Nederlandse moleculaire tumorboards werken steeds nauwer samen bij het formuleren van behandeladviezen. Dat levert voordelen op voor de individuele patiënt. Harry Groen en Bart Koopman vertellen over het opzetten van een landelijk MTB-netwerk, en de uitdagingen die dat oplevert. ‘Het delen van kennis gaat een steeds grotere rol spelen.’

Nederland kent acht moleculaire tumorboards (MTB’s): een verzameling oncologische experts, die op basis van de laatste inzichten in de moleculaire tumordiagnostiek adviezen formuleren over de behandeling van individuele patiënten. De experts zijn klinisch en preklinisch: oncologen, pathologen, maar ook klinisch moleculair biologen in de pathologie (KMBP). Soms maken ook een structureel bioloog of een klinisch geneticus deel uit van een MTB.

Veranderende functie

De MTB zag het licht als gevolg van de opkomst van moleculaire technieken zoals next-generation sequencing, die patiënten tot op moleculair niveau kunnen doorlichten. In tegenstelling tot het multidisciplinaire overleg (MDO), geeft een MTB een behandeladvies op basis van alle beschikbare kennis van een moleculaire afwijking. Die almaar groeiende kennis zorgt ervoor dat de functie van de MTB aan het veranderen is, zegt Harry Groen, longarts in het UMC Groningen. ‘Nog niet zo lang geleden bespraken we bij een MTB alle genomische veranderingen, zoals EGFR-mutaties en ALK-translocaties. Intussen zijn daar standaardbehandelingen voor ontwikkeld, en bespreekt een MTB vooral zeldzame en ongewone mutaties.’

In veel van zulke gevallen kan de MTB zelf een behandeladvies formuleren op basis van (internationale) databases en relevante literatuur. En waar de experts uit de tumorboard in het duister tasten met een onbekende mutatie, kan een structureel bioloog een gecomputeriseerd model maken van een receptoreiwit, om het effect van een geneesmiddel vast te stellen. Maar naarmate er steeds meer en gedetailleerd wordt gescreend, vraagt de complexiteit van een moleculair genetische afwijking voor overleg met een andere MTB, zegt Groen. ‘We vinden steeds vaker complexe, zeldzame afwijkingen waarvan de betekenis nog niet duidelijk is. Dan is het wijs te kijken of er behandelervaring is in een ander centrum. Dat maakt de adviezen beter, met als gevolg betere zorg voor de individuele patiënt.’

Niet meer op een eigen eilandje

Om die broodnodige samenwerking tussen MTB’s efficiënt te laten verlopen, werkt Bart Koopman, een van Groens promovendi, aan een expertisenetwerk. Dat doet hij onder de vlag van het project PATH (Predictieve Analyse voor Therapie), deel van het ZonMw-onderzoeksprogramma Personalised Medicine. PATH heeft als doel de toegang tot precisiemedicijnen te optimaliseren voor elke patiënt met kanker, ongeacht het ziekenhuis waarin hij of zij wordt behandeld. In dit project komt de expertise van alle losse MTB’s samen in een database, waarin ze hun bijzondere casussen kunnen delen.

‘De bewijslast komt tegenwoordig vaker van de individuele patiënt, veel minder van grote groepen.’

Maar voor het optuigen van dat netwerk moest Koopman eerst de verschillen tussen alle Nederlandse MTB’s in kaart brengen. Dat begon met het inventariseren van alle werkwijzen met een vragenlijst, opgevolgd door systematische interviews. ‘Alle MTB’s zijn los van elkaar ontstaan, dus zijn er verschillen in de manier van besluitvorming, rapportage en registratie’, zegt Koopman. Maar hij vond meer overeenkomsten dan hij verwachtte. ‘Hoewel iedere MTB zelf het wiel heeft uitgevonden, is het wiel overal rond. Elke groep die minimaal een oncoloog, patholoog en KMBP’er heeft, gebruikt min of meer dezelfde databases. Ze lijken allemaal hetzelfde niveau van kennis te hebben.’

Dat uitte zich ook in de vuurproef: een rondzending van tien verschillende casussen naar alle MTB’s. Bij het analyseren van de voorlopige resultaten concludeerde Koopman dat de MTB’s onafhankelijk van elkaar een vergelijkbaar advies gaven. ‘Het delen van kennis gaat een steeds grotere rol spelen. Je vergaart steeds meer moleculaire kennis over tumoren en doet wat je kan met je eigen specialisten, je eigen literatuur en eigen patiëntenpopulatie, tot je het zelf niet meer redt. De bewijslast komt tegenwoordig vaker van de individuele patiënt, veel minder van grote groepen.’

Eenduidige registratie

Intussen gebruiken de MTB’s van het UMCG en het Radboudumc al de landelijke database. De andere MTB’s volgen hopelijk de komende maanden. De belangrijkste voorwaarde daarvoor is het inbedden van de registratie in de methodiek van iedere MTB, zegt Koopman. ‘Wij registreren en delen onze data al, maar om het project te laten slagen moeten anderen dat ook doen. De behoefte is er, maar alle MTB’s geven aan dat ze de mankracht niet hebben dit zelf op te zetten. Als we deze registratie goed kunnen opzetten, dan hoeft het niet veel geld en moeite te kosten dit te onderhouden.’

Een nuttige bijkomstigheid: een landelijke MTB-registratie maakt het project toetsbaar. Daarmee maakt het project kans op permanente financiering nadat die van ZonMw is afgelopen. ‘Als het goed is, zie je de kwaliteit van het project in de gelijkvormigheid van de MTB-adviezen’, zegt Groen. ‘Als de financiering na het eind van dit project naar de afzonderlijke ziekenhuizen gaat, wordt het afhankelijker van de prioriteiten die daar spelen. We moeten rekening houden met verdere technische innovaties in het lab en de ontwikkeling van nieuwe, steeds duurdere geneesmiddelen. Niet alleen de ziekenhuisdirectie moet de toegevoegde waarde hiervan kunnen zien; het is ook aan andere partijen dat te bepalen. Ieder ziekenhuis heeft de knullen en de spullen, maar eenduidige registratie is een noodzaak.’

In het Onderzoeksprogramma Personalised Medicine zoeken initiatiefnemers KWF Kankerbestrijding, Zilveren Kruis en ZonMw samen uit hoe de razendsnelle ontwikkelingen op het terrein van next generation genome sequencing sneller bij de patiënt terecht kunnen komen. Speerpunten zijn kanker en zeldzame ziekten.

Tekst: Koen Scheerders

Meer informatie:

 

 

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website