Vrijstelling staatssteun
Subsidies die ZonMw verstrekt, worden aangemerkt als financiële steun vanuit de overheid. Ondanks dat er sprake kan zijn van staatssteun, kan ZonMw in veel gevallen toch subsidie verstrekken door toepassing van vrijstellingsinstrumenten: de-minimis, AGVV en DAEB. In de subsidieoproepen staat welke regeling(en) van toepassing zijn.
Wat is staatssteun?
De Europese Unie (EU) wil gelijke concurrentievoorwaarden scheppen voor alle ondernemingen op de interne markt. Staatssteun is in principe verboden omdat hiermee de mededinging op de Europese markt kan worden verstoord.
Overheidssteun die de concurrentie binnen de EU negatief kan beïnvloeden, is daarom in beginsel niet toegestaan. Handelen in strijd met de Europese staatssteunregels kan leiden tot terugvordering van de verleende steun. Subsidies die ZonMw verstrekt, worden aangemerkt als financiële steun vanuit de overheid. Ondanks dat er sprake kan zijn van staatssteun, kan ZonMw in veel gevallen toch subsidie verstrekken door toepassing van vrijstellingsinstrumenten: de-minimis, AGVV en DAEB. In de subsidieoproepen staat welke regeling(en) van toepassing zijn. De verschillende instrumenten worden hieronder globaal beschreven.
Een onderneming is elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd. Hierbij wordt niet gekeken of een onderneming een winstoogmerk heeft of niet. Onder economische activiteit wordt verstaan: iedere activiteit die erin bestaat goederen of diensten op een markt aan te bieden.
Dat betekent dat ZonMw bij het verlenen van een subsidie eerst bekijkt of sprake is van een economische activiteit. Als een activiteit niet economisch van aard is, is geen sprake van staatssteun. Is een activiteit wel economisch van aard, dan kijkt ZonMw naar mogelijkheden om 'geoorloofd' staatssteun te verlenen.
Een subsidie kan ten slotte ook een (indirect) voordeel opleveren voor andere organisaties dan de subsidieontvanger, doordat een deel van de subsidie wordt doorgezet naar deze andere organisaties. Dit levert een indirect voordeel op als dit concurrentie binnen de EU negatief beïnvloedt.
Vrijstellingsinstrumenten waarmee ZonMw geoorloofde staatssteun kan verlenen
De-minimis
Op grond van de de-minimisverordening kan een onderneming van verschillende overheidsinstellingen maximaal € 300.000,- aan de-minimis subsidie ontvangen over een periode van 3 jaar zonder dat dit ongeoorloofde staatssteun oplevert.
Wat betekent dit als u een aanvraag indient bij ZonMw?
Elke gesteunde onderneming (die een deel van de subsidie ontvangt) in uw project geeft in een de-minimisverklaring aan, welke de-minimissteun in de voorgaande 3 jaren is ontvangen. Deze de-minimisverklaring vindt u bij de subsidieoproep. Het gaat hierbij dus om alle steun die de onderneming heeft ontvangen van de overheid onder de de-minimisregeling en niet alleen om subsidie van ZonMw. ZonMw gaat ervan uit dat de-minimisverklaringen volledig en naar waarheid zijn ingevuld. Wanneer ondernemingen de de-minimisdrempel overschrijden, handelen zij in strijd met de Europese staatssteunregels. Subsidie kan dan niet worden verstrekt.
Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV)
Op grond van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening kan ZonMw voor verschillende activiteiten geoorloofd staatssteun verlenen in de vorm van subsidie voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Er gelden bepalingen ten aanzien van:
- het maximale percentage van uitgaven dat mag worden ondersteund met publieke middelen;
- de maximale hoogte van de steun;
- welke kosten voor steun in aanmerking komen.
Als de aanvrager een onderneming is én als er geen sprake van fundamenteel onderzoek moeten de onder de AGVV-voorwaarden gefinancierde activiteiten altijd met aanvullende (eigen) bijdrage tot stand komen.
Een eigen bijdrage is verplicht voor het deel van de kosten van de activiteiten dat ZonMw niet mag subsidiëren. In de projectbegroting neemt u de volledige kosten van het totale project op. Daarbij geeft u aan welke kosten met het aangevraagde subsidiebedrag en welke kosten met de eigen bijdrage, in cash of in kind, worden gedekt. Welke kosten en tot welk percentage die kosten voor subsidie in aanmerking komen staan beschreven in de subsidieoproep.
Naast deze specifieke bepalingen voor verschillende activiteiten, geldt er ook een aantal algemene voorwaarden. U dient in een AGVV-verklaring, die u ook aantreft bij de subsidieoproep, aan te geven dat:
- U pas na het indienen van de subsidieaanvraag met de activiteiten start. Een voorwaarde van de AGVV is namelijk dat er sprake moet zijn van een stimulerend effect, en dat is niet aan de orde als de activiteiten al zijn gestart.
- U het maximale bedrag dat u aan steun mag ontvangen niet overschrijdt. Wanneer voor dezelfde kosten steun is toegekend door andere overheden, dan mag het totale bedrag niet hoger zijn dan het toegestane bedrag.
- Bij uw onderneming geen bevel tot terugvordering van onrechtmatige staatssteun uitstaat.
- Uw onderneming niet in financiële moeilijkheden verkeert. Een voorwaarde van de AGVV is namelijk dat er geen steun wordt verleend aan ondernemingen in financiële moeilijkheden.
Van belang is dat u in uw subsidieaanvraag concreet omschrijft welke activiteiten u gaat uitvoeren en controleert of die passen binnen het in de subsidieaanvraag aangegeven wettelijke kader van het toepasselijke AGVV-artikel.
Verplichtingen voor ontvanger
- Transparantie over ontvangen steun.
Ondernemingen moeten aangeven hoeveel steun zij ontvangen en dit correct in hun administratie vastleggen. Bij controle moet duidelijk zijn welke middelen zijn verkregen. - Aanleveren van gegevens.
Ondernemingen moeten de informatie beschikbaar stellen die nodig is voor publicatie- en rapportageverplichtingen van de subsidieverstrekker (ZonMw). - Bewaarplicht.
Ondernemingen moeten alle documenten en bewijsstukken rondom de steun bewaren tot minimaal 10 jaar, na afloop van het project. Controles door nationale of Europese autoriteiten moeten achteraf mogelijk zijn.
Toelichting eigen bijdrage
Het deel van de totale subsidiabele kosten waarvoor geen subsidie wordt verstrekt moet door de aanvrager zelf worden gefinancierd. Dit wordt ook wel de eigen bijdrage genoemd.
De eigen bijdrage mag niet worden gefinancierd met een directe of indirecte subsidie of bijdrage van de Nederlandse overheid of met een subsidie of bijdrage van andere buitenlandse overheden.
De mogelijkheden voor de financiering van de eigen bijdrage zijn:
- Eigen middelen (in cash of in kind)
- Lening en/of investering
- Financiering van niet-overheden. Een bijdrage van een derde, in de vorm van cofinanciering, is onder bepaalde voorwaarden toegestaan.
Eisen onderzoeksorganisaties bij subsidieoproepen
Vraag u subsidie aan voor een onderzoeksorganisatie waar u werkzaam bent? Of werkt u hiermee samen? Vaak zijn er speciale regels of mogelijkheden voor uw organisatie. Bepaal aan de hand van onderstaande eisen of uw organisatie een onderzoeksorganisatie is.
Niet iedere organisatie die onderzoek doet is volgens de geldende Europese regels een onderzoeksorganisatie. De complete definitie van een onderzoeksorganisatie volgens de Europese Commissie vindt u in de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O&O&I). Ook in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) vindt u de definitie.
In het kort gaat om een onderzoeksorganisatie als deze aan onderstaande 3 eisen voldoet. Als u subsidie aanvraagt, verklaart u dat uw organisatie hieraan voldoet.
Eerste eis: onafhankelijk onderzoek als hoofddoel
Het hoofddoel van de organisatie moet zijn: het onafhankelijk doen van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling. De organisatie moet dit onderzoek ook zelf doen. Het verspreiden van de resultaten van dat onderzoek kan daarop een aanvulling zijn.
Dit beoordeelt u bijvoorbeeld met:
- Het doel van de organisatie zoals dit in de statuten staat. De organisatie mag meerdere doelen hebben. Misschien investeert uw onderzoeksorganisatie de inkomsten uit de hoofdactiviteit opnieuw in diezelfde hoofdactiviteit. Dit maakt bij het bepalen van het hoofddoel niet uit.
- De aard van de activiteiten. Het verspreiden van de resultaten van onderzoek van anderen is niet voldoende.
- Het deel van de omzet dat uit economische activiteiten bestaat, bijvoorbeeld contractonderzoek.
- Het mogelijke winstoogmerk.
- De rechtsvorm en het mogelijke winstoogmerk van de leden en aandeelhouders van de organisatie.
Tweede eis: gescheiden boekhouding
Doet uw organisatie ook economische activiteiten zoals contractonderzoek? Dan houdt u een boekhouding bij met een scheiding tussen economische en niet-economische activiteiten.
Een aparte administratie voor een project is niet automatisch een gescheiden boekhouding. Een indeling in publieke en private middelen zegt alleen iets over waar het geld vandaan komt. Dit geeft geen antwoord op de vraag of het om economische activiteiten gaat.
Derde eis: geen voorrang bij toegang
Heeft een onderneming een beslissende invloed op de onderzoeksorganisatie? Bijvoorbeeld als aandeelhouder of lid? Dan mag deze onderneming geen voorrang krijgen bij toegang tot de onderzoeksresultaten of de onderzoekscapaciteit. Een aandeelhouder mag bijvoorbeeld niet eerder de resultaten zien dan andere partijen. Of lagere tarieven betalen voor de onderzoekscapaciteit.
Samenwerken met een publiek gefinancierde onderzoeksorganisatie
Werkt uw onderzoeksorganisatie in een subsidieproject samen met een onderneming? Dan moet u voorkomen dat het gaat om indirecte staatssteun aan de ondernemingen met wie u samenwerkt. U kunt bijvoorbeeld vastleggen dat de kennis die met publiek geld wordt opgedaan, voor iedereen beschikbaar moet zijn. Of tegen normale marktprijzen wordt verkocht aan andere partijen. Hiervoor gelden bepaalde voorwaarden, die moeten worden vastgelegd tussen de onderzoeksorganisatie en de onderneming in een samenwerkingsovereenkomst, ook wel consortiumovereenkomst genoemd.
Contractonderzoek
Contractonderzoek is geen onafhankelijk onderzoek. Het gaat hier om onderzoek dat in opdracht tegen betaling wordt uitgevoerd.
Diensten van algemeen economisch belang (DAEB)
Op grond van een DAEB-Vrijstellingsbesluit kan ZonMw ondernemingen geoorloofd staatssteun verlenen. Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) zijn economische activiteiten die een publiek belang dienen en waarvoor overheidssteun noodzakelijk is omdat de markt deze activiteiten niet oppakt of niet tegen maatschappelijke aanvaardbare voorwaarden verricht. Deze ‘maatschappelijk aanvaardbare voorwaarden’ betreffen aspecten als kwaliteit, veiligheid, betaalbaarheid, gelijke behandeling of algemene toegang van grote groepen burgers tot deze diensten.
Overheden hebben zelf de bevoegdheid om bepaalde diensten aan te wijzen als DAEB en om de uitvoering hiervan te financieren. Dit betekent dat ZonMw een onderneming kan belasten met het uitvoeren van een taak in het publiek belang voor zover de verhoudingen op de interne markt niet onevenredig verstoord worden. Dit doet ZonMw via een aanwijzingsbesluit. In de subsidie-oproep staat aangegeven of de financiering onder een DAEB wordt verstrekt.
Wat betekent dit als u een aanvraag indient bij ZonMw?
Alleen (economische) activiteiten die in het aanwijzingsbesluit staan beschreven, mogen worden uitgevoerd onder de DAEB. Deze beschrijving volgt aan de hand van de afbakening in de subsidieoproep en uw omschrijving in het projectvoorstel. Specificeer en begroot de activiteiten dus zorgvuldig. Het aangevraagde subsidiebedrag mag niet meer bedragen dan de nettokosten van de voorziene projectactiviteiten. Gebleken overcompensatie vordert ZonMw terug. Bij projecten met een looptijd van langer dan 3 jaar voert ZonMw tussentijds een controle uit op overcompensatie. Een DAEB-aanwijzingsbesluit is maximaal voor de duur van 10 jaar en kan niet worden verlengd.
Wat betekent dit voor ondernemingen die belast zijn met een DAEB?
Voorafgaand aan de subsidieverlening belast ZonMw, via een aanwijzingsbesluit, ondernemingen die binnen het project de activiteiten gaan uitvoeren met een DAEB. Elke onderneming ontvangt een eigen aanwijzingsbesluit.
Verplichtingen voor DAEB-ontvangers:
- Gescheiden boekhouding.
Ondernemingen die DAEB-subsidie ontvangen moeten alle kosten en opbrengsten voor het uitvoeren van hun DAEB-activiteiten apart registreren. Dit voorkomt vermenging van DAEB-activiteiten met commerciële activiteiten en maakt het mogelijk om overhead en opbrengsten transparant toe te rekenen. - Driejaarlijkse rapportages.
Ondernemingen moeten minimaal elke 3 jaar en bij afloop van de opdracht aantonen dat de DAEB-subsidie niet hoger is dan de subsidiabele nettokosten, plus een redelijke winst. Eventuele overschotten moeten zij terugbetalen of verrekenen in volgende periodes. - Bewaarplicht documenten.
Alle bewijsstukken moeten door de ondernemingen tijdens en tot 10 jaar na afloop van het project beschikbaar blijven, zodat later controle mogelijk is.
Meer informatie
- Lees meer over deze vrijstellingen van staatssteun op de website van Kenniscentrum Europa Decentraal
- Raadpleeg de juridische afdeling van uw onderneming
- Bij vragen: neem contact op met de ZonMw programmamanager van de betreffende subsidieoproep