Bijna alle jonge kinderen krijgen weleens buikgriep (acute gastro-enteritis: AGE). Meestal verloopt de infectie onschuldig. Maar als kinderen naast hun diarree ook braken, kan dit leiden tot ernstige uitdroging. Een antibraakmiddel blijkt effectief in het ziekenhuis, maar heeft het ook zin in de eerste lijn? Anouk Weghorst deed er onderzoek naar, als onderdeel van haar promotie aan het UMCG.

Portret Anouk Weghorst
Anouk Weghorst

Waarom is deze studie belangrijk?

Anouk Weghorst: ‘Er komen veel kinderen met buikgriep bij de huisarts, met name op de huisartsenpost. Er zijn ook nogal wat doorverwijzingen naar het ziekenhuis, om daar een paar uur te hydrateren. Als een kind met AGE ook braakt, spuugt het de rehydratiezouten weer uit. In het ziekenhuis krijgt zo’n kind op de spoedeisende hulp ondansetron en dat stopt het braken effectief, zo blijkt uit eerder onderzoek. Een kind kan dan weer snel naar huis. Als dit ook zo werkt in de eerste lijn, zouden er minder doorverwijzingen nodig zijn. Wij hebben daarom uitgezocht of ondansetron ook effectief is in de eerste lijn.’

Wat zijn de resultaten?

‘Op de huisartsenposten in Groningen en Zwolle hebben we de toevoeging van ondansetron aan de standaardbehandeling onderzocht bij 191 kinderen tussen 6 maanden en 6 jaar. Ouders hielden een week lang in een dagboekje bij hoe het ging met hun kind. Kinderen die ondansetron kregen, spuugden minder en ouders bleken tevredener te zijn. Hun kind was minder ziek en het is natuurlijk fijn als je kind niet naar het ziekenhuis hoeft. In een kwalitatief vervolgonderzoek gaan we hun ervaringen nader onderzoeken.’

Werd er ook minder doorverwezen?

‘Niet significant. We denken dat dit deels komt doordat we vooral kinderen met een hoog risico op uitdroging hebben geïncludeerd. Ook kunnen er andere redenen voor een verwijzing zijn dan braken alleen. Op een huisartsenpost komen misschien meer ouders die erg bezorgd zijn. Of ze komen er omdat hun kind al een voorgeschiedenis heeft. In een vervolgonderzoek zoeken we dit nu uit, onder meer door artsen in de eerste en tweede lijn te interviewen en door dossiers te onderzoeken. Zo hopen we factoren te achterhalen die een rol spelen bij het wel of niet doorverwijzen. Een van onze veronderstellingen is dat een betere voorlichting door de huisarts kan helpen. Als ouders minder ongerust zijn, neemt het aantal verwijzingen mogelijk af.’

Hoe verliep de inclusie?

‘Ik werkte zelf op een van de huisartsenposten en dat maakte het includeren makkelijker. Je zag wel een verschil tussen ouders die wat meer ervaring hadden met een ziek kind en ouders die voor het eerst kwamen. Die laatste groep was vaak erg ongerust en vond meedoen aan het onderzoek te belastend. Een ander punt was dat meestal maar één ouder naar de huisartsenpost kwam, terwijl we van allebei schriftelijke toestemming nodig hadden. Die kon de andere ouder na een telefonische toestemming alsnog geven. Maar als de ondertekende verklaring toch niet kwam, moesten we het kind weer excluderen.’

'Het zou schelen als de toestemming van de andere ouder ook mondeling zou mogen.'

Wat zou onderzoek in de eerste lijn makkelijker maken?

‘Zo’n tweede schriftelijke informed consent is lastig. Het zou schelen als de toestemming van de andere ouder ook mondeling zou mogen. Dat is ethisch misschien zelfs meer verantwoord dan achteraf kinderen moeten excluderen, die intussen wel de belasting van het onderzoek hebben ondergaan. Ook is het goed eerst een pilot te doen, zodat je kunt inschatten welke hobbels er mogelijk zijn rond inclusie. We zijn in onze studie overigens overgestapt van verwijzing als uitkomstmaat naar een klinische maat: minder braken. Die uitkomstmaat is uiteindelijk ook meer patiëntgericht.’

Hoe worden de resultaten geïmplementeerd?

‘De NHG-richtlijn Acute diarree wordt waarschijnlijk volgend jaar geactualiseerd. Onze bevindingen kunnen daarin worden meegenomen. In het Kinderformularium staat al dat ondansetron tussen 1 maand en 18 jaar kan worden voorgeschreven. En we krijgen al veel vragen vanuit het veld, het is duidelijk een thema dat speelt. Het krijgt zeker ook een plek in de bij- en nascholing van huisartsen. En ik ga volgend jaar mijn promotieonderzoek nog voortzetten in Australië. Het kan veel opleveren om ook van de aanpak in een ander land te leren.’

Met dank aan projectleider Gea Holtman.

Meer informatie

 

Naar boven
Direct naar: InhoudDirect naar: NavigatieDirect naar: Onderkant website