Van nazorg naar voorzorg
De toekomstige hbo-verpleegkundige is een generalist die goed samenwerkt, problemen kan analyseren en patiënten helpt zichzelf te redden. Om studenten daarop voor te bereiden, hebben de gezamenlijke hogescholen een nieuw opleidingsprofiel opgesteld.
Volgend jaar verandert de opleiding voor hbo-verpleegkundigen - bachelors of nursing – ingrijpend. Op 28 januari presenteerde het Landelijk Overleg Opleiding Verpleegkundigen (LOOV) een nieuw opleidingsprofiel, waarmee alle 17 hogescholen vanaf 2016 gaan werken. Een nieuw profiel was hard nodig, verklaart Peter Koopman, voorzitter van de stuurgroep van het LOOV. Het oude opleidingsprofiel dateert uit 2001. Het nieuwe beroepsprofiel van de verpleegkundige, uit 2012, is alweer bijna drie jaar oud. En door de transities in de zorg zijn er meer hooggekwalificeerde verpleegkundigen nodig. ‘De zorg wordt ingewikkelder. Dat vraagt om een steviger opleidingsprogramma en heroverweging van focus en differentiatie.’
Nadruk op preventie
De verpleegkundige zorg verandert bovendien van inhoud. Voorheen draaide de zorg om hulp bij de gevolgen van ziekte, nu ligt de nadruk op preventie, zelfzorg en maatschappelijke deelname van de zorgvrager. Josy van Dael kenschetst de koerswijziging als ‘voorzorg in plaats van nazorg’. Als lid van het dagelijks bestuur van het LOOV en opleidingsmanager bij de opleiding Verpleegkunde aan de Fontys Hogeschool was zij nauw betrokken bij het opstellen van het nieuwe profiel.
Flexibele generalist
In de toekomst is er behoefte aan een verpleegkundige als flexibele, zelfstandige generalist, die makkelijk kan schakelen tussen intramuraal en wijkgericht werken. De opleiding moet studenten daartoe een onderzoekende en lerende instelling bijbrengen. Een bachelor verpleegkundige moet complexe zorgvragen kunnen analyseren en problemen kunnen oplossen, met een evidence based benadering. Ook onontbeerlijk is netwerken en samenwerken met diverse (zorg)disciplines en contactpersonen, zoals mantelzorgers en gemeenteambtenaren. Evenals professioneel communiceren. Last but not least moet de verpleegkundige het fijne weten van e-health en ICT in de zorg.
Wijkverpleegkundige
Voor het nieuwe profiel is goed gekeken naar het werk van de huidige wijkverpleegkundige, zegt Koopman. ‘Die moet van veel markten thuis zijn en breed zijn opgeleid voor allerlei patiënten en contacten.’ Van Dael zegt te verwachten dat de rol van de wijkverpleegkundige in de nabije toekomst cruciaal wordt. ‘Die rol is daarom stevig verankerd in de opleiding. De maatschappelijke gezondheidszorg krijgt in het curriculum veel aandacht, bijvoorbeeld in de voorbeelden van kritische beroepssituaties die we gaan gebruiken.’ Helemaal nieuw is dit overigens niet, zegt ze. ‘We voeren in het onderwijs voortdurend aanpassingen door om ook huidige studenten goed voor te bereiden op hun toekomstige rol.’
‘Behalve breder en diepgaander wordt de nieuwe opleiding ook meer regiogericht’
De branchegerichte differentiaties van de huidige hbo-v gaan verdwijnen. Die differentiaties maken het voor verpleegkundigen nu lastig om van werken in een ziekenhuis naar werken in de wijk te wisselen, aldus Van Dael. Dat gebrek aan flexibiliteit botst met de dynamiek in de zorg. Belangrijker is nu dat de verpleegkundigen zich op het kritieke moment snel de benodigde kennis eigen kunnen maken. De nieuwe opleiding moet daartoe de basis bieden, zoals de opleiding tot basisarts dat voor artsen doet.
Niveau 6
De verpleegkundigen die de nieuwe opleiding hebben afgerond, gaan werken op niveau 6. Koopman verklaart: ‘Niveau 5 hadden we zelf bedacht in Nederland, in aansluiting op de vier niveaus van het mbo. Maar in heel Europa heeft de bachelor niveau 6. In landen als Spanje en België werken al jaren verpleegkundigen op bachelorniveau. In Nederland hebben we lang gedaan alsof mbo en hbo in de zorg ongeveer hetzelfde waren. Dat is toch vreemd! In andere beroepen is daar geen discussie over’.
Regionale samenwerking
Behalve breder en diepgaander wordt de nieuwe opleiding ook meer regiogericht. Die ontwikkeling sluit aan bij de aanbeveling over regionale samenwerking uit Voortrekkers in verandering, het rapport dat de commissie-Westerlaken in 2013 uitbracht over vernieuwing van het hoger onderwijs in de zorg. De hogeschool en de zorgaanbieders in een regio gaan samen het keuzedeel van het curriculum invullen, vertelt Koopman. ‘De context van de hogeschool gaat dus een grotere rol spelen bij het bepalen van het curriculum. Dat is nieuw.’
Zorgtechnologie
Van Dael ziet de sterk toegenomen aandacht voor zorgtechnologie als de grootste vernieuwing in het profiel. Zo moet er een einde komen aan de huidige onderbenutting van de technologische mogelijkheden in de zorg. Zij hoopt dat binnen- en buitenschools leren door de nieuwe opleiding meer verweven zullen raken. ‘Mijn ambitie is dat het geen gescheiden werelden meer zijn.’
Versie 4.0
De presentatie van het nieuwe opleidingsprofiel betekent niet dat dit nu van a tot z vastligt. Koopman: ‘We noemen dit versie 4.0. Er zijn al eerdere versies geweest en er zullen nog andere volgen, bijvoorbeeld wanneer de regering heeft besloten over een grotere mate van zelfstandigheid van de hbo-verpleegkundige. Bij echt grote veranderingen stappen we over op versie 5.0.’
Tekst: Veronique Huijbregts
Foto: Riechelle van der Valk
Bijschrift bij foto: Peter Koopman, voorzitter stuurgroep LOOV, reikt opleidingsprofiel uit aan Jacomine Ravensbergen, voorzitter programmacommissie Zichtbare schakel fase 2.