Een groot gemis: geen reuk meer na COVID-19
Reukverlies na een COVID-19-infectie komt regelmatig voor. Bij de meeste patiënten herstelt dit weer snel, vaak binnen een maand. Maar bij 6 tot 8% kunnen de klachten aanhouden of ontstaat er een verstoord reukvermogen.
Dr. Sanne Boesveldt van Wageningen University & Research en dr. KNO-arts Digna Kamalski bij het UMC Utrecht doen onderzoek naar zowel de oorzaken als de behandeling van dat verstoorde reukvermogen. Sanne kijkt naar het natuurlijk verloop van reukverlies en reukveranderingen, en daarnaast onderzoekt ze het brein van patiënten met reukverlies in de COVORTS -studie. Digna test ontstekingsremmers als behandeling binnen de COCOS-studie.
Groot gemis
Digna: “Je mist pas de reuk zodra je het niet meer hebt. Dat ervaarden veel patiënten die maandenlang met reukverlies rondliepen. Bijvoorbeeld zodra ze in hun ouderlijk huis terugkwamen en de bekende geuren niet meer konden opsnuiven, ervaarden ze het gemis van dit belangrijke zintuig. Daarom is het nogal wat als je maandenlang rondloopt zonder reukvermogen. De patiënten die bij mij kwamen, behandelden we met ontstekingsremmers. Daarnaast kregen ze ook een intensieve reuktraining. Bij de meeste ging de reukscore omhoog na verloop van tijd, en je zag duidelijk dat dit een enorme geruststelling teweegbracht. Ook hielp het al enorm dat de patiënt zich gehoord voelde.”
Je mist pas de reuk zodra je het niet meer hebt. Dat ervaarden veel patiënten die maandenlang met reukverlies rondliepen.
Coronavariant speelt mee
Digna: “Waarom reukverlies bij de ene persoon wel optreedt en bij de andere niet, weten we niet. Wel lijkt het uit te maken met welke variant je besmet bent. Bij de eerste coronagolf werd al snel duidelijk dat veel mensen na een COVID-19 -infectie verlies van reuk ervaarden. Later in de pandemie, bij de omikronvariant, hadden minder patiënten last van reukverlies. Ons onderzoek startte al in de eerste coronagolf, dus we zaten in de piek van de deltavariant. Dat was ook meteen een geluk bij een ongeluk: we konden daardoor veel patiënten laten meedraaien en we kregen snel resultaten. Zo konden we mooi onze medicatie testen onder een grote groep patiënten die een reukstoornis ervaarden.”
Patiënten langer volgen
Sanne: “In eerste instantie zouden we patiënten een jaar lang volgen. Maar we merkten al gauw dat we een belangrijke groep patiënten zouden missen, die al langer reukklachten hadden. Dus we gaan patiënten nu langer volgen, tot 2 jaar lang. Zodat we als follow-up een langere periode kunnen meenemen. Zo kunnen we testen of het smaak- en reukvermogen over de tijd verandert. We zien een hele beperkte verbetering na verloop van tijd. Dit is wel minder dan in andere cohorten. Misschien omdat wij geen enkele behandeling hebben aangeboden, terwijl Digna bijvoorbeeld ook reuktrainingen aanbood.”
Ontsteking in de hersenen
Sanne: “Om te weten wat het reukverlies of de reukvervorming precies veroorzaakt, kijk ik naar de hersenprocessen. Wat gebeurt er in de hersenen, welke ontstekingen zien we in het brein bij reukstoornissen? We bekijken dit met beeldtechnieken als een functionele MRI-scan of PET-scan. Dit is best een intensief onderzoekstraject. Ook omdat mensen deze beeldtechnieken soms eng of belastend vinden. We denken dat daarom de inclusies ook lastig verlopen voor dit onderzoek. Voor de beeldtechnieken moeten patiënten naar het Ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede of naar het Amsterdam UMC toe. Daarnaast komen wij ook bij de mensen thuis om ze te bevragen naar hun ervaringen van de laatste maanden. Elke drie maanden gaan we op huisbezoek en nemen we reuk- en smaaktesten af, ter objectivering van hun klachten. Het is een hele logistieke operatie om 75 patiënten zo regelmatig te bezoeken, maar we plannen het wel slim in op regio.”
Om te weten wat het reukverlies of de reukvervorming precies veroorzaakt, kijk ik naar de hersenprocessen.
Behandeling bij reukverlies
Digna: “In november 2021 kwam ons onderzoek naar buiten over de ontstekingsremmers als behandeling bij reukstoornissen. Omdat we duidelijk zagen dat een ontstekingsreactie van een reukzenuw in de neus een rol speelde bij de patiënten met een reukstoornis, hebben we een groep behandeld met prednisolon. De andere groep ontving een placebo. Prednisolon bleek helaas geen verbeterde reuk op te leveren. Dit is een belangrijke uitkomst die ons helpt om het ziektebeeld beter te begrijpen. We hebben nog steeds geen geneesmiddelen op de plank liggen voor de behandeling van reukverlies na een COVID-19 infectie. Eerst willen we terug naar de basis: wat gebeurt er op celniveau? Waar moet het medicijn op aangrijpen?”
Herstel te voorspellen?
Door ook op meerdere momenten te meten wat het reukverlies doet en hoe het beloop is, krijgen we een goed beeld van een eventueel herstel. Uiteindelijk willen we zo makkelijker kunnen voorspellen hoe snel het reukverlies herstelt, zodat we patiënten beter kunnen adviseren wat ze kunnen verwachten.
Meer disciplines
De patiënten vanuit de eerste en tweede coronagolf ervaren nog steeds dagelijks klachten omdat ze niet of amper geur waarnemen. Voor een eventuele behandeling denken we dat we breder moeten kijken. Welke klachten deze patiënten bijvoorbeeld nog meer hebben, en of er een relatie is met andere post-COVID klachten. Denk aan concentratieproblemen en vermoeidheid. Kortom, er is veel wat we nog niet weten over dit boeiende onderwerp. We zullen ons dan ook blijven inzetten om de geheimen van de reuk verder te ontrafelen.“
Meer informatie
Auteur: Ilse Bos
Foto's: privécollectie Sanne Boesveldt en Digna Kamalski