Niet alle ouderen kunnen de technologische ontwikkelingen in zorg en welzijn bijbenen, zo meldt de Raad van Ouderen. In een ongevraagd advies aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) doet de Raad een oproep om de oudere als gebruiker centraal te stellen bij de ontwikkeling en inzet van technologie in zorg en welzijn. Het Europese samenwerkingsprogramma Active & Assisted Living hanteert dit al jaren als uitgangspunt.

Nederlandse ouderen lopen voorop in Europa als het gaat om het gebruik van digitale middelen. Voor velen van hen betekent het een verrijking van hun (sociale) leven en onafhankelijkheid. Dat neemt niet weg dat er ook ouderen zijn die nog geen ervaring hebben met digitale oplossingen en e-health. Omdat ze dat niet willen of niet kunnen, bijvoorbeeld vanwege een cognitieve beperking of laaggeletterdheid. Zeker voor hen is het belangrijk dat een ICT-oplossing zo eenvoudig te gebruiken is, dat je er direct mee aan de slag kunt. En dat hulp bereikbaar is, indien nodig.

Waarden voor technologie

Dat signaal geeft de Raad van Ouderen (RvO) ook af in het ongevraagd advies, dat begin augustus 2020 verscheen. De RvO beschrijft de waarden die centraal moeten staan bij de ontwikkeling en inzet van digitale oplossingen voor ouderen: een antwoord op daadwerkelijke wensen/behoeften, gebruiksvriendelijkheid, maatwerk, eigen regie en veiligheid/privacy.

Dit zijn precies de uitgangspunten die het programma Active & Assisted Living (AAL) hanteert. Hierin werken (sinds 2008) duizenden Nederlandse en buitenlandse ouderen(organisaties) samen met bedrijven, (zorg)aanbieders, gemeentes en kennisinstellingen. Zo ‘co-creëren’ zij digitale oplossingen die de kwaliteit van leven en onafhankelijkheid vergroten. Door hun actieve deelname aan het ontwerpen, testen en uitproberen in het dagelijks leven, sluiten zulke innovaties goed aan bij de wensen en vaardigheden van de ouderen voor wie ze bedoeld zijn.

Een aantal van de ontwikkelde oplossingen is inmiddels in Nederland beschikbaar. Zij vinden langzaamaan hun weg in de zorg en ondersteuning van ouderen. En er zitten er nog vele in de pijplijn. Kenmerkend voor AAL oplossingen zijn:

  • Samen met ouderen ontwikkeld – vanaf het begin – waarbij hun wensen en behoeften leidend zijn, waar nodig in combinatie met die van (mantel)zorgers. Dit zijn intensieve processen, waarbij je na elke ontwikkelstap weer terug gaat naar de gebruikers. Om te checken of een oplossing technisch goed werkt én of die voldoet aan de wensen.
  • Gebruiksvriendelijkheid, een kritische voorwaarde voor succes. Hoe minder digitaal vaardig de gebruiker, hoe makkelijker de oplossing moet zijn in het gebruik. Zie bijvoorbeeld de beeldbelapp 123Familie, die geschikt is voor mensen zonder digitale vaardigheden en/of met geheugenproblemen. Of de digitale persoonlijke assistente Anne die je met je stem kunt bedienen. Of de Compaan, een gebruiksvriendelijke tablet die naast beeldbellen allerlei zorg- en welzijnsfuncties biedt.
  • Maatwerk: voor verschillende oplossingen geldt dat er naar believen deelfuncties kunnen worden aan- of uitgezet. Ouderen kunnen dan zelf kiezen wie wel of geen signaal krijgen bij een probleem. Dat geldt in ieder geval bij het leefstijlmonitoring systeem Sensara, dat helpt om langer veilig thuis te wonen. Of Hallozorg, een communicatiemiddel waarmee de familie ook onderling de zorg kan regelen, zo nodig met hulp van professionals.
  • Eigen regie: oplossingen die mensen helpen om zonder permanente hulp hun eigen dagprogramma te volgen of activiteiten te doen, zoals avatar Anne en sociale robot Tessa. Het digitale platform Zo-Dichtbij, waarbij je zelf de regie hebt over het delen van gegevens, bijvoorbeeld bij een intake voor zorg of ondersteuning thuis.
  • Veiligheid / Privacy: alle oplossingen moeten voldoen aan de nieuwe Europese privacywetgeving (AVG) voor wat betreft het omgaan met data. Maar privacy gaat ook over waardigheid en eigen keuze in het dagelijks leven. Soms wil een oudere zelf wel wat privacy opgeven in ruil voor meer veiligheid of bewegingsvrijheid; dat zien we vaak bij mensen met dementie. Dan kan een slim horloge als 2PCS een signaal geven als je gevallen bent en de locatie doorgeven als je verdwaald bent. Freewalker kan een (mantel)zorger waarschuwen als je buiten een (individueel) bepaald gebied komt, waardoor een gevaarlijke situatie kan ontstaan.

    In bovenstaande situaties gevallen is het altijd van belang om gezamenlijk een balans te zoeken tussen het belang van vrijheid en veiligheid van de oudere en bijvoorbeeld de gemoedsrust of het gemak voor de (mantel)zorger.

Zeer onlangs heeft het AAL-programma ‘Richtlijnen voor ethische excellentie’ gepubliceerd (momenteel alleen nog beschikbaar in het Engels). Hierin staat een aanpak - ethische dialoog - beschreven voor zowel het ontwikkelen als het inzetten van ICT-oplossingen voor ouderen. Bovenstaande waarden komen daarin terug.

De volgende stap wordt het ontwikkelen van een certificaat waarmee de privacy en ethische excellentie van een ICT-oplossing voor ouderen kan worden aangeduid. Dit moet een makkelijk herkenbaar label worden, vergelijkbaar met de energielabels voor koelkasten en wasmachines.

De lange weg van ICT/e-healthoplossingen naar de praktijk

Wat de Raad van Ouderen zegt klopt: technologische ontwikkelingen volgen elkaar razendsnel op in de samenleving. Maar bij oplossingen voor ouderen en in de zorg geldt een ander verhaal. Daar werkt ‘technology push’ veel minder; juist vanwege alle (voor)waarden waar zo’n digitale oplossing aan moet voldoen. Daarnaast is de weg van ontwikkeling naar implementatie en opschaling een lange. Daar zijn vele redenen voor: van onbekendheid met de mogelijkheden, weerstand tegen technologie en noodzaak voor aanpassing van werkwijzen tot problemen met financiering, juridische vraagstukken en onvoldoende technische aansluiting tussen systemen. Die trage voortgang is jammer, want zo blijven veel mensen verstoken van waardevolle oplossingen.
Inmiddels is een kentering op gang gekomen. De opschaling van digitale oplossingen in de langdurige zorg is volop aan de gang, mede dankzij het VWS-programma Stimulering E-health Thuis.

Positieve en negatieve effecten in beeld

Tijdens de coronacrisis is, noodgedwongen, gebleken dat de inzet van ICT onmisbaar is voor sociale communicatie en zorg op afstand. Veel organisaties hebben versneld gebruik gemaakt van die oplossingen, en daarmee komen ook de voor- en nadelen naar boven. Evaluaties van de inzet van ICT-oplossingen – bij zowel gebruikers, aanbieders als financiers – gaan helpen om de positieve en negatieve effecten goed in beeld te krijgen. Het samenbrengen van die resultaten in de kennisbank landurige zorg i.o. maakt het een stuk eenvoudiger om goede en toepasbare oplossingen te vinden. Daarnaast kunnen reviews van nieuwe gebruikers een rol spelen. Diverse informatiekanalen kunnen uit al deze kennis putten om hun achterban te informeren en adviseren.

Kortom, vele partijen zijn samen op weg om digitale oplossingen - met inachtneming van de door de RvO genoemde waarden - een plek te geven in het leven van ouderen. En daarmee een steentje bij te dragen aan het overeind houden van zorg en ondersteuning voor iedereen die dat nodig heeft, digitaal waar het kan, persoonlijk waar het nodig is.

We hopen van harte dat de Raad van Ouderen hieraan bij wil dragen. Graag nodigen we de Raadsleden uit om in november het congres Ouderen(zorg)TECH en het ‘Technologiepaviljoen’ op het congres Een Nieuwe Generatie Ouderenzorg te bezoeken. Daar gaan we graag met u in gesprek!


Geja Langerveld en Rik Wisselink
Programmamanagement AAL, ZonMw

Voor meer informatie over het programma Active & Assisted Living (AAL) zie de brochure Kweekvijver van AAL, en de websites www.zonmw.nl/aal en www.aal-europe.eu

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website