In tussentijdse coachingsessies bezochten pm’ers elkaar op de groep van de kinderopvang.
‘Bij beide vormen werd gebruik gemaakt van een “kijkwijzer”’, legt Eline uit. ‘Een lijst met vaardigheden om spel en taal te stimuleren. In de training werkten de deelnemers met een kijkwijzer die al ontwikkeld was door de onderzoekers en de trainers. In het netwerk ontwikkelden de deelnemers deze kijkwijzer gezamenlijk.’
Verschil tussen training en leren in een netwerk
Aan de hand van transcripten keken de onderzoekers naar de inhoud van de sessies. ‘Een hele klus’, aldus promovendus Eline van Rossum die het onderzoek uitvoerde. ‘Alles werd gefilmd en uitgeschreven, we zijn nog niet helemaal klaar met alle analyses. Maar wat we nu al zien is dat in de trainingsvariant vanaf het begin aandacht was voor de inhoud. De netwerkmethode was voor de pm’ers nieuw en dus even wennen. Daar kwam hun ontwikkeling pas echt op gang naarmate ze aan meer sessies deelnamen. Toen waren de deelnemers lekker op dreef met het uitwisselen van ervaringen, bekijken van filmpjes waarin good practices te zien waren, de kijkwijzer aanscherpen en het delen van artikelen met elkaar.’
‘Toch hadden we verwacht meer verschillen te zien’, merkt Marjolein op. ‘In het netwerk duurde het langer om op de inhoud in te gaan, maar stonden wel eigen onderzoeksvragen centraal. Samen zochten ze naar oplossingen die ze vervolgens in de praktijk gingen uitproberen.’
Ervaring uit de praktijk
Pm’er Suzanne Scholten ging door de sessies beter kijken naar haar rol tijdens spel. ‘Ik ben nu meer alert op hoe ik in kan spelen op situaties en de behoeften van de kinderen. Tijdens de sessies was ik bezig met een kindje dat niet zo veel praatte. Ik ging het gauw voor hem invullen en ging zelf ook mee met de snelheid van de groep. Maar bij dit kind moest ik iets meer tijd nemen, afstand nemen en het spel net wat anders indelen: toen kwam er meer taal en spel.’
Suzanne voegt toe: ‘Wat ik heb gemerkt is dat ik als pm’er gericht ben op de kinderen, en dat de kinderen weer gericht zijn op mij. Als ik doe wat ik leuk vind en enthousiast ben, nemen de kinderen dat over. Rust en regelmaat is ook belangrijk. Rust vinden in de groep, even een stapje terug nemen.’
Rollenspel versus spontaan spel
Marjolein ontdekte met name effect van het professionaliseringstraject in rollenspel, op plekken die zich daar goed voor leenden zoals in het keukentje of de winkel. ‘Daar gingen pm’ers vaker meedoen aan het spel. Ze vroegen door en wierpen problemen op. “Gaan we thee drinken? Wat lekker, waar doen we het in?”.’
Eline voegt toe dat er nog veel winst te behalen op momenten van “spontaan spel” en dagelijks terugkerende activiteiten, zoals fruit eten. ‘Je kunt de kinderen bijvoorbeeld uitnodigen om mee te helpen met fruit uitdelen, vragen stellen en ‘probleempjes’ opvoeren. Dat kan leiden tot interessante gesprekken. Dit kan tussendoor, voor ongeveer 5 tot 10 minuten, met een kleiner groepje kinderen.’
In dit voorbeeld zie je hoe vragen van de pm’ers ervoor kunnen zorgen dat kinderen hun taal en spel verder ontwikkelen.
- Pm’er: waarom ben jij de pizza aan het snijden?
- Kind: omdat ik dat leuk vind.
- Pm’er: kan ik de pizza al pakken?
- Kind(eren): nee!
- Pm’er: waarom niet?
- Kind(eren): omdat het heet is!
- Pm’er: wat kunnen wij doen als de pizza heet is?
- Kind(eren): blazen (gaan met z’n allen blazen).
Door vragen te stellen (‘kan ik de pizza al pakken?’) daagt de pm’er de kinderen uit om taal te gebruiken (‘nee!’, ‘omdat het heet is!’) en het spel uit te breiden (samen blazen).
Borging
Samen met de deelnemende organisaties wordt nu onderzocht hoe de professionalisering op het gebied van spelbegeleiding en dialoog in de toekomst geborgd kan worden. Suzanne voelt zich in ieder geval geïnspireerd om haar kennis en vaardigheden te delen in de organisatie. ‘Bijvoorbeeld door de kijkwijzer en interessante artikelen te delen. Het lezen/doornemen van artikelen is niet voor iedereen haalbaar merk ik. Pedagogisch coaches kunnen hier ook goed bij ondersteunen.’
Wil je zelf aan de slag?
Tijdens de sessies is gebruik gemaakt van een kijkwijzer, die al doende verder ontwikkeld is. ‘De kijkwijzer bevat een lijst met vaardigheden gericht op het ontwerpen van spelactiviteiten’, licht Eline toe. ‘Pm’ers kunnen aangeven in hoeverre ze deze vaardigheden al toepassen. Het geeft ze inzicht waar ze zich op het gebied van spel en dialoog verder in kunnen ontwikkelen. Daarnaast zijn we een trainershandleiding aan het schrijven voor pedagogisch coaches en leidinggevenden die met deze professionalisering aan de slag willen.’
Marjolein vult aan: ‘Binnenkort lanceren we een website met info en tips en vinden webinars plaats waarin we onze kennis en aanpak delen. Wil je meedoen, op de hoogte blijven van andere ontwikkelingen of meer weten over ons onderzoek? Stuur me een mailtje: m.dobber@vu.nl’
Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van SZW en gefinancierd binnen het ZonMw programma Kwaliteit Kinderopvang.