De evaluatie van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) wijst uit dat de wet het bereiken van de gestelde doelen - het versterken van de positie van de cliënt en het bevorderen van de kwaliteit van zorg - daadwerkelijk bevordert. Maar laat ook zien dat er nog punten ter verbetering zijn.

In de wetsevaluatie stonden de thema’s reikwijdte, kwaliteit en veiligheid, klachtrecht en toezicht op de uitvoering van de wet centraal. De evaluatie werd uitgevoerd door een consortium van de Universiteit van Amsterdam, sectie gezondheidsrecht en het Nivel. Het evaluatierapport dat door de minister voor Medische Zorg en Sport aan de Tweede Kamer is aangeboden, bevat 32 aanbevelingen voor verbetering van de wet en de praktijk.

Uitgangspunten breed gedragen

Op 1 januari 2016 verving de Wkkgz de Kwaliteitswet zorginstellingen (Kwz) en de Wet klachtrecht cliënten zorgsector. Het grootste verschil met deze voorgangers is de reikwijdte: de Wkkgz is van toepassingen op meer zorgaanbieders. Wat het bevorderen van de kwaliteit van zorg betreft, laat de Wkkgz het systeem van de Kwaliteitswet intact. Er is nu nadrukkelijk meer aandacht voor laagdrempelige klachtbehandeling dan bij het eerdere klachtrecht. Om zo mogelijk zonder escalatie, voor klager en zorgaanbieder een bevredigende oplossing te vinden. Deze uitgangspunten van de Wkkgz worden breed gedragen. Ook draagt de wet daadwerkelijk bij aan het bevorderen van de doelen van de wet.

Beter aansluiten bij verschillen en nieuwe ontwikkelingen

Wel zijn er onderdelen die een nadere kritische reflectie behoeven. Zo heeft de Wkkgz betrekking op zorgsectoren die onderling sterk verschillen in bekendheid met eerdere wetgeving en in structuur. Niet elke sector is even ver met het vormgeven van zijn werkwijze om daarmee te voldoen aan de eisen uit de Wkkgz. Ook blijkt dat deze eisen minder goed aansluiten bij kleinere zorgaanbieders. De Wkkgz sluit ook niet altijd aan bij recentere ontwikkelingen in de zorg. Voorbeelden hiervan zijn netwerkzorg of het werken met franchiseconstructies.

Meldplichten tijdrovend en niet altijd effectief

Het uitgangspunt van de Wkkgz, dat kwaliteit en veiligheid primair de verantwoordelijkheid zijn van de zorgaanbieder, is een werkzaam uitgangspunt. Voor de melding van calamiteiten geldt dat er veel aandacht uitgaat naar de juiste manier van melden en onderzoek, wat het risico met zich meeneemt dat er minder aandacht is voor het leerproces. De meldplicht ‘ontslag bij ernstig tekortschieten’ en de hiermee verbonden ‘vergewisplicht’ zijn erop gericht te voorkomen dat een niet functionerende beroepsbeoefenaar zomaar elders aan de slag kan gaan. Hoewel het belang hiervan voor individuele patiënten groot is, blijkt de combinatie van deze 2 plichten in de praktijk niet te werken.

Geschilleninstantie minder positief beoordeeld door patiënten

De keuze voor het accent op laagdrempelig afhandeling van klachten in de Wkkgz biedt een goed uitgangspunt voor effectieve klachtafhandeling. De manier waarop dit vervolgens is vormgeven, heeft op een aantal essentiële punten niet gebracht wat de wetgever ermee voor ogen had. Zo zien we dat het stellen van termijnen leidt tot ongewenste formalisering van de laagdrempelige klachtenafhandeling. Ook blijft de mogelijkheid onderbenut om te leren van klachten. Veel kritische observaties gaan over de geschilleninstantie, zeker ook vanuit het perspectief van patiënten. Zij oordelen minder vaak positief over de geschilleninstantie dan over de voormalige klachtencommissies. Helemaal opmerkelijk is het dat patiënten de geschilleninstantie veel minder vaak als onafhankelijk beoordelen dan de voormalige klachtencommissie.

Meer weten?

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website