Hiv-positieve homomannen hebben relatief vaak anuskanker. Bij een kwart tot een helft van deze mannen zijn al voorstadia te zien. Net als bij baarmoederhalskanker worden deze afwijkingen veroorzaakt door HPV, het humane papillomavirus. Prof. dr. Jan Prins (Amsterdam UMC, locatie AMC) vertelt dat een HPV-vaccinatie helaas niet voorkomt dat succesvol behandelde voorstadia weer terugkomen.

Jan Prins (derde van rechts) met zijn team. Uiterst rechts promovendus Karien Gosens

Waarom is deze studie belangrijk?

Jan Prins: ‘Anuskanker is een nare aandoening en de behandeling is zwaar. Een voorstadium van anuskanker is anale intraepitheliale neoplasie, AIN. Dat zijn veranderingen in het slijmvlies in en rond de anus, vergelijkbaar met afwijkingen bij de baarmoederhals. Je kunt ze wegbranden, maar helaas komt AIN bij de helft toch weer terug. Een Amerikaanse studie stelde dat een HPV-vaccinatie na behandeling van AIN een recidief kan voorkomen. Op dat onderzoek was wel wat aan te merken. Uit onze placebo-gecontroleerde studie met 126 mannen blijkt nu dat vaccinatie helaas niet beschermt.’

Is de-implementatie nodig?

‘Het was geen vergoede zorg, dus patiënten betaalden de vaccinatie zelf. Maar het werkt dus niet als je al afwijkingen hebt. Een vaccinatie heeft wél zin voordat je seksueel actief wordt. Gelukkig krijgen vanaf 2021 ook jongens de HPV-vaccinatie aangeboden. Dat kan preventief gaan werken.’

Verwacht u problemen met de publicatie van deze ‘negatieve trial’?

‘Nee. Het gaat over een probleem dat sterk leeft onder patiënten en behandelaren. Dit is de eerste serieuze studie naar het nut van een HPV-vaccinatie voor deze groep, en de uitkomsten zijn relevant. Vroeger was er niets, toen kwam die Amerikaanse studie en nu weten we in elk geval wat niet werkt.’

‘Een vaccinatie heeft in deze fase geen zin, dus is het zaak andere mogelijkheden voor preventie en behandeling te vinden.’

Zijn de resultaten al goed geland in de praktijk?

‘Karien Gosens, onze promovendus, heeft een Martijn Verbrugge Award gekregen, een prijs voor de beste presentatie op de halfjaarvergadering van de Nederlandse Vereniging van HIV Behandelaren. Dat is eervol maar ook erg nuttig. Naar zo’n vergadering komt doorgaans driekwart van de hiv-behandelaren. Die hebben dus allemaal gehoord dat ze met HPV-vaccinaties kunnen stoppen. Vragen van patiënten kunnen ze nu goed onderbouwd beantwoorden.’

Hoe verliep de inclusie?

‘Het was een relatief eenvoudige studie. En de behandelaren in het OLVG, Amsterdam UMC, locatie AMC en de DC Klinieken – de drie deelnemende centra – kenden de patiënten al. We konden mensen dus direct aanspreken. De meesten wilden zelf ook graag weten of iets relatief eenvoudigs als een vaccinatie kan helpen.’

Zijn er positieve bijvangsten?

‘Zeker. De biopten hebben we allemaal bewaard. En we hebben veel kennis opgedaan over verschillen tussen afwijkingen. Niet alle voorstadia zijn namelijk even gevaarlijk. Heel bruikbaar voor vervolgonderzoek. Een vaccinatie heeft in deze fase geen zin, dus is het zaak andere mogelijkheden voor preventie en behandeling te vinden. Daarvoor moet je weten welke patiënten extra risico lopen dat hun voorstadium terugkomt. Zodat je alleen mensen voor wie het echt nodig is aan een vervelende behandeling blootstelt.

Wat zijn de volgende stappen?

‘We willen met geraffineerde technieken de voorstadia nog beter onderscheiden in hoog- en laagrisico. De bestaande kennis over baarmoederhalskanker is hiervoor heel bruikbaar. Daarom werken we nauw samen met de pathologen van het VUmc, die daar veel van weten. Als je weet welke voorstadia echt een groot risico hebben om in anuskanker over te gaan, kun je alleen die behandelen.’

Welke lessen kunt u anderen meegeven?

‘Wij hadden het vrij makkelijk vanuit onze nauwe contacten met patiënten, maar elk klinisch onderzoek is gebaat bij intensieve samenwerking met patiënten. Dat maakt het eenvoudiger je studie goed op te zetten. Ook is het zinvol vooraf te bedenken wat bepaalde mogelijke uitkomsten kunnen impliceren. In onze studie liet de gevaccineerde groep een fantastische antistoffenrespons zien, maar de prik deed dus niets met de voorstadia van anuskanker. We hadden alle serologische gegevens goed op een rijtje, zodat we konden uitsluiten dat het uitblijvende effect te maken had met een slechte antistofrespons. Stel jezelf dus vooraf altijd deze vraag: als het straks niet werkt, waardoor kan dat dan komen?’

 

Meer informatie

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website