Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Nieuwe methoden brengen antibioticaresistentie beter in beeld

Antibioticaresistentie vormt wereldwijd een groeiende bedreiging voor mens en dier. Internationale onderzoeksprojecten ontwikkelden nieuwe methoden om resistente bacteriën beter op te sporen, te monitoren en te bestrijden. Hieruit zijn diverse praktische handvatten gekomen voor surveillance, beleid en gerichte behandeling van resistente bacteriën.

Nieuwe aanpak maakt resistentieonderzoek toegankelijker

Het project OASIS versterkte de toepassing van de LQAS-methodologie voor surveillance van antimicrobiële resistentie (AMR). Dit houdt in dat de methode die wordt gebruikt om gebieden te identificeren waar resistentie vaker voorkomt dan acceptabel is nog beter werkt. Zo kunnen vervolgonderzoek en gerichte maatregelen als antibioticakeuze sneller worden ingezet.

Afbeelding
Frank van Leth
Met de LQAS-methodologie kunnen al 30 tot 50 isolaten voldoende zijn om inzicht te krijgen in lokaal relevante prevalentie van antimicrobiële resistentie.
Prof. Dr. Frank van Leth
Hoogleraar Toegepaste Onderzoeksmethodologie in Global Health

Het project laat zien dat LQAS breed ingezet kan worden bij het monitoren van resistentie, het ondersteunen van antibioticakeuzes en het evalueren van interventies. Omdat dezelfde aanpak gebruikt kan worden bij mensen, dieren en mogelijk ook het milieu, biedt LQAS een gezamenlijk raamwerk voor AMR-monitoring. Dit maakt de samenwerking tussen sectoren sterker en ondersteunt een geïntegreerde aanpak van AMR als gezamenlijk gezondheidsvraagstuk.

Rioolwater biedt nieuwe kansen voor resistentiemonitoring

Het project TRIuMPH breidde de WHO-methode voor het monitoren van antibioticaresistentie uit, zodat ook carbapenemase-producerende Enterobacteriaceae (CPE) kunnen worden gevolgd. Dit zijn bacteriën die resistent zijn tegen carbapenemen, antibiotica die vaak als laatste behandeloptie worden ingezet bij ernstige infecties. Hierdoor kunnen onderzoekers de verspreiding van deze resistente bacteriën beter in kaart brengen voor mens, dier en milieu. Onderzoekers pasten de methode toe in Madagaskar, Maleisië en Pakistan.

TRIuMPH laat zien dat CPE voorkomt bij mensen, dieren en in het milieu, waarbij de verspreiding tussen de verschillende domeinen per land verschilt. Ook bleek dat deze bacteriën goed kunnen worden gemonitord via bestaande rioolwatermeetnetten. Daarmee biedt het project nieuwe mogelijkheden voor internationale surveillance van antibioticaresistentie.

Oog op gonorroe en nieuwe antibiotica

De bacterie die gonorroe veroorzaakt (Neisseria gonnorrhoeae) ontwikkelt steeds vaker resistentie tegen beschikbare antibiotica. Het project MAGIcIAN ontwikkelde daarom modellen die helpen bepalen waar surveillance op antibioticaresistentie het meest nodig is.

De onderzoekers combineerden gegevens over resistentie met onder meer demografische, economische en klimaatfactoren. Ook ontwikkelden zij modellen die voorspellen hoe infecties en resistente bacteriën zich verspreiden. De modellen worden verder ontwikkeld om te helpen bij het monitoren van de introductie van het nieuwe antibioticum zoliflodacine in lage- en middeninkomenslanden.

Snellere diagnose van longontsteking bij jonge kinderen

Het project TARGET richtte zich op betere diagnostiek van longontsteking bij kinderen jonger dan 5 jaar. Onderzoekers ontwikkelden een apparaat waarmee ziekteverwekkers in de lagere luchtwegen kunnen worden opgespoord. Daarnaast werd een betaalbare DNA-test ontwikkeld voor het opsporen van belangrijke bacteriële verwekkers van luchtweginfecties.

Afbeelding

De methode is speciaal ontworpen voor toepassing in omgevingen met beperkte middelen. In een klinische studie in Tanzania toonde het project aan dat bij ongeveer 20% van de kinderen met longontsteking deze veroorzaakt werd door een bacterie. De test levert binnen 30 tot 50 minuten resultaat en kan worden toegepast zonder kostbare laboratoriumapparatuur. Een betere diagnose kan bijdragen aan gerichter gebruik van antibiotica en daarmee aan het voorkomen van resistentie.

Nieuwe inzichten in verspreiding van resistente bacteriën

In het project SAMPAN stond de bacterie Pseudomonas aeruginosa centraal. Deze bacterie kan verschillende ernstige infecties veroorzaken bij mensen met een verminderde weerstand, of die woonachtig zijn in zorginstellingen. Onderzoekers ontwikkelden methoden om deze bacterie en resistente varianten beter op te sporen bij mensen en in water. De aanwezigheid van de bacterie bleek sterk te verschillen tussen Rotterdam, Rome en Jakarta.

Resistente varianten werden vooral aangetroffen bij ziekenhuispatiënten in Jakarta en in ongezuiverd ziekenhuisafvalwater. Ook in rivieren in de 3 steden werden resistente bacteriën gevonden die genetische overeenkomsten hebben met de bacteriën bij patiënten. De resultaten benadrukken het belang van verdere maatregelen om verspreiding van de bacterie via mensen en het milieu te voorkomen.

One Health-aanpak is essentieel

Samen laten de projecten zien dat een One Health-aanpak, waarin mens, dier en milieu gezamenlijk worden bekeken, essentieel is om antibioticaresistentie wereldwijd beter te begrijpen en terug te dringen. Door kennis uit de humane gezondheidszorg, diergezondheid en het milieu te verbinden, zijn nieuwe instrumenten ontwikkeld voor surveillance, diagnostiek en beleidsontwikkeling. Deze inzichten helpen om resistente bacteriën eerder te signaleren, verspreiding beter te begrijpen en de effectiviteit van antibiotica langer te behouden. De projecten met Nederlandse bijdrage zijn uitgevoerd binnen de 9e ronde van JPIAMR, gericht op diagnostiek en surveillance.